Marius Meremans (N-VA)
Marius Meremans (N-VA)
Vlaams parlementslid (N-VA) en leraar Frans
Opinie

18/11/13 om 14:43 - Bijgewerkt om 14:51

N-VA: 'Cultureel samenwerkingsakkoord tussen Vlaanderen en Franse Gemeenschap is verrijking'

Het bewijs dat men aan de overkant van de taalgrens duidelijk een verkeerd beeld heeft van de visie van N-VA op nationalisme.

N-VA: 'Cultureel samenwerkingsakkoord tussen Vlaanderen en Franse Gemeenschap is verrijking'

Fadila Laanan © ImageGlobe

Op 14 november werd in de commissie Cultuur het veelbesproken en langverwachte cultureel samenwerkingsakkoord tussen Vlaanderen en de Franse Gemeenschap besproken. Dit samenwerkingsakkoord heeft een belangrijke symbolische waarde. Het vormt het kader voor het engagement van de Vlaamse en Franse Gemeenschap om te streven naar gemeenschappelijke standpunten ten aanzien van derden (federale staat, de Duitstalige gemeenschap, internationale organisaties e.a.), stages en uitwisselingen in de cultuursector te stimuleren, de deelname aan elkaars cultuuraanbod te verhogen en de administratieve uitwisseling te versterken.

Een nieuw voorbeeld van hoe Vlaanderen als zelfbewuste regio naar buiten treedt en akkoorden afsluit met andere regio's en staten. Dat dit deze keer met de Franse Gemeenschap gebeurt, wekt wellicht bij sommigen verbazing op. Bij ons niet. Culturele uitwisseling beschouwen wij per definitie als een verrijking.

In de Franse Gemeenschap is de bespreking van het samenwerkingsakkoord al gebeurd. En het voordeel van de laatste in de rij te zijn, is dat je weet wat er aan de overkant is gezegd. Zo blijkt uit de verslagen aldaar dat men het op zich al een krachttoer vindt dat dit akkoord zelfs maar gesloten is. Een aantal hadden blijkbaar niet verwacht dat de Vlaamse regering, waar vandaag een Vlaams-nationalistische partij deel van uitmaakt, bereid zou zijn om een cultureel samenwerkingsakkoord te sluiten. Dit bewijst dat men aan de overkant duidelijk een verkeerd beeld heeft van onze visie op nationalisme. Men wil klaarblijkelijk niet begrijpen dat wij vertrekken vanuit een open en volwassen nationalisme waarbij we op grond van gelijkwaardigheid de hand naar anderen willen reiken. Als deelstaat vertrekken wij vanuit onze eigen bevoegdheden en wensen we daarmee ook naar buiten te treden en akkoorden te sluiten met andere landen en regio's.

Essentieel bij dergelijke samenwerkingsakkoorden is echter dat die in vertrouwen kunnen gebeuren. Er moet het nodige vertrouwen zijn tussen de twee partners dat men het beloofde ook effectief zal doen.

Daarnaast is het ook belangrijk dat uit een samenwerkingsakkoord ook blijkt wat 'niet' de bedoeling is. Zo is het met dit samenwerkingsakkoord hoegenaamd niet de bedoeling dat de Franse Gemeenschap culturele initiatieven in Vlaanderen zal uitrollen. In het cultureel samenwerkingsakkoord is daarom afgesproken dat het akkoord niets afdoet van de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de gemeenschappen. De Franse Gemeenschap is en blijft dus niet bevoegd voor cultuur in Vlaanderen.

Als we de bespreking in de Franse Gemeenschap en de diverse discussies daarover in het verleden overschouwen dan hebben wij wel de indruk dat ook de Franse Gemeenschap beseft dat dit cultureel samenwerkingsakkoord geen instrument is om de Franstaligen in de Vlaamse Rand te bedienen. Al moeten we daar toch één kanttekening bij plaatsen. Zo lezen we in het verslag van de Franse gemeenschap het volgende: "Le but du Gouvernement de la Fédération Wallonie-Bruxelles, ce n'est pas de laisser tomber les francophones de la périphérie mais de faire en sorte que l'on puisse à un moment donné les soutenir. Mais il fallait rétablir cette confiance qui fait encore défaut aujourd'hui chez certains de nos voisins."

We gaan ervan uit dat minister Laanan deze uitspraak werd ontlokt als een reactie op de stevige oppositietaal van FDF en MR. We gunnen haar het voordeel van de twijfel. We zullen hier dan geen breekpunt van maken en dit samenwerkingsakkoord goedkeuren. Daarvoor is het een te belangrijk symbool. Wel gaan we vragen aan de Vlaamse minister van Cultuur om het territorialiteitsbeginsel dat in het akkoord vervat zit, ook bij de toepassing van het akkoord te blijven bewaken. Op die manier zal het cultureel samenwerkingsakkoord ook echt een culturele verrijking zijn voor de beide kanten.

Lees meer over:

Onze partners