Miljoenen kinderen oorlogsslachtoffer: 'Bevolking steeds minder gevoelig voor beelden van lijdende kinderen'

19/06/13 om 15:29 - Bijgewerkt om 15:29

'Wereldwijd zijn miljoenen kinderen het slachtoffer van een oorlogssituatie en toch wordt slechts 2 procent van humanitaire hulp besteed aan onderwijs in conflictgebieden', zegt Philippe Henon van Unicef België.

Miljoenen kinderen oorlogsslachtoffer: 'Bevolking steeds minder gevoelig voor beelden van lijdende kinderen'

© Reuters

Syrië, Somalië en 20 andere landen staan op het VN-lijstje 'list of shame'. In deze landen heeft een aanslepend gewapend conflict een verwoestende impact op kinderen. 'Door het overaanbod aan informatie treedt er gewenning op als we beelden van oorlogsslachtoffertjes zien. Daarom blijft het belangrijk om op themadagen als dag van de Wereldvrede (21 juni) aandacht te vragen voor hun precaire situatie', benadrukt Philippe Henon van Unicef België.

Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, onderscheidt twee soorten jonge oorlogsslachtoffers. Enerzijds de rechtstreekse, namelijk de kindsoldaten en anderzijds de onrechtstreekse.

In een oorlogsgebied is de jongste generatie het kwetsbaarst. Kinderen worden onvoldoende beschermd door de wet, ze zijn fysiek zwakker en door hun jeugdige naïviteit zijn ze erg beïnvloedbaar. "Kindsoldaten worden als 'ideale soldaten' beschouwd want ze zijn flexibel en kosten niets", zegt Philippe Henon.

Wereldwijd zijn er ongeveer 300.000 kindsoldaten. "Een deel daarvan is een soldaat in de letterlijke betekenis van het woord: ze nemen de wapens op en gebruiken geweld. Maar daarnaast is er een grote groep die moet optreden als kok of spion", aldus Henon.

Trauma kan leiden tot ontspoorde jongeren

De onrechtstreekse slachtoffers lopen optot tientallen miljoenen wereldwijd. Alleen in Syrië zijn er op dit moment al 2.000.000 kinderen het slachtoffer van de aanslepende oorlog. Door het geweld hebben zij geen toegang tot gezondheidszorg en onderwijs. Ze zijn getuige van gruwelijke taferelen die op hun netvlies staan gebrand, waardoor ze een trauma oplopen en getekend door het leven moeten.

"De psychologische impact van opgroeien in een omgeving waar de bommen letterlijk naar beneden vallen, is groot. Daarom pleit Unicef ervoor om in oorlogsgebieden zo snel mogelijk van start te gaan met het oprichten van scholen. Met onderwijs willen we verder gaan dan 'dingen bijleren'. We zetten noodscholen op waar kinderen therapeutische begeleiding krijgen. Praten of op een creatieve manier omgaan met emoties helpt. Daarnaast is de dagelijkse structuur die ze door onderwijs meekrijgen noodzakelijk."

Onmiddellijke opvang van kinderen is essentieel om een naoorlogse samenleving met ontspoorde jongvolwassenen te vermijden, zegt ook de organisatie War Child. Onverwerkte trauma's kunnen uitgroeien tot stress, nachtmerries en in het slechtste geval zelfs leiden tot depressies.

Kleurrijke landmijnen trekken kinderen aan

Op dit moment zijn er 20 miljoen kinderen op de vlucht voor een conflict. Sommigen met hun familie, maar ook ontheemde kinderen die hun ouders verloren, zitten in vluchtelingenkampen of dwalen rond in grensgebieden.

Wereldwijd gaan 67 miljoen kinderen niet naar school. Meer dan de helft daarvan leeft in een conflictsituatie door oorlog of ramp.

Verspreid over 79 landen liggen er 110 miljoen landmijnen in de grond. Kinderen worden aangetrokken door kleurrijke 'balletjes' die ze als speelgoed zien. 42% van de slachtoffers van landmijnen zijn dan ook kinderen.

'Rekening houden met waardigheid van kind'

Op dagen als Dag van de Wereldvrede (21 juni) en Internationale Dag voor de rechten van het Kind (20 november) lijkt de focus op oorlogskinderen beperkt. "Toch blijven zulke themadagen noodzakelijk als kapstok om extra aandacht te krijgen. Financiële steun kunnen we altijd gebruiken. En ook het lobbywerk bij zowel de Belgische overheid als op internationaal niveau, blijft belangrijk", stelt Henon.

"Want vandaag hebben burgers een brede toegang tot informatie. Ze kunnen verschillende kanalen aanwenden om op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gebeurt. Dat heeft als voordeel dat de Belg erg goed is geïnformeerd. Maar tegelijkertijd werkt het gewenning in de hand. Doordat televisiekijkers geregeld beelden van kinderen in oorlogsgebieden voorgeschoteld krijgen, zijn ze minder snel verontwaardigd."

Als het aankomt op donaties worden mensen, mede door de economische crisis, steeds kritischer. Ze stellen zich de vraag of hun geld wel op de juiste plek terechtkomt. "Daar komt nog eens bij dat oorlogssituaties minder oplevert dan bijvoorbeeld vaccinatiecampagnes. Jammer genoeg slaat een concreet positief verhaal beter aan, dan een oorlog die in het hoofd van veel westerlingen 'de overheid zelf heeft uitgelokt'."

"En uiteraard moeten ook wij als organisatie een evenwicht vinden. We willen mensen informeren en mobiliseren, maar we willen niet choqueren met confronterende beelden. We proberen steeds rekening te houden met de waardigheid van kinderen."

Onze partners