Zaadcellen hebben het niet onder de mat. Met hun lengte van amper 0,065 millimeter moeten ze een ongemeen zwaar hindernissenparcours ondergaan in een vijandige omgeving met als doel als eerste van de zowat 55 miljoen sperma-concurrenten tot bij de Heilige Graal, in dit geval de eicel - als er al een voorhanden is - te komen. Op hun pad moeten ze ook nog eens beducht zijn voor witte bloedcellen die hen uit de weg willen ruimen. Uiteindelijk bereiken na een hels avontuur slechts tien spermatozoïden de eindmeet.
...

Zaadcellen hebben het niet onder de mat. Met hun lengte van amper 0,065 millimeter moeten ze een ongemeen zwaar hindernissenparcours ondergaan in een vijandige omgeving met als doel als eerste van de zowat 55 miljoen sperma-concurrenten tot bij de Heilige Graal, in dit geval de eicel - als er al een voorhanden is - te komen. Op hun pad moeten ze ook nog eens beducht zijn voor witte bloedcellen die hen uit de weg willen ruimen. Uiteindelijk bereiken na een hels avontuur slechts tien spermatozoïden de eindmeet. Britse en Japanse wetenschappers van de universiteiten van York, Birmingham, Oxford en Kyoto vroegen zich af waarom het de ene zaadcel wel en de andere niet lukt. En wat blijkt? Naast de gekende factoren als mobiliteit, het aantal cellen en de morfologie van het sperma, blijkt nu ook het ritme waarin de cellen stroomopwaarts zwemmen van belang. Door de kop en de staart van de zaadcellen te analyseren, ontdekten de onderzoekers dat om zichzelf tot in de eileider en vervolgens tot de eicel voort te bewegen ze eenzelfde ritme aanhouden als de patronen in magnetische velden. En dat doen ze niet door zomaar eventjes willekeurig met hun kop en staart te wiebelen. Ze doen dat volgens een heel specifiek ritme waarbij het zweepstaartje zichzelf voortstuwt en tegelijk op gecoördineerde wijze de kop achteruit en zijwaarts trekt om zo de intense wrijving met de omgevende vloeistof tegen te gaan. Op die manier ontstaan duidelijke patronen in het vocht rond het sperma. De onderzoekers slaagden er zelfs in om de bewegingen in een relatief eenvoudige wiskundige formule te gieten. Deze formule maakt het makkelijker om een groot aantal spermatozoïden te bestuderen waardoor complexe en dure computersimulaties niet langer nodig zijn om te onderzoeken hoe zaadcellen zwemmen. 'Het klopt als wetenschappers zeggen dat het een wonder is als een zaadcel ooit een eicel bereikt', zegt Hermes Gadelha, professor toegepaste wiskunde van de universiteit van York en de auteur van de studie, 'maar het menselijke lichaam heeft een zeer gesofisticeerd systeem om te zorgen dat de juiste cellen bij elkaar komen. Elke keer iemand mij vertelt dat ze een baby krijgt, bedenk ik mij dat dat een van de grootste mirakels ter wereld is, maar niemand beseft het.'Het onderzoek, dat in het vakblad Physical Review Letters werd gepubliceerd, draagt mogelijk in de toekomst bij tot de ontwikkeling van nieuwe behandelingen voor mannelijke onvruchtbaarheid. In België heeft 1 op de 6 koppels met onvruchtbaarheid te kampen. In ongeveer 30% van de gevallen ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij de man, bijvoorbeeld door de slechte kwaliteit van het sperma. In meerdere westerse landen lijkt de kwaliteit van het sperma al enkele tientallen jaren aan het dalen te zijn. Maar de redenen hiervoor zijn niet met zekerheid gekend. Behalve een ongezonde levensstijl zouden ook pesticiden en de chemische stof BPA de kwaliteit van sperma aantasten.