Ongelijkheid in België neemt niet toe

10/04/18 om 16:14 - Bijgewerkt om 16:13

Professor Ive Marx concludeert, na zijn onderzoek van de inkomensevolutie tussen 1985 en 2014, dat de ongelijkheid niet toeneemt in België. Dat legt hij uit in een interview met Knack.

Ongelijkheid in België neemt niet toe

© Belga

'Ik weet dat de meeste mensen denken dat ook in België de ongelijkheid sterk toeneemt, maar dat is onder invloed van wat we in Amerika en elders zien. Wij zijn het tegenvoorbeeld bij uitstek. De economische groei werd bij ons meer verspreid over de bevolkingsklassen dan in andere rijke landen. De wereld zou dus een beetje Belgischer moeten worden', zegt Marx.

Groeien de inkomens van de lagere klassen bij ons meer dan die van de hogere?

IVE MARX: Uit ons onderzoek blijkt dat iedereen er een beetje op vooruit is gegaan. Gemiddeld was er een stijging van de inkomsten van 1,5 procent per jaar. De laagste 20 procent van de bevolking doet het met bijna 2 procent per jaar zelfs iets beter. Opmerkelijk is nog dat sinds het uitbreken van de financiële crisis in 2008 het inkomen van de rijkste 20 procent van onze bevolking er zelfs op achteruit is gegaan. Conclusie: het inkomen van de armen is bij ons procentueel wat meer toegenomen dan dat van de rest van de bevolking. En de laatste tien jaar neemt het inkomen van het rijkste deel van de bevolking eerder af. Daarmee zijn we uniek in de wereld.

Delen

Iedereen kruipt door het slijk om de middenklasse te soigneren

Hoe verklaart u dat?

MARX: Een van de belangrijkste redenen is zeker ons sociaal overlegmodel. De sociale partners spelen een grote rol in ons sociaal-economisch beleid. Werkgevers en werknemers sluiten nog altijd cao's af, waarbij er afspraken over de arbeidsomstandigheden en lonen worden vastgelegd die voor het grootste deel van de bevolking gelden. Daarnaast bestaat er in België nog de automatische indexkoppeling: de lonen volgen de inflatie. Ook daarin zijn we uniek. Dat heeft ervoor gezorgd dat de inkomens van alle bevolkingsklassen decennialang vrij gelijkmatig zijn gestegen.

(...)

Sommigen zeggen dat de vakbonden vooral de verworven rechten willen behouden.

MARX: Het is zeker zo dat onze vakbonden vooral de mensen verdedigen die al een baan hebben, de 'insiders'. Wat willen die? Betere lonen, meer vakantie, werkzekerheid. Ze verwachten dat hun vakbond daarvoor zorgt. En onze vakbonden verdedigen die belangen ook sterk. Dat komt evenwel niet iedereen ten goede, daar moeten we eerlijk in zijn. Onze arbeidsmarkt is een versterkt fort, en dat is fijn voor diegenen die zich binnen de muren bevinden, maar het is minder goed voor diegenen die naar binnen willen. En die 'outsiders' worden door onze vakbonden niet verdedigd.

Verdedigen de vakbonden dan niet de armste lagen van de bevolking?

MARX: Je zou denken dat vakbonden opkomen voor de armen, terwijl de werkgeversorganisaties de rijken verdedigen, maar dat is niet zo. Natuurlijk leggen werkgevers- en werknemersorganisaties andere accenten, maar eigenlijk verdedigen ze allebei dezelfde groep: de middenklasse. Net als de politici trouwens. Iedereen kruipt door het slijk om de middenklasse te soigneren. De rijken zorgen goed voor zichzelf, en de armen vinden nergens gehoor. Maar de middenklasse zit in ons land gebeiteld. (...)

Toch klaagt die middenklasse dat zij voor alles moet opdraaien.

MARX: De middenklasse zaagt en klaagt maar wordt nergens zo goed bediend als in België. Ze zeurt bijvoorbeeld over de hoge belastingen en die liggen inderdaad hoog in ons land, maar er vloeit ook veel geld terug naar diezelfde middenklasse. (...)

Lees meer over:

Onze partners