07/11/10 om 13:46 - Bijgewerkt om 13:46

Wie wint AKO Literatuurprijs 2010?

Vanavond wordt de winnaar van de AKO bekendgemaakt: David Van Reybrouck, Tom Lanoye of toch Kees B, Kees wie?

Wie wint AKO Literatuurprijs 2010?

Vanavond kent juryvoorzitster Femke Halsema de AKO Literatuurprijs 2010 toe aan Kees van Beijnum. Que? Kees wie? Kees van Beijnum, schrijver van het als Nederlands polderdrama omschreven boek Een soort familie, waarover in Vlaanderen verder zo goed als niets werd vernomen, proficiat.

Schande, neergang, zijn ze nu helemaal bezopen daar in Haarlem? Finaal de mist in van een verwilderst westen? Het is maar een pronostiekje, natuurlijk. Maar dat krijg je als je van de literatuur een wedstrijdje maakt: België-Holland, om de spanning te verhogen. Driftig turvend hoeveel landgenoten op de tip- en later toplijst stonden (resp. 8 van de 25 en 3 van de 6 genomineerden), werden de Nederlandse kanshebbers in onze Vlaamse media feestelijk over het hoofd gezien. Ook over Onze lieve vrouwe van de schemering van Willem Jan Otten, nochtans een verrukkelijke essaybundel over geloof en film, verbeelding en weten, werd in Vlaanderen bijna niet gerept. En als dat wel zo was met Meer dan een minnaar van Oscar Van den Boogaard, lag dat minstens voor een deel aan het feit dat zijn roman in Sint-Martens-Latem speelt en dat de schrijver halftijds in België woont. 'Zelfs de Nederlandse nominaties kleuren een beetje Vlaams', schreef De Standaard trots over haar 'vaste medewerker'.

Vlaamse zelfgenoegzaamheid en onverschilligheid, dus? Ach, laten we ophouden met die makke dooddoeners. Als de twee grote favorieten, David Van Reybrouck met Congo. Een geschiedenis en Tom Lanoye met Sprakeloos, straks tegen alle verwachtingen in naast de gaai zouden grijpen, zal dat omgekeerd immers evenveel liggen aan een Nederland dat het stilaan moe is om zijn prijzen naar Vlamingen te zien gaan - Verhulst, Mortier, Dewulf. Het gidsland is de weg kwijt, zoals men hier wel eens grimlachend beweert. Winst voor outsider Van Beijnum, die over de fatale ontworsteling van een jongeman schrijft aan het progressieve gedachtegoed van zijn ouders, past in die zin perfect in de logica van Nederland dat naar zichzelf op zoek is.

Zou het ook een terechte winnaar zijn? Dat hangt af van hoe de Vlaams-Nederlandse jury haar taak opvat. Is een prestigieuze prijs als de AKO een schoonheidswedstrijd, zoals de voorafgaande afvalrace toch suggereert? Dat zou niet alleen een anachronisme zijn, nu elkeen weet dat kunst en schoonheid niet objectief samenvallen, maar vooral ook een gemiste kans. Of men nu voor of tegen het bijhorende circus is, prijzen als de AKO zijn telkens een uitgelezen kans om de literatuur, voorbij de eigen kringetjes, in te bedden in de brede samenleving. Om haar te profileren als een grappige of donkere spiegel die in verband staat met wat in de samenleving leeft, direct of indirect (als dat juist zinvoller is).

In die zin ware winst voor van Beijnum zeker te verdedigen. Ook voor Vlamingen, die zo naast een blinde vlek in hun media ook het zelfzoekende Nederland beter zouden leren kennen. Alleen kan de AKO dan even goed naar de fijnzinnige familieroman De bloemen van Koen Peeters gaan, die via de Kempense figuur van zijn vader het verdwijnen van God en natuur in een vooruitgangsdriftig Vlaanderen portretteert. En die, anders dan Van Beijnum, die tot nog toe alleen Amsterdamse stadsromans schreef, ook om zijn systematisch oeuvre te prijzen valt. Van erven, zijn vader en hoe het verleden in het heden opgaat, was pakweg in Acacialaan (2001) al sprake. Gelukkig kreeg Peeters vorige week al de F. Bordewijk-prijs voor De bloemen.

Zijn boek mag dan immers een uitmuntend voorbeeld zijn van de zoektocht naar omgaan met wat verdwijnt, geschiedenis of familie, die zowat de hele toplijst van 2010 typeert. Vraag is of Peeters en co kunnen opwegen tegen de beide mijlpalen die Van Reybrouck en Lanoye hebben geschreven. Over het meer dan leemtevullende Congo. Een geschiedenis van Van Reybrouck weet men dat intussen: hij kreeg er ook vorige week de tweejaarlijkse Jan Greshoff-prijs nog voor, nadat hij eerder de eerste Libris Geschiedenis Prijs in de wacht sleepte. Misschien is die prijzenregen echter ook een reden om hem de AKO niet toe te kennen. Verdiend ware het sowieso wel en 50.000 ¤ is allicht welkom, maar qua maatschappelijke weerklank heeft zijn boek met een nieuwe prijs niet zoveel meer te winnen. Dan zijn de vertalingen die op stapel staan van meer belang.

Bij Lanoye ligt dat iets anders. Sprakeloos wordt weliswaar verfilmd en aan aandacht of lof had het sowieso al geen gebrek, maar het literaire belang van dit boek mag nog wel eens onderstreept worden. Dat ligt namelijk, meer dan in Lanoyes geroemde verbositeit, in de manier waarop hij via een persoonlijk, haast naakt document een maatschappelijke problematiek ter sprake brengt (dementie, afasie) waar te weinig woorden voor bestaan. Zo wint de literatuur, en niet alleen zij.

Tom Van Imschoot

Onze partners