De geboortedatum van Jezus staat nergens in de Bijbel vermeld en dat geldt ook voor de adventsperiode. Waar komt advent dan vandaan en wat betekent het?

'Advent' komt van het Latijnse woord 'adventus' en dat betekent 'komst'. Het verwijst naar de komst van Jezus. Advent is dan ook de periode van vier weken die aan Kerstmis vooraf gaat. Het is een tijd waarin Christenen uitkijken naar de geboorte van Jezus. Het is daarom een periode van hoop en verwachting.

Maar dat was niet altijd zo. Aanvankelijk hadden advent en Kerstmis zelfs niets met elkaar te maken. In de eerste eeuwen na de geboorte van Jezus werd Kerstmis helemaal niet gevierd. Pasen was toen het belangrijkste christelijke feest. Aan het paasfeest ging een tijd van veertig dagen vooraf waarin gelovigen vastten.

. © Getty Images

Een ander belangrijk feest was toen Driekoningen op 6 januari. Vanaf ongeveer de derde eeuw, werden de veertig dagen voor Driekoningen, een dag waarop destijds veel nieuwe Christenen gedoopt werden, ook een vastenperiode: een tijd van boetedoening, bidden, vasten en een verbod op feesten en dansen.

Van boetedoening naar feestelijk wachten

In de zesde eeuw brengt paus Gregorius het aantal adventszondagen terug van zes naar vier en ontstaat het verband tussen Kerstmis en advent. Die vier zondagen gingen immers vooraf aan Kerstmis. Paus Gregorius kiest voor vier zondagen, omdat het aantal vier verwijst naar de vierduizend jaar die toen verstreken zouden zijn sinds de val van Adam en Eva uit het paradijs. Dit aantal zondagen werd later officieel bekrachtigd op het Concilie van Trente.

. © Getty Images

Nu Kerst en advent aan elkaar geklonken werden, wilde dat niet zeggen dat de adventsperiode overal dezelfde betekenis kreeg. In Gallië (het westelijke deel van Europa) bleef advent een ernstig karakter houden. Gelovigen deden boete en wachtten op de wederkomst van Jezus op de Dag des Oordeels. In het Romeinse gebied werd advent geleidelijkaan een vrolijkere periode waarin mensen verwachtingsvol uitkeken naar de menswording van Jezus.

Tegenwoordig is de advent in de christelijke orthodoxe kerk nog altijd een veertig dagen durende serieuze vastentijd in aanloop naar de Kerst.

Chocolaatjes en kaarsen

Tegenwoordig kennen de meeste mensen advent enkel van de adventskalenders die vooral bij kinderen heel geliefd zijn. Ze bestaan in allerlei soorten: met lego, playmobil, chocolade of knutselcadeautjes voor kinderen en met geurtjes, make-up, douchespullen, gereedschap, kleurige sokken...... voor volwassenen.

Al deze adventskalenders beginnen trouwens altijd stipt op 1 december en eindigen op kerstavond, maar dat geldt niet altijd voor de adventstijd. Die eindigt weliswaar altijd op kerstavond, maar begint ieder jaar op een andere dag, namelijk op de zondag die het dichtstbij 30 november ligt. Dat is de naamdag van de apostel Andreas. Dat is tegelijk de dag waarop het kerkelijke (of liturgische) jaar begint. Dat kan dus zijn tussen 27 november en 3 december.

. © Getty Images

De oorsprong van de adventskalender moeten we zoeken in Duitsland in de negentiende eeuw. Ene Gerhard Lang kreeg in de adventstijd iedere dag van zijn moeder een kartonnetje met daarop een snoepje geplakt. Toen hij volwassen was, keek hij daar met zoveel plezier op terug dat hij een gedrukte adventskalender ontwierp. Achter de luikjes op de eerste adventskalender zaten alleen gedichtjes en mooie plaatjes verstopt. Pas sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw, werden er kleine chocolaatjes en nog later andere cadeautjes in verstopt.

De geboortedatum van Jezus staat nergens in de Bijbel vermeld en dat geldt ook voor de adventsperiode. Waar komt advent dan vandaan en wat betekent het?'Advent' komt van het Latijnse woord 'adventus' en dat betekent 'komst'. Het verwijst naar de komst van Jezus. Advent is dan ook de periode van vier weken die aan Kerstmis vooraf gaat. Het is een tijd waarin Christenen uitkijken naar de geboorte van Jezus. Het is daarom een periode van hoop en verwachting. Maar dat was niet altijd zo. Aanvankelijk hadden advent en Kerstmis zelfs niets met elkaar te maken. In de eerste eeuwen na de geboorte van Jezus werd Kerstmis helemaal niet gevierd. Pasen was toen het belangrijkste christelijke feest. Aan het paasfeest ging een tijd van veertig dagen vooraf waarin gelovigen vastten. Een ander belangrijk feest was toen Driekoningen op 6 januari. Vanaf ongeveer de derde eeuw, werden de veertig dagen voor Driekoningen, een dag waarop destijds veel nieuwe Christenen gedoopt werden, ook een vastenperiode: een tijd van boetedoening, bidden, vasten en een verbod op feesten en dansen. Van boetedoening naar feestelijk wachtenIn de zesde eeuw brengt paus Gregorius het aantal adventszondagen terug van zes naar vier en ontstaat het verband tussen Kerstmis en advent. Die vier zondagen gingen immers vooraf aan Kerstmis. Paus Gregorius kiest voor vier zondagen, omdat het aantal vier verwijst naar de vierduizend jaar die toen verstreken zouden zijn sinds de val van Adam en Eva uit het paradijs. Dit aantal zondagen werd later officieel bekrachtigd op het Concilie van Trente.Nu Kerst en advent aan elkaar geklonken werden, wilde dat niet zeggen dat de adventsperiode overal dezelfde betekenis kreeg. In Gallië (het westelijke deel van Europa) bleef advent een ernstig karakter houden. Gelovigen deden boete en wachtten op de wederkomst van Jezus op de Dag des Oordeels. In het Romeinse gebied werd advent geleidelijkaan een vrolijkere periode waarin mensen verwachtingsvol uitkeken naar de menswording van Jezus.Tegenwoordig is de advent in de christelijke orthodoxe kerk nog altijd een veertig dagen durende serieuze vastentijd in aanloop naar de Kerst.Chocolaatjes en kaarsenTegenwoordig kennen de meeste mensen advent enkel van de adventskalenders die vooral bij kinderen heel geliefd zijn. Ze bestaan in allerlei soorten: met lego, playmobil, chocolade of knutselcadeautjes voor kinderen en met geurtjes, make-up, douchespullen, gereedschap, kleurige sokken...... voor volwassenen. Al deze adventskalenders beginnen trouwens altijd stipt op 1 december en eindigen op kerstavond, maar dat geldt niet altijd voor de adventstijd. Die eindigt weliswaar altijd op kerstavond, maar begint ieder jaar op een andere dag, namelijk op de zondag die het dichtstbij 30 november ligt. Dat is de naamdag van de apostel Andreas. Dat is tegelijk de dag waarop het kerkelijke (of liturgische) jaar begint. Dat kan dus zijn tussen 27 november en 3 december. De oorsprong van de adventskalender moeten we zoeken in Duitsland in de negentiende eeuw. Ene Gerhard Lang kreeg in de adventstijd iedere dag van zijn moeder een kartonnetje met daarop een snoepje geplakt. Toen hij volwassen was, keek hij daar met zoveel plezier op terug dat hij een gedrukte adventskalender ontwierp. Achter de luikjes op de eerste adventskalender zaten alleen gedichtjes en mooie plaatjes verstopt. Pas sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw, werden er kleine chocolaatjes en nog later andere cadeautjes in verstopt.