Michaël Vandebril - Het vertrek van Maeterlinck

03/02/12 om 14:48 - Bijgewerkt om 14:48

Vandebril beschrijft in zijn gedichten een tussentijd. Hij schrijft verzen waarin hier en daar iets verdachts pulseert, maar die verder een schijnbaar harmonische flow volgen.

Michaël Vandebril - Het vertrek van Maeterlinck

Uitgeverij: Bezige Bij Antwerpen

Aantal pagina's: 80

Prijs: 19,95 euro

ISBN: 978-90-854-2295-2

Michaël Vandebril -  Het vertrek van Maeterlinck

Mijn lievelingsgedicht uit Het vertrek van Maeterlinck is Orakel, waarin Michaël Vandebril zingt als in een duister labyrint.

De zon staat hoog, geliefden zijn in een donker vormenspel verwikkeld en er dreigt gevaar. Er is geen weg meer terug . Dit gedicht is typisch voor de bundel.

Vandebril beschrijft in zijn gedichten een tussentijd. Hij schrijft verzen waarin hier en daar iets verdachts pulseert, maar die verder een schijnbaar harmonische flow volgen.

Mooi is dat Vandebril in dit soort poëzie kiest voor een lange, vastgelegde regellengte die zijn verzen zacht doet kabbelen. Minder mooi is dat de uitgever niet gekozen heeft voor een breder boekformaat, waarin deze elegantie volledig tot zijn recht was gekomen.

Het vertrek van Maeterlinck is - zeker voor een debuut - een ambitieuze bundel. Niet alleen is het boek tweetalig, maar Vandebril heeft ook gastschrijvers aangezocht om vijf van zijn gedichten aan te vullen.

Soms levert zo'n gastauteur adembenemende wendingen, zoals Doina Ioanid in Het land II: 'mijn rechter- en jouw linkerkant plakken aan elkaar als twee mosselschelpen.' Soms dreigt het een stijloefening te worden en balanceert Vandebril boven de afgrond van het maniërisme. Vallen doet hij nooit.

Lies Van Gasse

Orakel

er is geen weg meer terug nu je lichaam zich voor me opent zoals de zwarte aarde

je handen bewegen als een jonge bloem mijn vorm omlijnend met zachte snelle trekken

je haar ruikt naar een doorzichtige nacht we lopen door verschillende tuinen begroeten elkaar

met andere woorden er is geen weg meer terug neem dat van me aan je armen

ontblote takken die geen vrede nemen met onze kleine raadsels van papier waarmee

ben jij wel bezig vertel me zullen we het redden uit dit labyrint van loof en knoppen

de zon staat hoog we eten eendeneieren wat er te gebeuren staat vlijt zich tegen ons aan

er is geen weg meer terug je slaat me open zoals je met boeken doet en breekt mijn rug

Onze partners