Ewald Pironet
Ewald Pironet
Senior writer van Knack
Opinie

04/01/11 om 14:23 - Bijgewerkt om 14:23

Volg de juiste gids

Wat moeten we doen om onze welvaart te behouden? Veel economen en politici willen dat we het Duitse voorbeeld volgen, waar een politiek van strakke loonmatiging werd gevoerd. Terecht?

Over één zaak is nagenoeg iedereen het eens: om de financieel-economische uitdagingen die ons te wachten staan het hoofd te kunnen bieden, zijn economische groei en een hogere werkgelegenheid noodzakelijk. Vraag is hoe we die kunnen bereiken. Heel wat politici en economen kijken vol bewondering naar het economisch beleid dat het voorbije decennium in Duitsland werd gevoerd, met een doorgedreven loonmatiging als speerpunt. Ook Pieter Timmermans, directeur-generaal van de werkgeversfederatie VBO, prijst het Duitse voorbeeld: 'Eerst herstel je de concurrentiekracht, dan krijg je weer groei en komt er weer ruimte voor loonsverhogingen.'

Ook N-VA-voorzitter Bart De Wever gelooft in het Duitse model, zoals bleek uit het befaamde interview dat onlangs in Der Spiegel verscheen: 'In 2003 verklaarde de Duitse econoom Hans-Werner Sim dat Duitsland de zieke man van Europa was. De redenen die hij daarvoor aanhaalde, zijn vandaag perfect toepasbaar op ons land. De hoge loonkosten, de competitiviteit van de industrie, de werkloosheidsgraad, de hoogte van de belastingen. Duitsland is nu de locomotief van Europa omdat het vier grote economische hervormingen heeft doorgevoerd, wij niet.'

Je hoort het steeds vaker: laten we doen zoals in Duitsland en eerst de lonen matigen, zodat er ruimte komt voor innovatie en vorming, en de economie kan groeien. Daarna kunnen we de lonen optrekken en dus de koopkracht verhogen. Maar werkt die strategie ook? Is Duitsland wel de locomotief van Europa? De Gentse professor Freddy Heylen plaatste daar in ons zusterblad Trends al vraagtekens bij en nu publiceerde hij daarover een studie (te vinden op: www.sherppa.be dan doorklikken op 'members' en dan op Heylen). Duitsland mag in 2010 wel een sterke groei gekend hebben en de werkloosheidsgraad mag er sterk gedaald zijn, toch toont Heylen met cijfers aan dat Duitsland op vele fronten maar zeer matig presteert. Onze oosterburen zijn geen hoogvliegers in onderzoek en ontwikkeling, noch op het vlak van productiviteit. Zelfs de werkgelegenheidscijfers vallen bij nader inzien tegen. Duitsland is met andere woorden níét die locomotief waarvoor het zo vaak gehouden wordt.

Heylen heeft serieuze bedenkingen bij de Duitse politiek van loonmatiging. Met loonmatiging creëert een land wel voor eventjes een voorsprong op andere landen, maar het model is nefast naarmate steeds meer landen het navolgen. Dan verzeil je immers in een opbod van loonmatiging, wat uiteindelijk niet leidt tot een versterking van de concurrentiekracht, maar wel tot een verarming van steeds meer mensen, met als gevolg dat de binnenlandse vraag terugvalt, wat natuurlijk niet goed is voor de economie.

Nog belangrijker is dat een strategie van loonmatiging geen antwoord biedt op de grote uitdagingen waar alle geïndustrialiseerde landen en zeker België voor staan, namelijk het opvangen van de vergrijzingskosten en het afbouwen van de overheidsschuld. De strategie van loonmatiging lijkt ook in Duitsland niet te leiden tot de noodzakelijke structurele economische groei en hogere werkgelegenheid.

Uit de studie van Heylen blijkt dat er een alternatief is voor de Duitse aanpak, want op zowat elk terrein scoren de Scandinavische landen beter dan onze oosterburen. Denemarken, Zweden, Finland en Noorwegen trokken niet de kaart van loonmatiging, maar zetten in op vorming, op onderzoek en ontwikkeling, op innovatie. Ze illustreren ook dat hogere lonen en hogere werkgelegenheid geen tegengestelden hoeven te zijn. Willen we op lange termijn onze welvaart behouden, dan zijn de Scandinavische landen een veel betere gids dan Duitsland.

Ewald Pironet

Onze partners