Onderzoekster Siggie Vertommen: ‘Behandel draagmoederschap gewoon als een job’

Siggie Vertommen: ‘Reproductieve technologieën dienen in Israël ook een politieke agenda.’ © Debby Termonia
Han Renard Han Renard is redacteur bij Knack

De fertiliteitsindustrie is big business. Daar kun je morele bezwaren tegen hebben, maar dat helpt de draagmoeders niet, vindt onderzoekster Siggie Vertommen. ‘Waarom maken we alleen van hén een probleem?’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Het was een van de vele verrassingen bij het begin van de Russische invasie in Oekraïne: in de schuilkelders van Kiev bleken draagmoeders met baby’s vast te zitten. Door de oorlog konden de buitenlandse wensouders de kinderen niet ophalen. Oekraïne, zo bleek, was al jaren een trekpleister in de fertiliteitsindustrie. Sinds de ontwikkeling van in-vitrofertilisatie (ivf) is dat een big business. En zoals dat gaat wanneer er veel geld mee gemoeid is, neemt de industrie de wijk naar lagelonenlanden. Siggie Vertommen, verbonden aan het Centre for Research on Culture and Gender (UGent), bestudeert die ‘mondiale fertiliteitsketens’ in Israël/Palestina, Zuid-Afrika en Nepal.

Uw vakgebied was oorspronkelijk conflict- en ontwikkelingsstudies. Hoe bent u bij fertiliteit uitgekomen?

Siggie Vertommen: Toen ik op zoek ging naar een onderzoeksvraag voor mijn doctoraatsscriptie in Gent was er in Israël commotie over de royale subsidiëring van fertiliteitstechnologieën. Israël voert, dat is algemeen bekend, een beleid dat gericht is op grote gezinnen. Wereldwijd is het het meest genereuze land op het vlak van terugbetaling van ivf, eiceldonatie, draagmoederschap én andere fertiliteitstechnologieën die elders vaak controversieel zijn. In België worden zes ivf-behandelingen terugbetaald, in Israël is dat ongelimiteerd tot je twee kinderen binnen je huidige relatie hebt. Dat creëert een gigantische industrie. Er kwam kritiek van feministische organisaties in Israël, die vinden dat het reproductiebeleid grote druk legt op vrouwen, die vaak tot op late leeftijd intensieve vruchtbaarheidsbehandelingen blijven ondergaan. Dat interesseerde me.

Georgische draagmoeders hebben niet zelden twee of drie baby’s in hun buik.

Uiteindelijk wilde ik via de reproductieve technologieën ook het Israëlisch-Palestijnse conflict beter begrijpen. Dat gaat natuurlijk over land en grondstoffen, en ook religie en cultuur zijn van belang, maar ik wilde onderzoeken hoe het maken van baby’s en families daarin een rol spelen. Wie wordt aangemoedigd om van bepaalde technologie gebruik te maken, en wie niet? En wat zegt dat over de manier waarop het koloniale project in Israël/Palestina, want zo noem ik het, in zijn werk gaat?

Wat vertelt het Israëlische geboortebeleid u over het conflict?

Vertommen: Er is geen officieel geboortebeleid in Israël, maar officieus streeft het naar een hoog geboortecijfer van joods-Israëlische kinderen, en heel wat Israëli’s wensen zelf ook grote gezinnen. Het OESO-gemiddelde is 1,7 kinderen per vrouw, in Israël schommelt het rond de 3. Dat heeft onder meer te maken met het belang van reproductie in de joodse religie, geschiedenis en cultuur. Uiteraard speelt de Holocaust, waarin zes miljoen Joden werden vermoord, daarin een cruciale rol. De verloren levens moeten gecompenseerd worden: die gedachte leeft sterk.

Maar er zit ook een hedendaagse politieke dimensie aan, die samenhangt met de koloniale bezetting van Palestina. Palestijnen worden gezien als een demografische bedreiging, en een joodse demografische meerderheid wordt noodzakelijk geacht voor het overleven van de staat Israël. Reproductieve technologieën zijn in Israël dus niet alleen bedoeld om individuele onvruchtbare joodse gezinnen gelukkig te maken met een baby, ze dienen een bredere politieke agenda die soms ten koste gaat van andere bevolkingsgroepen, zoals de Palestijnen. En hoewel Palestijnse burgers in Israël – dus niet die op de Westelijke Jordaanoever of in Gaza – de jure dezelfde rechten hebben op fertiliteitsbehandelingen als joods-Israëli’s, laat mijn onderzoek zien dat zij die rechten niet altijd optimaal kunnen opeisen. Maar dat uitspreken ligt ontzettend gevoelig, heb ik aan den lijve mogen ondervinden. Als je kritisch onderzoekt hoe dat alles een rol speelt in het Israëlisch-Palestijnse conflict mag je zware tegenwind verwachten. Zeker als jonge, vrouwelijke onderzoeker met een contract van bepaalde duur kom je snel in het vizier.

Siggie Vertommen: ‘Israël streeft naar een hoog geboortecijfer van joods-Israëlische kinderen. Daar zit ook een politieke dimensie aan, die samenhangt met de koloniale bezetting van Palestina.’
Siggie Vertommen: ‘Israël streeft naar een hoog geboortecijfer van joods-Israëlische kinderen. Daar zit ook een politieke dimensie aan, die samenhangt met de koloniale bezetting van Palestina.’ © DEBBY TERMONIA

De fertiliteitsindustrie is in enkele decennia uitgegroeid tot een wereldwijde miljardenbusiness. Wanneer begon dat?

Vertommen: De lancering van ivf in 1978 heeft heel wat andere fertilisatietechnologieën mogelijk gemaakt, zoals intracytoplasmatische sperma-injectie (icsi), eiceldonatie, invriezen en draagmoederschap. Mensen die niet in staat zijn om een kind te maken of op de wereld te zetten, kunnen dankzij die technieken toch een biologische familie krijgen. Zo is wat vroeger een intiem gebeuren was, met behulp van die technologieën, uitgegroeid tot een gigantische mondiale industrie. En die is niet altijd even goed gereguleerd. De wetgeving blijft achter op de technologische vernieuwing. Intussen worden die technologieën overal ter wereld toegepast, en daar is heel wat reproductieve arbeid voor nodig. En zoals dat gaat in een kapitalistische economie, gaat men dan op zoek naar lagelonenlanden.

U hebt zich toegelegd op draagmoederschap.

Vertommen: Precies. Het is een dure technologie. In de Verenigde Staten betaal je al snel 90.000 à 150.000 euro voor een draagmoederschapsbaby. Daarom zijn heel wat westerse bedrijven en babymakelaars hun fertiliteitstechnologieën deels gaan outsourcen naar het Zuiden en het Oosten. In mijn onderzoek betekende dit dat de ivf in Israël werd gedaan, vanwege de subsidie, maar dat men in het buitenland op zoek ging naar een draagmoeder. In Canada of de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, maar vooral Oekraïne, Georgië en voorheen India, Nepal en Cambodja. Het hangt af van het budget van de wensouders. In Israël is draagmoederschap wettelijk toegestaan, maar het is er heel bureaucratisch georganiseerd en was tot voor kort alleen mogelijk voor heteroseksuele stellen. En dus zoeken heel wat koppels in het buitenland een goedkope draagmoeder.

In de Verenigde Staten betaal je al snel 90.000 à 150.000 euro voor een draagmoederschapsbaby.

En een land als Georgië rolt dan de rode loper uit?

Vertommen: In Georgië is commercieel draagmoederschap toegelaten. Fertiliteitsmakelaars daar vertelden me dat ze zich amper aan overheidsregels hoeven te houden. Zowat de enige regel is dat alleen heteroseksuele koppels in aanmerking komen. De Georgische overheid bekijkt draagmoederschap als een makkelijke manier om vrouwen een overlevingsinkomen te bieden. Ik stond echt te kijken van het grote aantal draagmoederschapsmakelaars, draagmoeders en fertilteitsklinieken daar. Er bestaan geen officiële cijfers over, maar toen ik er in 2018 was, had je alleen al in de hoofdstad Tbilisi vijf grote fertiliteitsklinieken en een vijftiental kleinere centra, allemaal privé. Daarnaast had je zeventien draagmoederschapsagentschappen, vaak verbonden aan buitenlandse bureaus.

Hebt u die draagmoeders ontmoet?

Vertommen: Zeker, tientallen heb ik er voor mijn onderzoek gesproken. De meesten waren alleenstaande moeders die vaak moeilijke relaties met partnergeweld achter de rug hadden. Door draagmoeder te worden, verdienen ze naar lokale normen veel geld, tot drie keer een jaarloon. Tegelijk kunnen ze thuisblijven en voor hun eigen kinderen zorgen. Het lijkt een buitenkans, in vergelijking met slechtbetaalde rotjobs die niet met je leven als alleenstaande moeder te combineren vallen.

Maar er is veel mis met de contracten waaraan die Georgische draagmoeders zijn gebonden. Ze moeten heel wat beslissingsrechten over hun eigen lichaam afstaan aan de wensouders en de fertiliteitsdokters. Ze mogen bijvoorbeeld niet zelf kiezen hoeveel embryo’s er worden ingeplant, of zelf over een abortus beslissen. In Georgië planten ze nog vaak meerdere embryo’s in, dus niet zelden hebben die vrouwen twee of drie baby’s in hun buik, wat medische risico’s met zich meebrengt. Over embryoreductie mogen de draagmoeders niet zelf beslissen. Ook hun levens- en ziekteverzekering laat te wensen over, en postnatale zorg bestaat zo goed als niet. En als er iets gebeurt tijdens het draagmoederschap, wordt dat niet als een arbeidsongeval gezien, maar puur als een medische aandoening.

Siggie Vertommen: ‘Niemand zegt: een fertiliteitsdokter moet gratis werken. Waarom zegt men dat dan wel over draagmoeders?’
Siggie Vertommen: ‘Niemand zegt: een fertiliteitsdokter moet gratis werken. Waarom zegt men dat dan wel over draagmoeders?’ © DEBBY TERMONIA

Worden ze dan niet vergoed?

Vertommen: Voor een volledige zwangerschap krijgen ze 15.000 dollar. Als ze de baby verliezen, ontvangen ze, afhankelijk van hoever de zwangerschap was gevorderd, een deel van de vergoeding. Op voorwaarde dat twee onafhankelijke artsen verklaren dat het niet de schuld van de draagmoeder was.

U pleit ervoor dat commercieel draagmoederschap als volwaardig werk wordt beschouwd.

Vertommen: Ik wil gerust een debat voeren over de morele wenselijkheid van technologie zoals die voor het draagmoederschap, en hoe dat in de fertiliteitsindustrie wordt georganiseerd. Maar in mijn onderzoek probeer ik de bio-ethische kwestie wat uit de weg te gaan. Die industrie ís er gewoon. Door draagmoeders en eiceldonoren met de vinger te wijzen, maak je het hen moeilijk om zichzelf als werkers te beschouwen – werkers die ook betere rechten kunnen eisen. Dat laatste zou die vrouwen veel meer helpen dan een groep witte feministen die commercieel draagmoederschap willen verbieden, en het heiligschennis vinden dat vrouwen hun lichamen gebruik om een inkomen te verwerven.

Tegen 2030 zal de wereldwijde babybusiness goed zijn voor 40 miljard dollar per jaar. Heel veel bedrijven en betrokkenen – dokters, makelaars, advocaten – verdienen er grof geld aan. Hoe komt het dan dat we alleen van de vrouwen die daarvoor hun lichaam gebruiken een probleem maken?

Hoe kijken de draagmoeders in Georgië daar zelf naar?

Vertommen: Ook al is het wettelijk toegestaan, draagmoederschap is er taboe. Dat zorgt ervoor dat de draagmoeders vaak heel geïsoleerd zijn. Ze verstoppen dat ze zwanger zijn, en maken zich zo onzichtbaar mogelijk. De laatste drie maanden van de zwangerschap verhuizen ze vaak naar een andere plek, ver van hun eigen wijk, zodat niemand van de buurtbewoners kan zien dat ze zwanger zijn. Veel van mijn interviews vonden plaats in nauwelijks bemeubelde appartementen, achter gesloten gordijnen. Nadien hopen ze dat hun toekomst financieel verzekerd is, maar veel draagmoeders die ik heb geïnterviewd deden het al voor de tweede of derde keer. Als ik ze vroeg of ze het draagmoederschap als werk beschouwden, of aangesloten waren bij een vakbond, reageerden ze nogal heftig. Dan zeiden ze dat ze gewoon moeders waren die goed voor hun eigen kinderen willen zorgen, en draagmoeder waren geworden als een cadeau voor mensen die geen kinderen kunnen krijgen – helemaal het discours dat in de fertiliteitsindustrie wordt gebruikt, waar die vrouwen de gift-giving angels worden genoemd.

En dat is ook een excuus om ze niet genoeg te betalen?

Vertommen: Precies. Het verhaaltje over moederlijk altruïsme lijkt me vooral een manier om het niet over arbeidsrechten te hebben. Niemand zegt: die fertiliteitsdokter moet gratis werken om onvruchtbare koppels het cadeau van het leven te geven. Waarom zegt men dat dan wel over draagmoeders en eiceldonoren?

Het verhaaltje over moederlijk altruïsme lijkt me vooral een manier om het niet over arbeidsrechten te hebben.

Als je het idee van draagmoederschap als volwaardig werk radicaal doortrekt, dan moet je vrouwen ook betalen voor moederschap?

Vertommen: Daar is binnen feministische kringen zeker over nagedacht. Ik vind sommige feministische auteurs en activisten uit de jaren 1970 op dat vlak heel inspirerend. Zo had je het Wages against Housework-collectief met Italiaanse feministen als Silvia Federici en Mariarosa Dalla Costa. Hun idee was dat al het zorgwerk van moeders en echtgenotes dat nodig is om mensen gezond in leven te houden, niet zomaar met de mantel der liefde mocht worden bedekt. Want het is niet alleen moederschap of echtelijke liefde, maar gewoon werk.

En al dat onzichtbare en onbetaalde werk is nodig om het kapitalisme in stand te houden. Zonder de boterhammen die vrouwen smeren voor hun mannen die in de fabriek werken, zonder het aankleden van de kinderen om naar school te gaan, kan al het andere productieve werk – dat wij plegen te zien als ‘echt’ werk – niet gebeuren. Daarom wilden zij moederwerk en echtelijke liefde ontmaskeren als: onbetaald werk. En eisten ze een loon voor huishoudelijke arbeid. Koken, de badkamer schoonmaken, seks hebben met je man, borstvoeding geven, bellen naar oma als ze jarig is – van al die dingen waarvan wij denken dat het hoort bij het vrouw-zijn, zeiden zij: daar is niks natuurlijks of biologisch aan. Dat is hoe vrouwen zijn gesocialiseerd door een patriarchale samenleving en een kapitalistische economie. En zonder al dat werk, was hun punt, kan het kapitalisme nooit rendabel zijn.

In die zin is draagmoederschap een interessante lens om te kijken naar huishoudelijk werk, maar ook naar de zorgsector of de schoonmaak. Sectoren waarin veel vrouwen actief zijn die slecht worden vergoed. In plaats van met de bril van het moederschap te kijken naar draagmoederschap en te zeggen ‘O hemel! Jij, slechte moeder, die je lichaam en kinderen verkoopt’, is het veel boeiender om door die bril te kijken naar al die on- en onderbetaalde vormen van arbeid die zogenaamd uit liefde bijna gratis en voor niets horen te gebeuren.

Siggie Vertommen

– 1984: geboren in Mechelen

– Studeert geschiedenis en conflict & development studies (UGent)

– 2017: postdoctoraal onderzoekster aan de vakgroep conflict- en ontwikkelingsstudies (UGent) en daarvoor King’s College London en University of Cambridge

– Vanaf november 2022: postdoctoraal onderzoekster in Centre for Research on Culture and Gender (UGent) en deeltijds universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content