Opinie

Danny Van Assche

‘Zelfstandigenstelsel is een gezond en evenwichtig stelsel van sociale zekerheid dat niet minder solidair is dan de andere stelsels’

Danny Van Assche Gedelegeerd bestuurder bij Unizo.

‘Als werknemers even lang en even vaak zouden werken als zelfstandigen, dan zou het financieringsprobleem in de sociale zekerheid opgelost zijn’, schrijft Danny Van Assche (Unizo) naar aanleiding van de discussie over het pensioen voor zelfstandigen.

Het sociale zekerheidsstelsel voor zelfstandigen in dit land kon zelden op veel aandacht rekenen.  Met uitzondering van de zelfstandigen zelf, was het voor niemand interessant genoeg om er mee bezig te zijn.  Het stelsel dekt nochtans vlotjes meer dan een miljoen zelfstandige ondernemers in dit land.  Aan deze nobele onbekendheid kwam plots een einde toen in 2021 de zogenaamde correctiecoëfficiënt werd afgeschaft.  Nu een zelfstandige bij een vergelijkbaar inkomen een zelfde pensioen opbouwt als een werknemer, is het hek van de dam. 

Vakbonden vinden het niet kunnen dat een zelfstandige meer rechten zou krijgen zonder meer of hogere bijdragen te betalen.  Ze vonden trouwens ook daarvoor al dat zelfstandigen te weinig bijdroegen.  Vorige week sprak Olivier Pintelon (ABVV) nog over de “vergeten pensioenfactuur” van de zelfstandigen.  Laat ons daarom even feit van fictie scheiden en kijken wat er van de vele beweringen over de zelfstandigen klopt of niet.

Eerst de cijfers.  Het is juist dat het aandeel van de zelfstandigenpensioenen in percentage van het BBP het snelst stijgt.  Nogal wiedes.  Als je een gemiddeld pensioen van 900 euro netto optrekt naar het minimum van 1500 euro, dan loop je in op de rest.  En wat de afschaffing van de correctiecoëfficiënt betreft, waarschuwen de pensioenexperten van Liantis ervoor dat deze toegepast blijft op alle aangiften vóór 2021.  Het effect zal zich dus maar stap voor stap tonen.  Maar dit maakt de rekening niet.  In 2050 zullen de zelfstandigenpensioenen 1,3% uitmaken van het BBP (+0,5), terwijl de werknemerspensioenen stijgen naar 8,3% (+2,4%).  De ambtenaren stijgen slechts met 0,1 tot 3,9%, maar dit is vooral te wijten aan het verminderen van het aantal ambtenaren in de jaren 1990 en 2000 en het wegnemen van enkele zeer royale regels.  De totale uitgaven van de sociale zekerheid zullen tegen 2050 trouwens toenemen tot bijna 30% van het BBP (+5,2), wat niet alleen aan de stijgende pensioenen maar ook aan de stijgende gezondheidszorgen te wijten is.  Zeggen dat de “vergeten pensioenfactuur” het probleem van de sociale zekerheid zal oplossen is dus pure quatsch.

Is het dan toch niet zo dat de zelfstandigen te weinig bijdragen betalen? Ze betalen immers 20,5% tegenover een werknemers- en werkgeversbijdrage van respectievelijk 13,07% en 25%.  Niet noodzakelijk.  Want het zelfstandigenstelsel is geen volledig stelsel.  Zelfs na de gelijkschakeling van de pensioenen, hebben zelfstandigen bijvoorbeeld geen (echte) werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongevallen- of beroepsziekten vallen onder de gewone ziekteverzekering en de meeste uitkeringen zijn forfaitair en beperkt in de tijd.  Daarnaast betalen zelfstandigen misschien ogenschijnlijk minder bijdragen, maar ze werken wel méér én langer.  Daar waar een gemiddelde werknemersloopbaan voor een derde bestaat uit periodes waarin niet gewerkt wordt, maar die wel meegeteld worden voor het pensioen, is dit bij de zelfstandigen bijna onbestaand.  Zelfstandigen gaan ook gemiddeld veel later met pensioen dan werknemers.  Moesten werknemers even lang en even vaak werken als zelfstandigen, dan zou het financieringsprobleem in de sociale zekerheid opgelost zijn. 

Tot slot bestaan er in het werknemersstelsel heel wat kortingen op de bijdragen die niet bestaan bij de zelfstandigen, zoals op lage lonen, op doelgroepaanwervingen en dergelijke meer.  En ook in het werknemersstelsel werden de afgelopen decennia heel wat nieuwe rechten gecreëerd, zonder extra bijdragen te eisen, integendeel zelfs.  In tegenstelling tot het werknemersstelsel boekt het zelfstandigenstelsel trouwens al jarenlang overschotten (met uitzondering van de corona-periode) en is een bijdrageverhoging niet nodig. 

Zowel het zelfstandigen- als het werknemersstelsel worden niet alleen met bijdragen maar ook met overheidsmiddelen gefinancierd.  Hoewel meer dan 10% van de werkenden zelfstandigen zijn, zou het al een vooruitgang zijn als 10% van de overheidsmiddelen naar het zelfstandigenstelsel zou gaan.  In dat geval zouden de bijdragen zelfs kunnen dalen.  Want de zelfstandigen zijn immers zuinig in hun stelsel en dragen consequenter bij.

Men zou ook te veel gefocust zijn op het ambtenarenstelsel.  Ik vrees dat we dat toch moeten blijven doen.  Het is een niet-transparant stelsel dat nauwelijks bijdragen kent noch een globaal beheer van de inkomsten en de uitgaven.  Nog steeds krijgen ambtenaren met vlag en wimpel de beste pensioenvoorwaarden, zoals een automatische en volledige koppeling van de pensioenen aan de stijging van de ambtenarensalarissen.  Het verwijt dat een verdere harmonisering van de drie stelsels te veel zou kosten, zou vermeden kunnen worden, wanneer je niet zou harmoniseren naar de meest gunstige regeling.

Een laatste verwijt is dat er te weinig solidariteit is in het stelsel van de zelfstandigen zelf.  De bijdragen zijn immers degressief: hoe hoger je inkomen, hoe minder bijdragen je betaalt en vanaf 93000€ betaal je een maximumbijdrage.  Dit kan gek lijken maar heeft ook te maken met het feit dat de vele forfaitaire uitkeringen er ook voor zorgen dat diegenen die het meeste bijdragen, er niet noodzakelijk meer voor terugkrijgen.  De combinatie van onbeperkte bijdragen met een geplafonneerde uitkering heeft niets meer met een verzekeringsprincipe te maken, maar is eigenlijk gewoon een belasting.  Bovendien is het aantal “grootverdieners” zo beperkt dat het budgettair weinig zoden aan de dijk zou zetten moest je de bijdragen op de hoogste inkomens verhogen.

Kortom: het zelfstandigenstelsel is een gezond en evenwichtig stelsel van sociale zekerheid dat niet minder solidair is dan de andere stelsels.  Integendeel.  Betekent dat dan dat UNIZO op geen enkele manier aan het stelsel wil raken?  Totaal niet.  We zijn bereid een debat te voeren op basis van objectieve wetenschappelijke vergelijkingen van de stelsels om zo de toekomst van de sociale zekerheid te verzekeren.  Ook in het zelfstandigenstelsel zijn best hervormingen mogelijk.  Maar dat kan pas gebeuren wanneer we de ganse sociale zekerheid en de drie stelsels gezamenlijk tegen het licht houden.  Is iedereen bereid dat te doen?

Danny Van Assche is gedelegeerd bestuurder van ondernemersorganisatie Unizo.

Partner Content