Opinie

Jan Wostyn

‘Wie melk en honing belooft, maar droog brood en water serveert, zal minder indruk maken dan verhoopt’

Jan Wostyn Ondervoorzitter van Vista

‘Wanneer zegt de kiezer: “I want my money back?“‘, vraagt Jan Wostyn van Vista.

De laatste maanden vliegen de miljardenbedragen ons weer geregeld om de oren. Verschillende partijen van de Vivaldi-coalitie lanceren idee na idee, voorstel na voorstel, om ettelijke miljarden euro’s te “investeren” in allerlei domeinen in ons land van melk en honing. Zo had de PS onlangs een plan klaar om 6,5 miljard te “investeren” in koopkracht. Ecolo zag dan weer heil in een voorstel om elke 25-jarige van 30.000 euro te voorzien (kostprijs 2,5 miljard). Daarnaast werd eerder al besloten om de defensie-uitgaven te verhogen van 1% naar 1,5% van het BBP, tot zelfs 2% van het BBP tegen 2035, de gouden maar ietwat arbitraire standaard die werd overeengekomen door de NAVO-lidstaten. Ter referentie, het Belgische BBP zal binnenkort zo´n 500 miljard euro bedragen, dus we spreken hier opnieuw over 5 miljard euro. Per jaar.

Misschien wil de huidige generatie politici met hun grote zin voor budgettaire initiatieven indruk maken op de burgers van dit land. Mogelijk is dit zelfs nog maar het begin van een lange verleidingsdans om zoveel mogelijk burgers bij de stembusgang van 2024 in zwijm te doen vallen bij zoveel zoete voorstellen van de eigen partij. Maar wie melk en honing belooft, en finaal enkel droog brood en een half glas kraantjeswater kan serveren, zou wel eens minder indruk kunnen maken dan verhoopt.

Volgens de Nationale Bank zou het Belgische begrotingstekort in 2024 uitkomen op zo´n 5% van het BBP, een slordige 26 miljard euro. Bij ongewijzigd beleid zouden we volgens het IMF tegen 2027 zelfs met een tekort zitten van 5,5%, onder meer door de stijgende vergrijzingskost en rentelasten. Nochtans staat de werkloosheid momenteel op een historisch laag peil en zitten we dus eigenlijk nog steeds in een fase van hoogconjunctuur, ondanks de hoge inflatie en pijnlijk bijtende energieprijzen. Het is echter ook perfect mogelijk dat we straks een recessie insukkelen en dan zijn bovenstaande bloedrode begrotingscijfers waarschijnlijk nog veel te rooskleurig.

“Tout va très bien”
Bij zoveel rode knipperlichten rond de begroting, toch het sluitstuk van elk regeringsbeleid, zou je verwachten dat premier Alexander De Croo, per slot van rekening een liberaal, zich ernstig zorgen maakt en naarstig zoekt naar mogelijkheden om een verdere ontsporing van de begroting tegen te gaan. Wie hem echter bezig hoorde in Terzake van vrijdag 24 juni jongstleden, weet intussen wel beter. Het liedje Tout va très bien, Madame la Marquise” kwam daarbij spontaan op in mijn hoofd.

In dit vrolijke Franse chanson van Ray Ventura uit 1935 krijgt de Markiezin te horen dat niet alleen haar paard is overleden, maar ook dat de stallen zijn afgebrand, en tegelijkertijd eigenlijk ook het hele kasteel, en dat haar echtgenoot zich van het leven heeft beroofd. Maar voor de rest ging alles zeer goed, drukten haar domestiques haar telefonisch op het hart. Je zou voor minder liever minister van Buitenlandse Zaken zijn in plaats van ‘premier van binnenlandse zaken’.

Het liedje doet verdacht veel denken aan het Belgische regeringsbeleid. Alles gaat zeer goed, behalve dat de beoogde tewerkstellingsgraad van 80% een totale fata morgana is. Alles gaat zeer goed, behalve dat we op geen enkele manier klaar zijn om de aankomende vergrijzingskost van jaarlijks (!) 10-15 miljard euro te betalen. Alles gaat zeer goed, behalve dat er geld tekort is voor justitie, politie, het spoor en ga zo maar door. Alles gaat zeer goed, behalve dat de rente intussen toch wel is beginnen stijgen en 1% rentestijging ons op termijn opnieuw 5 miljard euro per jaar zal kosten bij een staatsschuld van 100% van het BBP. Maar voor de rest gaat alles dus zeer goed. Très très bien zelfs.

Pijnlijk ontwaken

In tijden van een plotse, acute crisis, kan het waardevol zijn om een leider te hebben die het hoofd koel weet te houden wanneer iedereen in blinde paniek de gekste dingen wil gaan doen. Dat deed Alexander De Croo, samen met Frank Vandenbroucke, best wel naar behoren tijdens de tweede golf van de coronacrisis, net na de vorming van Vivaldi. Maar wanneer alle knipperlichten op rood staan wat onze begroting betreft, is het werkelijk potsierlijk dat een premier op zijn Van Rompuys de “rustige vastheid” gaat zitten prediken. Daarbij maakt hij bovendien duidelijk dat we voor 2024 eigenlijk geen ernstige ingrepen meer moeten verwachten van deze regering. De PS is dat alvast niet van plan met de pensioenen. Gaan we dan werkelijk nog 2 jaar gewoon toekijken hoe het Belgische schip water maakt?

Het ontwaken in 2024 zou dan wel eens heel pijnlijk kunnen zijn. Econoom Peter De Keyzer liet zich op Twitter ontvallen dat enkel de Trojka dit land ooit nog op orde krijgt. Je kan hem moeilijk ongelijk geven. In 2024 staat ons namelijk mogelijk opnieuw een dodelijke combinatie te wachten van politieke stilstand in de vorm van een lange regeringsvorming en een economische stagflatie, met een vergrijzing die echt begint door te wegen en de rente die steeds verder zal stijgen.

Wie herinnert er zich overigens nog de rood-groene oppositie ten tijde van de Zweedse coalitie? Toen schreeuwde iemand als Meyrem Almaci, de toenmalige voorzitster van Groen, moord en brand omdat het begrotingstekort toen op 7 miljard euro uitkwam. Straks zitten we dus met een tekort van 26 miljard, maar voor de rood-groene oppositiepartijen van toen lijkt dit intussen niet meer dan een faits divers te zijn. Meer zelfs, de pakketjes met nieuwe “investeringen” volgen elkaar in duizelingwekkend tempo op.

Zo komt een vraag toch steeds nadrukkelijker op de voorgrond. Wanneer zegt de kiezer “het is genoeg geweest, I want my money back”. Wanneer je als kiezer stelselmatig, jaar na jaar, de hoogste belastingen van de OESO-landen betaalt, maar toch moet vaststellen dat op het einde van de rit allerlei kerntaken van de overheid niet naar behoren worden ingevuld, kan je al eens geïrriteerd zijn. Maar als dan ook nog blijkt dat er straks ook nog “un tout petit rien” van zo´n 26 miljard te kort zal zijn, dan moet je toch overwegen of het geen tijd is voor een nieuwe regering.

Een nieuwe regering die de staatshervorming niet op de lange baan schuift, maar op rationele gronden de staat heropbouwt van onderuit, de regio´s correct incentiveert en zo het staatsapparaat ernstig doet krimpen. Een nieuwe regering die de vergrijzing wel kan opvangen door de eigen werking sneller te digitaliseren en zo overheidspersoneel vrijmaakt voor de zorgnoden van morgen. Een nieuwe regering die volop inzet op een tewerkstellingsbeleid dat ons effectief naar het doel van 80% kan brengen, niet alleen in Vlaanderen maar in het hele land. Een nieuwe regering die begrijpt dat de productiviteit van de privésector in ons land cruciaal zal zijn om met een krimpende arbeidsbevolking toch voldoende middelen te genereren om terug een begroting op orde te krijgen. Kortom, een nieuwe regering die alles doet wat deze regering had kunnen doen, maar waartoe ze pijnlijk genoeg niet in staat blijkt.

Partner Content