15/06/10 om 10:14 - Bijgewerkt om 10:14

Twee blokken

Het verkiezingsresultaat van afgelopen zondag heeft alvast het voordeel van de klaarheid.

Afgelopen zondag heeft de Vlaamse kiezer het signaal herhaald dat hij in juni 2007 en in 2009 al via zijn stembiljet had gegeven, alleen deed hij het ditmaal nog wat krachtiger.

Volgens academici, met hun wetenschappelijke onderzoeken in de hand, hadden de Vlamingen in 2007 helemaal geen communautaire eisen geformuleerd, laat staan dat zij zouden hebben aangestuurd op een grote staatshervorming. En bijgevolg werd ook betwijfeld dat de regionale uitslag van juni 2009, met forse winst voor de N-VA van Bart De Wever, op een communautaire bezorgdheid van de kiezers duidde. Want partijen zoals de N-VA dienen vaak - zoals de Volksunie, het FDF en het RW in een verder verleden - 'als een megafoon voor een of ander protestgedrag'. Zo stond het in de ingezonden opiniestukken.

'De toekomst gaat vanzelf, het heden is onbekend', luidt de bekende versregel van John Ashbery. Het CD&V-establishment heeft het heden nooit in kaart gekregen. Dat onvermogen zorgde ervoor dat Yves Leterme met zijn machteloze regering zichzelf en zijn partij naar een historisch dieptepunt voerde. De christelijke arbeidersbeweging, de aandrijfas van CD&V, heeft die omslag in de stemming te lande niet gezien en dacht haar zaken en haar belangen op de oude wijze te kunnen blijven beredderen.

Men was er nogal gerust op. Er is bijvoorbeeld geen nota bekend van een ACV-studiedienst waarin nieuwe staatshervormende ideeën worden gelanceerd om het federale land op de sporen te houden, of waarin de onvermijdelijke hervorming van de sociale zekerheid wordt bekeken.

Een jonge blaag van een voorzitter, Alexander De Croo van Open VLD, deed uiteindelijk wat Leterme zelf in 2007 al had moeten doen: de federale coalitie opdoeken. Enkele maanden in de regeringskeuken waren voor De Croo voldoende om zijn vertrouwen in premier Leterme en in zijn eigen Franstalige liberale evenknie Didier Reynders op te zeggen.

Het verkiezingsresultaat van afgelopen zondag heeft alvast het voordeel van de klaarheid. Zowel in Vlaanderen als in Franstalig België zijn met de N-VA en de PS twee duidelijke blokken ontstaan.

In die zin roept de voorbije verkiezing herinneringen op aan die van december 1987. Toen had PS-voorzitter Guy Spitaels de Voerense burgemeester José Happart voor de partijkar gespannen om de rooms-blauwe regering, die de mond vol had van de zogenaamde 'reconductie', de voorzetting van haar beleid, te slopen. Premier Wilfried Martens moest die verkiezingszondag naar de stembus langs een haag van spandoeken met daarop: 'Met Martens Acht, Happart aan de macht.' Het werd een grimmige verkiezingsnacht.

Spitaels beriep zich na zijn zege - net als Elio Di Rupo vandaag - op de eigen 'politieke familie' om, zeer tegen de zin van premier Wilfried Martens, de formatie van een nieuwe rooms-rode regering af te dwingen. Die inbraak van Spitaels, die naderhand de Waalse regering ging leiden, maakte dan weer de latere staatshervormingen van Jean-Luc Dehaene mogelijk.

Een federale regering zonder de N-VA van Bart de Wever en de PS van Elio Di Rupo is vandaag zelfs geen optie - MR-voorzitter Didier Reynders had dat snel begrepen. Dat legt een zware druk op de twee partijkopstukken, die bovendien beseffen dat er geen tijd te verliezen valt.

Maar eerst moet het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde van de baan. De Wever weet dat Di Rupo, en de Waalse regionalisten achter hem, de toekomst van het sociaal systeem, de instandhouding van een transparante solidariteit tussen Noord en Zuid en de economische relance van Wallonië hoger plaatsen dan de belangen van een aantal welgestelde FDF-kiezers in de Vlaamse Rand. Bij de PS keken ze trouwens geamuseerd naar de tricolore verkiezingscampagne die CDH-voorzitter Joëlle Milquet een zetel kostte.

Als De Wever en Di Rupo elkaar vinden, ergens langs de boorden van de Maas, krijgt Kris Peeters misschien alsnog zijn copernicaanse revolutie. Elio Di Rupo beseft immers dat Wallonië nog lang niet uit de problemen is. Vorige week nog rekende de Naamse econoom Robert Deschamps voor dat Wallonië ver achter blijft bij de rest van België.

Ondanks enkele hoopgevende signalen, zoals een daling van het aantal werkzoekenden en toenemende buitenlandse investeringen, is er volgens Deschamps nog lang geen sprake van een duurzame Waalse heropleving. Wallonië, zegt de professor, steunt al te veel op overheidsinvesteringen, en het moet dringend werk maken van de kwaliteit van het onderwijs.

Dat kost veel geld, net zoals de herfinanciering van Brussel. Bij de PS weten ze al precies hoeveel. Bart De Wever zal dat de komende dagen vernemen.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners