Leo Neels
Leo Neels
Docent Mediarecht aan de K.U. Leuven en UAntwerpen en algemeen directeur van de denktank Itinera.
Opinie

17/03/11 om 08:43 - Bijgewerkt om 08:43

Troelajournalistiek

Journalistiek hoeft geenszins saai, reuk- geur- en smaakloos te zijn om kwaliteitsvol te zijn.

Tunesië, Egypte, Libië, Japan: de journalistieke selectie wordt op een vanzelfsprekende wijze gedicteerd door de omvang, het belang, de pertinentie van gebeurtenissen. Die verliezen ook snel hun relevantie en verdwijnen met de snelheid waarmee ze arriveerden: wie spreekt nog over Haïti, Nieuw-Zeeland, New South Wales? Het zijn de gevolgen van de harde wetten van nieuwsselectie. Nieuw, belangrijk en belangwekkend - zo worden vaak de pertinente criteria samengevat.

In werkelijkheid sluit die opvatting naadloos aan bij Journalistic Social Responsibility, alsof de journalistiek de voorloper was van Corporate Social Responsibility: de opvatting dat maatschappelijke relevantie wordt nagestreefd, dat die informatie wordt weerhouden die de meeste waarde betekent voor actieve burgers in de samenleving, en dat ze ook zo wordt gepresenteerd dat waarde en waarden primeren. Dat is al vele jaren de stelling van het Project for Excellence in Journalism. Het hoeft er niet toe te leiden, aldus PEJ, dat goede journalistiek enkel gaat over de grote politiek of openbare veiligheid, maar anderzijds moeten redacties er zich wel bewust van zijn dat "...journalism overwhelmed by trivia and false significance ultimately engenders a trivial society" (journalism.org/resources/principles).

Vele redacties te lande leveren dagelijks de veldslag voor de optimale keuze. Degenen die verantwoordelijkheidszin aan de dag leggen en de tijd nemen om af te wegen, om te overwegen, om waarde te hechten aan waarde: informatieve waarde, maatschappelijke waarde, ethische waarde. Naast degenen wier ambitie voornamelijk uitgedrukt wordt in hoeveelheden - hoeveelheden kopers, lezers, luisteraars, kijkers, papier, kijkcijfers, oplage, uiteindelijk vertaald in de kapitale hoeveelheid, geld.

Redacties die knokken voor métier, tijd, kader, afweging, evenwicht ook, ondervinden vaak dat het publiek ook massaal openstaat voor de formats die sensatie verkiezen - de formats die advertenties en kopers aantrekken. Veel stemmen pleiten voor kwaliteit, doch het publiek is ook gauw verleid door rommel. Veel redacties houden toch stand, en slagen er regelmatig in de kwaliteitsopties goed te vrijwaren en ze succesvol bij het publiek te brengen. Moeilijk hoor, goede media en goede journalistiek. Ook moeilijk: goed publiek.
De moeilijkheid vergroot door de branchevervaging van de formats. Elk onderwerp kan de voorpagina krijgen of het journaal openen, praatprogramma's koppelen redactionele inhoud aan entertainment, met lifeband toe, entertainmentprogramma's spelen met journalistieke werkwijzen (Basta!), en personen gaan omwille van smoel, figuur of boezem celebrityjournalistiek beoefenen - Oprah Winfrey achterna. De hoeveelheid onzin die Oprah-gewijs aan het Amerikaans publiek is opgesolferd is weerzinwekkend, doch haar kassa en die van de syndicated stations die haar truukje uitzenden rinkelt 7 dagen per week, 24u per dag. Dat inspireert. Troelajournalistiek, het zou een contradictio in terminis horen te zijn, maar is het niet. Selectiecriterium voor items zijn dan de buik en ingewanden, de emo en de ongeremde zoektocht naar onzin, publiek en kassa. Geen enkel onderwerp wordt uit de weg gegaan, zo nemen journalistieke profs het kritiekloos over, zonder te zien dat hun vak wordt gekaapt. NBC-journalist Ron Steinman (digitaljournalist.com, April 2005) waarschuwde voor het risico dat enkele bevoorrechte bekende namen de echte journalisten met een bedenkelijke reputatie zouden opzadelen. Journalistiek, aldus de analyse, raakt in formats en zeden en gewoonten gecontamineerd door entertainment. News is iets anders dan News Theater, aldus Thomas Griffin ( Sins of Celebrity Journalism, Time 16 juli 1984). In The New York Observer (6 april 2009) hekelde Matt Haber The Scary Rise of Celebrity Journalism Dilettantes.

Journalistiek hoeft geenszins saai, reuk- geur- en smaakloos te zijn om kwaliteitsvol te zijn, dat zou een misplaatste dooddoener zijn. Er zijn zeer geslaagde combinaties van aangename vorm en degelijke inhoud. Veel kranten-, bladen-, radio- (De ochtend!) of tv- kopij (Reyers Laat!) tonen dat het kan; Terzake kwam al van ver terug, soms nog te weifelend. Maar er wordt aan gewerkt, en luisteraars, lezers en kijkers blijven aan boord - terwijl ze hun overspelige nieuwsgierigheid ook elders bij de troelaformats laven.
Leo NEELS Mediarecht ULeuven en UAntwerpen

Onze partners