Toeval ontlokt ons de uitspraak: dat kan geen toeval zijn! Het is een verwarrend begrip dat om opheldering vraagt. Ideaal dus als onderwerp voor mijn college bij de Universiteit van Vlaanderen, dacht ik. Hoewel ik weet dat selectief kijken een cruciaal onderdeel van is van onze vatbaarheid voor toeval, ontkom ik er zelf ook niet aan. De week waarin ik me voorbereidde op de opname, zag ik opeens overal verwijzingen naar toeval. In mijn lezing ga ik op zoek naar de bron van dit frappante gevoel.

Eén voorbeeld van toeval dat toen op mijn pad kwam werd aangeleverd door de Nederlandse schrijfster Octavie Wolters. Zij schreef op haar blog een verhaal over de keten van gebeurtenissen die in gang waren gezet door de zoektocht naar een zeilboot voor haar dochter. "Soms lijkt een gebeurtenis iets te eisen. Een betekenis, of een handeling," zo begint Wolters. Dat is inderdaad het gevoel dat toeval bij ons op kan roepen.

Zijn er willekeurige gebeurtenissen in de wereld, of zijn we gewoon te beperkt om alle verbanden te zien?

Ook nu weer, terwijl ik ideeën sprokkel voor deze tekst, vliegen de verwijzingen naar toeval me om de oren. In een boek met gevleugelde en ongevleugelde woorden over wiskunde, waar ik voor een cursus in snuister, valt mijn oog op een fragmenten van de Duitse sterrenkundige Friedrich Bessel uit 1848. Bessel merkte op dat we van toeval spreken als een onweerswolk de zon verduistert, maar niet wanneer het de maan is die de zon verduistert. Nochtans, zo gaat hij verder, er is een tijd geweest waarin ook zonsverduisteringen voor mensen onvoorspelbaar waren en dus toevallig leken. De conclusie die Bessel hieruit trekt is dat wellicht vele dingen die we nu toeval noemen er later niet meer onder zullen vallen - dat toeval dus een relatief begrip is.

Terwijl ik even later pauze neem, passeert op Twitter een citaat van Spinoza, dat hetzelfde idee kernachtiger samenvat en bovendien veel eerder geschreven is: 'Iets lijkt alleen maar willekeurig door de onvolledigheid van onze kennis.' Later zou ook de wiskundige en astronoom Pierre-Simon Laplace verkondigen dat de wereld in principe perfect voorspelbaar is en dat het enkel door onze beperkingen komt dat we de toekomst niet kunnen afleiden uit het heden. Precies daarom hebben we ook kansrekening en statistiek nodig, volgens Laplace.

Ook in onze tijd zijn er statistici die zich in het fenomeen toeval verdiepen. De Britse statisticus David Spiegelhalter verzamelt voorbeelden van toeval via een open bevraging op zijn website: dit is de Cambridge coincidences collection, die nog steeds wordt aangevuld. Uit een tussentijdse analyse van de ingestuurde verhalen blijkt de grootste groep, van 11%, te gaan over mensen die erachter komen dat ze een verjaardag delen met iemand anders. De tweede grootste groep, van 10%, gaat over verbanden met boeken, TV, radio of het nieuws. En op een gedeelde derde plaats, met elk 6%, komen enerzijds toevallige gebeurtenissen op vakantie en anderzijds toevallige ontmoetingen met bekenden onderweg, bijvoorbeeld in de trein of op het vliegveld.

Ligt het feit dat we toeval ervaren aan de buitenwereld, waarin zo veel gebeurt dat ze ons kan blijven verrassen met haar samenstanden? Of moeten we de bron zoeken in onze binnenwereld, die vatbaar is voor die resonanties? Zelf hebben we twee corresponderende opties: het toeval proberen wegrationaliseren of het omarmen.

Beide opties hebben een rijke geschiedenis. Wiskundigen en natuurwetenschappers proberen toevalsprocessen rationeel uit te leggen en met berekeningen te analyseren. Vaak tonen ze hoe gebeurtenissen die elk apart beschouwd wonderlijk lijken, passen in een groter patroon dat ze (als groep) begrijpelijk maakt. Ik vertelde over die wiskundige kant van kansrekening in mijn slotcollege van het eerste seizoen van de Universiteit van Vlaanderen. 'Heb jij een dubbelganger?' was toen de vraag.

De vraag hoe we als individu met die aparte gebeurtenissen om moeten gaan is echter niet opgelost met een wiskundig model. Ook de menswetenschappen geven belangrijke inzichten. Aan de ene kant is het een kwestie van onze cognitie en aan de andere kant raakt het ook aan belangrijke filosofische vragen. Zijn er überhaupt willekeurige gebeurtenissen in de wereld, of zijn wij gewoon te beperkt om alle verbanden in te zien (zoals Laplace dacht)? Daarop heb ik geen antwoord, maar ik zet in mijn college wel vijf factoren op een rijtje die er samen toe bijdragen dat we toeval ervaren.

Hiermee verklaar ik het derde seizoen van de Universiteit van Vlaanderen officieel geopend. Er staan heel wat proffen klaar om een fascinerend verhaal uit hun vakgebied te delen. Ik ben blij dat er weer nieuwe colleges online komen, want ik volg ze zelf ook. Zo leerde ik het voorbije jaar iets beter begrijpen waarom mijn trein vanuit Brussel zo vaak vertraging heeft en luisterde ik tijdens een lunchpauze naar de verrassend mondiale geschiedenis van sushi met zalm.

Er komt dit seizoen vast wel een onderwerp voorbij dat ook jou op dat moment toevallig enorm aanspreekt. Waarom dat zo is, hoor je dus in mijn openingscollege.

-