Ewald Pironet
Ewald Pironet
Senior writer van Knack
Opinie

28/02/11 om 19:38 - Bijgewerkt om 19:38

Onvermijdelijke discussie

Of het nu gaat over een nieuwe staatsstructuur of over de noodzakelijke besparingen om de vergrijzingskosten op te vangen: steeds komt de sociale zekerheid in beeld. Maar hoe geldverslindend is eigenlijk onze sociale zekerheid?

Bij fundamentele discussies over ons staatshuishouden kom je vroeg of laat altijd uit bij de sociale zekerheid. Het gaat er dan om of er niet te veel geld wordt uitgegeven aan werkloosheiduitkeringen, ziekteverzekeringen en pensioenen, maar ook aan diverse vormen van loopbaanonderbreking of uitbreiding van het ouderschapsverlof. En of deze vormen van solidariteit wel op de meest efficiënte manier geregeld zijn. In ons land rijst dan steeds de vraag op welk niveau de sociale zekerheid het best georganiseerd wordt, federaal of regionaal. Want er gaat veel geld om in onze sociale zekerheid. In 2009 werd er 88,2 miljard euro uitgegeven. Die uitgaven om sociale risico's te dekken, stijgen ook snel. In 2007 werd er in totaal nog 'maar' 76,9 miljard euro uitgegeven.

Onze sociale zekerheid heeft bij velen de naam van een big spender te zijn: we zouden nogal gul omspringen met geld voor allerlei sociale voorzieningen. En bij besparingen zou daar dan ook makkelijk veel geld te rapen zijn. Maar is dat ook zo? Vorige week werd een brochure gepresenteerd die de uitgaven van de socialezekerheidssystemen in de verschillende landen van de Europese Unie met elkaar vergelijken. Dit bijzonder interessante werkstuk kreeg nauwelijks aandacht in de pers, maar kan makkelijk gedownload worden op de site van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid (www.socialsecurity.fgov.be), bij 'publicaties' (titel van de brochure: Sociale bescherming in België: ESSOBS data voor België).

Wat blijkt? In 2007 besteedde België 26,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp, wat we met zijn allen aan goederen en diensten produceren) aan uitgaven voor sociale bescherming. Daarmee zitten we nauwelijks boven het gemiddelde van de 27 landen van de Europese Unie, waar 26,2 procent van het bbp werd uitgeven voor sociale bescherming. Als alleen gekeken wordt naar de uitgaven van de 15 'oude' EU-lidstaten, zitten we zelfs duidelijk lager, want zij gaven gemiddeld 29,2 procent van het bbp uit in de sociale zekerheid. En ook in vergelijking met onze buurlanden geven we minder uit, want Duitsland besteedde 27,7 procent van zijn bbp aan sociale bescherming, Nederland 28,4 en Frankrijk zelfs 30,5 procent. Het vaak geschetste beeld van België als een verzorgingsstaat die uit zijn voegen barst, klopt dus niet. We blijken gewoon een middenmoter in Europa.

Als we de verschillende posten van de sociale zekerheid tussen de EU-landen vergelijken, blijkt dat België heel weinig geld besteedt aan sociale huisvesting, dat we zeer zuinig zijn met onze pensioenen en dat we met onze gezondheidsuitgaven rond het Europese gemiddelde zitten. Eén uitgavenpost in onze sociale zekerheid loopt echt de spuigaten uit: de werkloosheid. Terwijl het gemiddelde in Europa, zowel van de 27 als 15 landen, hiervoor 1,3 procent van het bbp bedraagt, gaat bij ons 3,3 procent op aan werkloosheid. Nergens in Europa ligt dat hoger. Dat komt vooral omdat in ons systeem de werkloosheiduitkering niet beperkt is in de tijd, al gebied de eerlijkheid te vermelden dat langdurige werklozen in andere landen vaak in andere stelsels terecht komen. Maar toch, het feit dat er in ons land zo weinig mensen op arbeidsleeftijd echt actief zijn, laat duidelijk zijn sporen na in de uitgaven van de sociale zekerheid. Hoe de werkloosheidsuitkeringen in de tijd kunnen worden beperkt en hoe het arbeidsmarktbeleid het best verder geregionaliseerd wordt, zijn dan ook discussies die we niet langer uit de weg kunnen gaan.

Ewald Pironet

Onze partners