Ewald Pironet
Ewald Pironet
Senior writer van Knack
Opinie

24/05/11 om 15:13 - Bijgewerkt om 15:13

Een einde aan de arrogantie

Na het ontslag van IMF-topman Dominique Strauss-Kahn werd druk gediscussieerd over de nationaliteit van de opvolger. Jammer genoeg nog niet over de toekomstige rol van het IMF.

Het Internationaal Monetair Fonds en zijn directeur-generaal Dominique Strauss-Kahn zijn niet alleen. De laatste tijd komen steeds meer onaantastbaar gewaande instituten en hun hoogste gezagsdragers in opspraak wegens normvervaging. De bankiers van de meest gereputeerde banken hadden zo'n grote geldhonger dat ze de hele economie in een diepe crisis stortten. Geestelijken gaven zich over aan pedofilie, hun oversten grepen niet in, en zo dompelden ze de kerk in een grote crisis. En nog een voorbeeld van een heel andere orde, maar eigenlijk gaat het om hetzelfde fenomeen van topmensen die zich onaantastbaar wanen: sterrenrestaurants blijken in ons land leidingwater te verkopen tegen 9 euro per fles - hoe lang nog dulden klanten zulke praktijken?

Dominique Strauss-Kahn lijkt ook gedacht te hebben dat hij onaantastbaar was. Hij is nog niet veroordeeld, maar de aanklachten tegen hem zijn in elk geval niet mals. Poging tot verkrachting is er maar één van. Hij riskeert in de VS tot 70 jaar celstraf. Toen hij als gevolg daarvan ontslag nam bij het IMF, brak er een discussie los over wie hem moet opvolgen. Daarbij ging het vooral over de nationaliteit van de nieuwe directeur-generaal, niet over de capaciteiten waarover die moet beschikken en al helemaal niet over de rol die het IMF in de wereld moet vervullen.

Nochtans is dat debat onafwendbaar. Het IMF ontstond na de Tweede Wereldoorlog en moest de wereldeconomie er weer bovenop helpen. Het moest de internationale monetaire samenwerking bevorderen, net als de groei van de wereldeconomie en de economische stabiliteit in de wereld. Het IMF moest ook middelen ter beschikking stellen van landen met betalingsmoeilijkheden.

Op dit ogenblik wordt het IMF nog steeds gedomineerd door de westerse industrielanden, met name de VS. Maar de wereld is veranderd. Groeilanden als China, India en Brazilië winnen aan belang. Als het IMF met geld over de brug komt, legt het nog steeds zeer strenge, neoliberale eisen op: er moet werk worden gemaakt van meer vrije markt en van de privatisering van publieke ondernemingen. De vraag is met welke pretentie het Westen en zeker de VS die maatregelen opleggen, want datzelfde Westen en zeker de Angelsaksische landen en de VS worstelen zelf met torenhoge schulden. Maar daar is het IMF blind voor. Het is zoals de topmanager van Bekaert, Bert De Graeve, onlangs in dit blad over 'het ongelooflijk arrogante Westen' zei: 'We kunnen maar niet aanvaarden dat ons westerse politieke en economische systeem misschien toch niet het beste is, en dat andere landen zelfs andere waarden kunnen hebben.'

Veel belangrijker dan de discussie of de nieuwe IMF-topman/-vrouw nu uit Europa of uit een van de nieuwe groeilanden moet komen, is het debat of het neoliberale geloof dat het IMF onder invloed van de Angelsaksische wereld aanhangt, wel alleenzaligmakend is. Als de westerse industrielanden, met de VS op kop, die discussie uit de weg blijven gaan en halsstarrig blijven vasthouden aan hun grote eigen gelijk, gaan ze dezelfde weg op als de banken die geen oog hadden voor het onfatsoenlijke winstbejag van hun topmensen. Of als de kerk die geen aandacht had voor het onfatsoenlijk gedrag van sommige kerkleiders. Of als de sterrenrestaurants die er geen graten in zien om onfatsoenlijk veel geld te vragen voor leidingwater. Het IMF zal dan ongeloofwaardig worden en in een diepe crisis verzeilen.

Onze partners