Grondwettelijk Hof zorgt voor opluchting in bouwsector

14/06/12 om 17:54 - Bijgewerkt om 17:54

(Belga) Hoofdaannemers moeten zich niet laten erkennen als uitzendkantoor om gezag uit te oefenen op werknemers bij onderaannemers. Dat is het gevolg van een arrest van het Grondwettelijk Hof. De Vlaamse Confederatie Bouw reageert verheugd.

Wat was het probleem? Hoofdaannemers die instructies geven aan werknemers van onderaannemers stellen zich in Vlaanderen al enkele jaren bloot aan strafrechtelijke vervolging. De oorzaak daarvan ligt bij het Vlaamse decreet op private arbeidsbemiddeling van eind 2010. Dat decreet hanteert voor het "ter beschikking stellen" van werknemers een andere definitie dan de federale overheid. Volgens de federale wet van 1987 mogen hoofdaannemers onder bepaalde voorwaarden gezag uitoefenen over werknemers van onderaannemers. Het gaat bijvoorbeeld om het geven van veiligheidsinstructies geven en om het toezien op de uitvoering van het overeengekomen werk. Er werden uitzonderingen voorzien waardoor die werkafspraken niet onder de regels voor uitzendarbeid vielen. Maar in het Vlaamse decreet van 2010 wordt de verwijzing naar die federale wet van 1987 geschrapt en wordt dus geen rekening meer gehouden met die uitzonderingen. In de praktijk kwam het erop neer dat Vlaamse hoofdaannemers vervolging riskeerden als ze rechtstreeks instructies gaven aan werknemers van onderaannemers. Eigenlijk hadden die hoofdaannemers volgens het Vlaamse decreeteen erkenning als uitzendbureau nodig. Anders riskeerden ze pv's en boetes. Enkele bouwfirma's trokken naar het Grondwettelijk Hof en halen nu hun slag thuis. Het betrokken artikel in het Vlaamse decreet wordt vernietigd. De Vlaamse Confederatie Bouw, die is tussengekomen in de procedure, haalt opgelucht adem: "De regeling ondermijnde de normale werking van de onderaanneming", aldus directeur-generaal Marc Dillen. "Door de uitspraak van het Grondwettelijk Hof vandaag is er nu opnieuw een eenvormig handhavingsbeleid en wordt rechtsonzekerheid vermeden". "Het probleem dat de Vlaamse inspectie terbeschikkingstelling op een andere manier gaat interpreteren dan de federale inspectie, is geweken. Er geldt nu terug een eenduidige en eenvormige regelgeving op de ter beschikking stelling voor gans het land en de normale werking van onderaanneming in de sector is gevrijwaard", aldus Dillen.. (KAV)

Onze partners