06/09/11 om 12:11 - Bijgewerkt om 12:11

Politiek denkwerk

Samen met de voorzitter van JONGCD&V Pieter Marechal schreef senator en hoogleraar Rik Torfs een christendemocratisch manifest.

Wie mooi wil zijn, moet leiden luidt de titel van het denkstuk. Want veeleer dan een manifest is het boekje een reflectie op de staat van de christendemocratie. De auteurs zelf spreken van een discussieboek.

Of het boek van Torfs en Marechal de discussie binnen de CD&V-gelederen zal bevorderen, valt nog af te wachten. De lectuur zal in de eigen rangen zeker leiden tot wenkbrauwgefrons. Zo komen de auteurs tot de toch wel eigenaardige vaststelling (blz 58): 'De christendemocratie verwierp de emancipatiebeweging niet expliciet, maar omarmde haar evenmin.' Alvast Miet Smet zal deze passage met enige verontwaardiging aanstrepen.

Als de christendemocratie al één verdienste heeft gehad, dan is het wel de emancipatiebeweging die ze na de oorlog op tal van terreinen op gang heeft gebracht, met het stemrecht voor vrouwen als een van de hefbomen.

Met de uitbouw van de sociale zekerheid en de democratisering van vooral het hoger onderwijs hebben de christendemocraten, in samenwerking met de socialisten en het hele middenveld, na de Tweede Wereldoorlog België - en Vlaanderen in het bijzonder - letterlijk van de kant geduwd.

Het stond allemaal al geformuleerd in het christendemocratische Kerstprogramma van 1945, dat tot op vandaag een indrukwekkend werkstuk blijft.

'De christendemocratie is zonder meer de belangrijkste naoorlogse politieke stroming in Europa', herhaalt de Duits-Amerikaanse politicoloog Jan-Werner Müller meermaals in zijn indrukwekkende Contesting Democracy. Die christendemocratie heeft niet alleen de verzorgingsstaat op de sporen gezet, ze legde ook de basis van de Europese Unie. Op een bepaald moment waren zowat alle staatshoofden en regeringsleiders van de originele zes van de Europese Gemeenschap van christendemocratische signatuur.

Daarom alleen al verdient de christendemocratie beter dan wat politiek denkwerk op een drafje, waarvan Wie mooi wil zijn, moet leiden een voorbeeld is. Veel verder dan wat losse bedenkingen over de oorzaken van het electorale verval van de christendemocratie komen de auteurs niet. Ook de richtlijnen voor de toekomst blijven steken bij wat vrijblijvend gebabbel. De auteurs betogen niet veel meer dan dat we, om de restanten van de verzorgingsstaat te bewaren, langer zullen moeten werken, dat de politiek op lange termijn moet denken en de burgers de waarheid moet durven zeggen.

De drie traditionele families worstelen met hetzelfde probleem. Alle drie hebben ze de voorbije decennia hun ideologische veren afgeschud. De drie zijn gaandeweg opgeschoven naar wat indertijd de stichters van het Nederlandse D66 poneerden: 'Niet beginselloos, maar wel ideologieloos' - zeker als die ideologie een buitenpolitieke levensbeschouwing veronderstelt. Met ideologische armoede tot gevolg.

Vandaag trachten de liberalen een uitweg te vinden uit het moeras van het neoliberalisme waarin ze verzeilden en zoeken de socialisten de uitrit van de Derde Weg die door Bill Clinton en Tony Blair werd uitgestippeld. Zo proberen de christendemocraten opnieuw aansluiting te vinden met hun beproefde concept van de verantwoordelijke samenleving.

Alleen hebben de partijen niet langer de politieke, economische en sociale hefbomen in handen. De opstellers van het Kerstprogramma konden rechtstreeks ingrijpen in de economie, in de staatsfinanciën, in de sociale programma's. Vandaag hebben de nationale partijen geen greep meer op dit soort beslissingen. Die worden nu elders genomen door supranationale instanties waarvan een van de leiders, Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso die bovendien tot de christendemocratische familie behoort, ooit zei dat er geen probleem is met de verzorgingsstaat, maar dat de verzorgingsstaat het probleem is. Diezelfde Barroso heeft er evenwel geen moeite mee dat de banken hun casinoverliezen afwentelen op de burger die, volgens hem, boven zijn stand leeft.

Over dit alles hebben de auteurs van Wie mooi wil zijn moet leiden weinig te vertellen. Zoals de auteurs ook geen aandacht hebben voor de aanzwellende onderklasse, onder wie heel wat jongeren, die Europa laat ontstaan in zijn grote steden. Een onderklasse die stilaan losgekoppeld raakt van de rest van die Europese samenleving. Kennelijk vallen die havenots buiten de emancipatiebeweging die Torfs en Marechal op het oog hebben.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners