Procureurs-generaal leggen prioriteiten in strijd tegen sociale fraude vast

25/10/12 om 16:05 - Bijgewerkt om 16:05

(Belga) Het College van procureurs-generaal heeft in de strijd tegen de sociale fraude de prioriteiten van het openbaar ministerie vastgelegd in een pas verschenen omzendbrief. "Er moet voorrang worden gegeven aan het opsporen en vervolgen van misdrijven betreffende de georganiseerde sociale criminaliteit, dus zowel aangaande uitkeringsfraude als sociale bijdragenfraude", schrijft de omzendbrief voor. Volgens de procureurs-generaal zet de omvang van de sociale fraude "het Belgische socialezekerheidssysteem onder druk".

Het College van procureurs-generaal legde in zijn jongste jaarverslag nog de nadruk op de strijd tegen de sociale, economische en financiële fraude. Met de omzendbrief wil het college, na de inwerkingtreding van het nieuwe Sociaal Strafwetboek, dat er "een eenvormig opsporings- en vervolgingsbeleid kan worden gegarandeerd voor inbreuken op alle sociaalrechtelijke strafbepalingen". De arbeidsauditeurs zullen nu voorrang geven aan twee soorten inbreuken. In de eerste plaats gaat het om "inbreuken op het vlak van de ernstige en georganiseerde fraude, sociaalrechtelijke inbreuken met elementen van economische uitbuiting die kunnen wijzen op mensenhandel, inbreuken betreffende het welzijn van werknemers en waarbij hun gezondheid ernstig in gevaar wordt gebracht, en het belemmeren van het toezicht in bepaalde omstandigheden". De tweede prioriteit gaat uit naar "inbreuken betreffende fraude met sociale bijdragen en uitkeringen". Die categorie omvat onder meer de tewerkstelling van ten minste drie werknemers zonder geldige verblijfsvergunning of arbeidskaart, en de tewerkstelling van ten minste vijf werknemers die niet zijn ingeschreven in de sociale documenten (de zogenaamde DIMONA-aangifte). De omzendbrief trad in werking op 22 oktober. (JDH)

Onze partners