VS-militair moet cel niet in voor moord op 24 Iraakse burgers

25/01/12 om 04:11 - Bijgewerkt om 04:11

(Belga) De hoofdbeklaagde in het proces van het "bloedbad van Haditha", de Iraakse stad waar in 2005 acht Amerikaanse soldaten 24 Iraakse burgers afslachtten, moet de cel niet in. Dat heeft een woordvoerder van het leger dinsdag meegedeeld.

Sergeant Frank Wuterich kreeg drie maanden cel, maar daar moet hij om procedurele redenen geen dag van uitzitten. Daarnaast is hij zijn rang van sergeant kwijt en wordt hij opnieuw gewoon soldaat. De 31-jarige Wuterich was beschuldigd van doodslag, bedreiging en plichtsverzuim - dat laatste omdat hij zijn manschappen zou aangespoord hebben tot een wraakoefening op onschuldige burgers, onder wie drie vrouwen en zeven kinderen, nadat een lid van zijn team bij een aanslag met een bermbom was omgekomen. Maar dinsdag bereikte hij een schikking door schuld te bekennen op de aanklacht van "slordig plichtsverzuim". Daardoor kon hij maximaal nog tot drie maanden militaire cel veroordeeld worden. De sergeant was de laatste in het rijtje die voor 'Haditha' werd vervolgd. Eerder was de gerechtsvervolging tegen zes van de andere Marines gewoon stopgezet. De rechter sprak een zevende VS-soldaat vrij. Oorspronkelijk, in december 2006, was Wuterich vervolgd wegens dertienvoudige moord. Bovendien zou hij zijn ondergeschikten bevolen hebben, de burgers te doden. Voorts zou hij hen na de slachtpartij opgedragen hebben, valse getuigenissen af te leggen. De krijgsraad besloot blijkbaar akkoord te gaan met de schikking nadat de getuigen à charge gezegd hadden dat Wuterich zich volgens het boekje heeft gedragen en de "controle" niet heeft verloren. Hoe het dan toch tot de moord op 24 burgers kwam, werd niet uitgelegd. Wuterich had wel toegegeven, het bevel 'shoot first, ask questions later' te hebben gegeven. (LOR)

Onze partners