Opinie

Jean-Marie Dedecker (LDD)

‘Maak onze intercommunales baas van de Sahara en binnen de kortste keren is er zand tekort’

Jean-Marie Dedecker (LDD) Voorzitter van LDD en lijstduwer op de N-VA-Kamerlijst in 2019

‘Er is een chronisch gebrek aan waterbeleid’, schrijft Jean-Marie Dedecker.

Afgelopen zomer was één van de mooiste en de warmste uit mijn zeventigjarig aards bestaan, samen met die van 1976 en 2003. Vanuit mijn stulpje in de Vlaamse polders riep het herinneringen op aan een landelijk ingetogen schilderijtje van zinderende hitte. Het Angelus, of de idyllische ogsters van Jean-François Millet. Ik kreeg het voor mijn neus op groot scherm, en genoot ervan met volle warme teugen.

Maar genot is des duivels in de klimaatkerk. We werden om de oren geslagen met hellevuur, hongersnoden en uitdroging. Wie dat voor het eerst hoort zou angsaanvallen kijgen, of zijn geest voelen uitdrogen door alle hellepreken van de klimaatprofeten.

Eventjes terugbladeren naar de Leeuwarder Courant van 28 juli 1846. Er reden toen nog geen hoestbuien op vier wielen, enkel paard en kar. Het was in de tijd dat kranten nog informatiedragers waren in plaats van herauten van de klimaatapocalyps.

‘Ziet hier de naauwkeurige lijst der Warme Zomers, die in Europa Opgemerkt zijn, en waarvan de geschiedschrijvers spreken, te beginnen met de zevende eeuw onzer tijdrekening. In 658 zijn de bronnen opgedroogd; 879, bij Worms, vallen de werklieden dood in de. velden; 993, het koren en de vruchten zijn verdroogd; 1000, in Duitschland zijn de rivieren en bronnen opgedroogd, de visch verrot en dit bragt de pest voort; 1022, menschen en dieren sterven door de groote hitte; 1132, de aarde splijt open , de rivieren en bronnen zijn verdwenen en de Rijn in den Elsa. is droog; 1159, alles is verdroogd in Italië; 1171, groote hitte in Duitschland ; 1260, bij den slag te Bela , vallen de soldaten gelijk vliegen, onder het steken der zon dood ter aarde neder; 1276 en 1277 geen voeder voor de beesten, ten gevolge der hitte; 1299 en 1294 nog grooter hitte; 1303 en 1304, de Loire, de Rijn, de Seine en de Donau zijn opgedroogd; 1393 en 1394, groote droogte in Europa; 1446, buitengewone hitte: 1478 en 1474 de aarde is als verbrand, de Donau is in Hongarije opgedroogd; 1538, 1539, 1540 en 1541, onverdragelijke hitte; 1556, de bronnen zijn opgedroogd; 1615 en 1616, droogte geheel Europa door; 1646, buitengewone droogte; 1652, de grootste droogte die men in Schotland gedenkt; 1698, merkwaardige hitte. De drie eerste jaren der achttiende eeuw hadden brandende Zomers; in 1718 werden de theaters te Parijs gesloten. Gedurende vijf maanden viel er geen druppel regen en de thermometer stond te Parijs op 36 graden. Het gras en het koorn waren verdroogd en de fruitboomen stonden herhaalde malen in de bloei; 1723 hitte en droogte; 1743 en 1746, zeer warme Zomers; 1748, 1734, 1760, 1767, 1778, 1779 en 1788, buitengewone hitte. In 1751 en 1733 stond de thermometer 37 en 38 graden; in 1802, was te Parijs de grootste hitte die er ooit opgemerkt werd, sedert de ontdekking van den thermometer; de hitte klom tot 39 graden. In 1811 was de Zomer zeer warm; in 1818 was bij onverdragelijk. Men herinnert zich nog die groote hitte die er te Parijs heerschte, den 27, 28 en 29sten Julij 1830. In 1835 was de Zomer zeer warm. Eindelijk heeft men te Parijs dit jaar 34 graden in den lommer, en bijna 40 graden in de zon en buiten den wind gehad, bij voorbeeld op het plein van den Louvre.’

L’Histoire se répète, maar de omstandigheden veranderen. Er werden dijken gebouwd, en er werd ingepolderd met monnikenwerk en – geduld. Ook in de recente geschiedenis. Onder druk van de Boerenbond werden er overal in Vlaanderen met tonnen overheidsgeld ruilverkavelingsplannen uitgevoerd. Er werden duizenden kilometers draineringsbuizen in de grond gestopt om het regenwater af te voeren om nog meer akkers en velden vruchtbaar te maken, en om zo de productie ervan te verhogen door een versnelde afvoer van het hemelwater. Het is water dat ondertussen verdwijnt in grachten en sloten, en het wordt via kanalen, waterlopen en stromen massaal geloosd in de zee. Er is geen gebrek aan water, alles wat verdampt valt in regendruppels terug op aarde, zei mijn grootvader zaliger, er is wel een chronisch gebrek aan waterbeleid. Een aanzienlijk deel van alle neerslag stroomt het zeegat in. Het regent vooral ’s winters meer dan vroeger, maar de seizoenen verschuiven en we krijgen drogere zomers en nattere winters.

Langs de 78 kilometerslange oevers van de IJzer stonden de weilanden afgelopen winter nog blank, dolle waterpret voor meerkoeten en steltlopers. Net over de schreve in het Noord-Franse  Esquelbecque (Ekelsbeke) kregen 34 huizen toen zelfs water binnen. De IJzer werd een paar decennia geleden uitgebaggerd, en telkens worden bij zware neerslag de sluizen aan de Ganzenpoot in Nieuwpoort wijd open gezet zodat het zoete water de zoute zee instroomt.

Om de grilligheid van de neerslag te controleren, zoals overdaad in de winter en droogte in de zomer, zou men waterspaarbekkens kunnen aanleggen in gebieden die gevoelig zijn voor wateroverlast, evenals in de buurt van waterlopen. Van de 83 West-Vlaamse aanvragen in 2019 voor het graven van dergelijke waterbuffers werd er echter nog geen enkele uitgevoerd. Tussen droom en daad staat er immers een rigide Vlaamse administratie in de weg. Een decretenpolitie die beslist over vergunningen voor grondverzet en bemaling tot nutteloos archeologisch onderzoek. Deze onderzoeken mogen dan ook nog enkel uitgevoerd worden door schaarse peperdure firma’s wegens de doorgeslagen eisen van de sandaalridders van het Agentschap Natuur en Bos of dito overheidsinstellingen.

Door lekken in de 62.341 km lange Vlaamse  waterleidingen verdwijnt er dagelijks ook nog zo’n 167 miljoen liter zuiver water terug in de bodem. In 2019 sijpelde er 61 miljoen kubieke meter de grond in, bij drinkwatermaatschappij Farys alleen al ging het om 11 miljard liter. En daar komt ook nog eens bij dat een geschatte 20% van onze rioleringen lek is.

De prijs voor drinkwater is de laatste twintig jaar nochtans vervier- tot verzesvoudigd, maar maak onze intercommunales verantwoordelijk voor de Sahara en er is binnen de kortste keren zand tekort. Voor Groen, de partij van de poen, is-net als voor energie-het water dat we niet verbruiken de beste oplossing, en voor de rest moeten we ons maar blauw betalen. Zolang onze waterboeren twee kuub drinkwater per persoon verkwanselen voel ik geen behoefte om in mijn douche te plassen om spoelwater te besparen. Ik prijs me ook gelukkig met mijn regenwaterput. Bij elke sproeibeurt lachen mijn hortensia’s me dankbaar in het gezicht, dankzij het comfortverbruik van mijn dakgoten.

Partner Content