De dramatische bosbranden in Australië sinds september 2019 eisen een zware tol voor de zowat 700.000 diersoorten. Grote aantallen, vaak inheemse, zoogdieren, vogels, reptielen, insecten en andere zijn het slachtoffer van een ongeziene ecologische crisis. Wat de uiteindelijke impact zal zijn op het wildleven zal pas duidelijk worden wanneer de getroffen gebieden over enkele maanden geïnspecteerd kunnen worden. De prognoses zien er alvast niet goed uit.
...

De dramatische bosbranden in Australië sinds september 2019 eisen een zware tol voor de zowat 700.000 diersoorten. Grote aantallen, vaak inheemse, zoogdieren, vogels, reptielen, insecten en andere zijn het slachtoffer van een ongeziene ecologische crisis. Wat de uiteindelijke impact zal zijn op het wildleven zal pas duidelijk worden wanneer de getroffen gebieden over enkele maanden geïnspecteerd kunnen worden. De prognoses zien er alvast niet goed uit.Het is voorlopig onmogelijk voor wetenschappers om exact te weten hoeveel dieren in de vlammen zijn opgegaan, maar ze kunnen wel schattingen maken. Volgens voorlopige ramingen hebben mogelijk een miljard dieren schade ondervonden van de branden sinds september vorig jaar in de staten Victoria, New South Wales en South Australia. De meeste dieren zijn direct omgekomen door de branden, de andere zijn gestorven of zullen sterven doordat in het verbrande landschap geen voedsel meer te vinden is, er een tekort aan schuilgelegenheid is en door predatie van geïmporteerde dieren als wilde katten en vossen. In het cijfer van 1 miljard zijn nog geen vleermuizen, amfibieën, insecten en andere ongewervelden inbegrepen. Daarnaast zijn er ook nog eens meer dan 100.000 boerderijdieren omgekomen in de branden.Heel wat inheemse soorten hadden het voor de bosbranden al erg moeilijk om te overleven door de grote droogte die de klimaatverandering met zich meebrengt. In oktober vorig jaar uitten tweehonderd wetenschappers in een open brief aan premier Scott Morrison nog hun zorgen over het alarmerende tempo waarin inheemse soorten op het continent verdwijnen, maar de premier gaf daar toen geen gehoor aan. Nu lijken deze soorten effectief het fatale duwtje te krijgen richting een definitief einde. Zo hebben 65 bedreigde dier- en plantensoorten minstens 50 procent van hun habitat in een mum van tijd in de vlammen zien opgaan. Bijna 50 andere soorten, waaronder een spinnensoort en een buideldiersoort, zagen hun habitat zelfs met minstens 80 procent inkrimpen. 13 diersoorten staan nu volgens het WWF en de Australian Conservation Foundation (ACF) op het punt om plaatselijk uit te sterven. Deze soorten zijn koala's, de geschubde lelhoningeter, kwaststaartrotskangoeroe en corrobereeschijnpad in New South Wales; de bruine raafkaketoe en Sminthopsis aitkeni (een soort smalvoetbuidelmuis) in Zuid-Australië; de reuzenkoeskoes en grootpootpotoroe in East Gippsland in Victoria; en de quokka en westelijke grondpapegaai in West-Australië. Als we ook diersoorten als insecten, slakken en wormen in rekening brengen, dan staan zelfs 700 diersoorten op de rand van uitsterven. We hebben allemaal de beelden gezien van koala's die hulpeloos in de bomen of op de grond zitten met verbrande poten. Op Kangaroo Island alleen al zou de helft van de 50.000 koala's omgekomen zijn. De soort werd er in de jaren 20 geïntroduceerd en is de enige in Australië die chlamydiavrij is. In de deelstaat New South Wales is 30 procent van de koalapopulatie omgekomen, waardoor de soort wellicht plaatselijk kan uitsterven. Dat de soort 'functioneel uitgestorven' is, zoals organisaties die de koala beschermen beweren, is wat kort door de bocht. Met 'functioneel uitgestorven' wordt bedoeld dat de populatie zo klein is geworden, dat het onwaarschijnlijk is dat er nog een nieuwe generatie kan uit voortkomen. Het kan er ook op wijzen dat er zo weinig jongen worden geboren, dat ze vatbaarder worden voor ziektes. Toch staat de koala op de Rode Lijst van de International Union for Conservation niet ingeschreven als 'ernstig bedreigd' of 'bedreigd', maar wel als 'kwetsbaar' in de staten Queensland, New South Wales en het Australisch Hoofdstedelijk Territorium. Eerder voorspelde het WWF al dat de koala definitief verdwenen zal zijn in New South Wales tegen 2050 ten gevolge van menselijke ontwikkeling en klimaatverandering. Ondertussen werd in Nieuw-Zeeland een petitie opgestart om de koala te introduceren in de eucalyptusplantages van het land.Hoewel er dus een plaatselijke uitroeiing kan optreden, is daar op nationaal niveau voorlopig geen sprake van. Daarvoor zijn er nu nog te veel gezonde populaties elders in het land. In 2016 waren er 300.000 exemplaren in het wild in heel Australië. Op Kangaroo Island werden vrouwelijke koala's tot voor kort zelfs gesteriliseerd om het broeden af remmen omdat de grote populaties het landschap beschadigden. Voor de bosbranden werd zelfs geopperd om de dieren af te slachten als mogelijke oplossing voor het probleem.Een diersoort die baat heeft bij de bosbranden is bijvoorbeeld de varaan. Na de brand komen ze uit hun holen om zich te voeden aan gewonde vogels en kleine zoogdieren, hagedissen en slangen. Maar de dieren die ecologen het meeste zorg baren, zijn de wilde katten en de vossen. Deze niet-inheemse predatoren gedijen goed bij bosbranden. Vooral katten zijn meedogenloos. Ze gebruiken dezelfde strategie als roofvogels door op gewonde dieren te jagen. Een ander probleem zijn vogels die zelf brand stichten voor hun eigen gewin, zoals de zwarte wouw, de wigstaartwouw en de grote bruine valk. Deze vogels rapen brandende twijgjes van de grond waarmee ze naar gebieden vliegen die nog ongehavend zijn. Door de twijgjes te laten vallen, starten ze nieuwe branden, waardoor hun prooien tevoorschijn komen om de branden te ontvluchten. De dromedaris heeft in de jaren 1840 door toedoen van de kolonisten zijn intrede gedaan in Australië, ten behoeve van exploratie of transport vooraleer er spoorwegen verrezen. Er zouden zo'n miljoen exemplaren in het wild leven in de uitgestrekte woestijnen van het binnenland. Onlangs was er nogal wat consternatie over het nieuws dat meer dan 5.000 exemplaren werden doodgeschoten. Dat gebeurde vanuit helikopters in de door aboriginals bestuurde gebieden van de Anangu Pitjantjatjara Yankunytjatjara (APY) in de deelstaat Zuid-Australië. De campagne was volgens de lokale autoriteiten onvermijdelijk. Door de aanhoudende droogte naderden grote groepen dromedarissen, op zoek naar water en voedsel, meer en meer bewoonde zones. Zij vormden een bedreiging voor de voorraden van dorpen, veroorzaakten schade en waren een gevaar voor automobilisten. Directeur-generaal Richard King van de APY-gebieden begreep de bezorgdheid van de voorvechters van de dierenzaak, maar hij wees ook op desinformatie over het werkelijke leven van de niet-endemische wilde dieren in één van de meest dorre en afgelegen plaatsen op de planeet. Voor King is het zijn eerste opdracht als bestuurder om de kostbare watervoorraden te beschermen. 'Als wilde kamelen de overhand krijgen, verjagen ze andere dieren die behoren tot het traditionele aboriginal-voedsel. Ze eten ook bush food zoals bessen, pruimen en tomaten. De aboriginal-bevolking kan dan niet meer jagen en verzamelen, zoals ze dat al duizenden jaren doet', aldus King. Hij legde uit dat verzwakte dromedarissen dikwijls in waterputten verzeild raken en er zelfs sterven, waardoor de voor de bewoners en wilde fauna kostbare watervoorraden besmet raken. Het verminderen van de populatie door een deel van de dieren te doden was de enige optie om mensen en de natuur te beschermen.