Het zal je misschien verbazen, maar het is pas drie eeuwen na de geboorte van Jezus Christus dat de meerderheid van de christenen de geboorte traditioneel herdenken op 25 december. Vroege christenen vierden deze gebeurtenis gewoonweg niet, want in het christendom is Pasen veel wezenlijker dan Kerstmis.

Bovendien weten we niet op welke dag Jezus precies werd geboren. Het is zelfs niet zeker dat het in de winter was. Sommige Bijbelse geletterden menen dat de schapen die vermeld worden in bepaalde passages over de nacht van Jezus' geboorte, erop wijzen dat Jezus mogelijk in de lente werd geboren. Bovendien staat in de Bijbel dat Jozef en Maria naar Bethlehem reisden om zich te laten registreren. Zulke volkstellingen werden echter mogelijk niet gedaan in de winter omdat de temperaturen dan te koud waren en de wegen in een slechte toestand verkeerden. Al is het natuurlijk niet onmogelijk. Dit zal dus altijd een mysterie blijven.

25 december komt voor het eerst ter sprake wanneer de vroege christelijke geschiedkundige Sextus Julius Africanus in 221 berekende dat Jezus op 25 maart werd verwekt, dus negen maanden voor 25 december. Die datum was dan ook een logische keuze om in de vierde eeuw na Christus te verkiezen voor het feest van Kerstmis, te meer omdat het ook samenviel met het heidense winterzonnewendefeest waarbij de hergeboorte van de zonnegod werd gevierd (de komst van Christus werd eveneens aanzien als 'het nieuwe licht'.) Tegelijkertijd koos de Kerk van Jeruzalem in het oostelijke deel van het Romeinse Rijk een eigen datum, namelijk 6 januari, die tot op de dag van vandaag op bepaalde plaatsen wordt aangehouden.

De winterzonnewendes en het kerstfeest zouden dus parallel naast elkaar zijn ontstaan. In de donkere maand december werden heel wat feesten gewijd aan de zon en het licht. Heidenen vierden de winterzonnewende en het feit dat de dagen opnieuw langer werden. Romeinen verwelkomden de hergeboorte van de zonnegod ('Sol Invictus') op 25 december, voorafgegaan door Saturnalia, van 17 tot 23 december, een feest gewijd aan de god Saturnus waarbij cadeautjes werden uitgewisseld.

Andere bronnen suggereren dat de Romeinse keizer Constantijn de datum van 25 december uitkoos met als specifiek doel de heidense rituelen te christianiseren. De pas gevormde Kerk vond het immers opportuun om de periode van de winterzonnewende uit te kiezen omdat de burgers het feesten in die periode al gewoon waren en dus makkelijker in het kerstverhaal zouden meegaan.

Toen het christendom zich verder verspreidde doorheen Europa werd ook daar de heidense zonnewende gecombineerd met Kerstmis. Kerstmis werd pas een belangrijk christelijk feest vanaf de 9e eeuw.

Het zal je misschien verbazen, maar het is pas drie eeuwen na de geboorte van Jezus Christus dat de meerderheid van de christenen de geboorte traditioneel herdenken op 25 december. Vroege christenen vierden deze gebeurtenis gewoonweg niet, want in het christendom is Pasen veel wezenlijker dan Kerstmis. Bovendien weten we niet op welke dag Jezus precies werd geboren. Het is zelfs niet zeker dat het in de winter was. Sommige Bijbelse geletterden menen dat de schapen die vermeld worden in bepaalde passages over de nacht van Jezus' geboorte, erop wijzen dat Jezus mogelijk in de lente werd geboren. Bovendien staat in de Bijbel dat Jozef en Maria naar Bethlehem reisden om zich te laten registreren. Zulke volkstellingen werden echter mogelijk niet gedaan in de winter omdat de temperaturen dan te koud waren en de wegen in een slechte toestand verkeerden. Al is het natuurlijk niet onmogelijk. Dit zal dus altijd een mysterie blijven.25 december komt voor het eerst ter sprake wanneer de vroege christelijke geschiedkundige Sextus Julius Africanus in 221 berekende dat Jezus op 25 maart werd verwekt, dus negen maanden voor 25 december. Die datum was dan ook een logische keuze om in de vierde eeuw na Christus te verkiezen voor het feest van Kerstmis, te meer omdat het ook samenviel met het heidense winterzonnewendefeest waarbij de hergeboorte van de zonnegod werd gevierd (de komst van Christus werd eveneens aanzien als 'het nieuwe licht'.) Tegelijkertijd koos de Kerk van Jeruzalem in het oostelijke deel van het Romeinse Rijk een eigen datum, namelijk 6 januari, die tot op de dag van vandaag op bepaalde plaatsen wordt aangehouden.De winterzonnewendes en het kerstfeest zouden dus parallel naast elkaar zijn ontstaan. In de donkere maand december werden heel wat feesten gewijd aan de zon en het licht. Heidenen vierden de winterzonnewende en het feit dat de dagen opnieuw langer werden. Romeinen verwelkomden de hergeboorte van de zonnegod ('Sol Invictus') op 25 december, voorafgegaan door Saturnalia, van 17 tot 23 december, een feest gewijd aan de god Saturnus waarbij cadeautjes werden uitgewisseld. Andere bronnen suggereren dat de Romeinse keizer Constantijn de datum van 25 december uitkoos met als specifiek doel de heidense rituelen te christianiseren. De pas gevormde Kerk vond het immers opportuun om de periode van de winterzonnewende uit te kiezen omdat de burgers het feesten in die periode al gewoon waren en dus makkelijker in het kerstverhaal zouden meegaan.Toen het christendom zich verder verspreidde doorheen Europa werd ook daar de heidense zonnewende gecombineerd met Kerstmis. Kerstmis werd pas een belangrijk christelijk feest vanaf de 9e eeuw.