Charles Darwin, zelf drager van een iconische baard, dacht lang dat de manen van een mannelijke leeuw als bescherming dienden voor het kwetsbare gebied rond de keel wanneer mannetjes met elkaar in een gevecht verwikkeld raakten. Die beschermende factor van de manen zou de reden zijn waarom het kenmerk zich verder kon ontwikkelen bij het roofdier. Tijdens de beginperiode van de evolutie van de manen, vielen de leeuwen elkaar mogelijk aan in de nek. Leeuwen met manen waren dan moeilijker te pakken en hadden zodus een streepje voor dankzij de natuurlijke selectie. Hoe ...

Charles Darwin, zelf drager van een iconische baard, dacht lang dat de manen van een mannelijke leeuw als bescherming dienden voor het kwetsbare gebied rond de keel wanneer mannetjes met elkaar in een gevecht verwikkeld raakten. Die beschermende factor van de manen zou de reden zijn waarom het kenmerk zich verder kon ontwikkelen bij het roofdier. Tijdens de beginperiode van de evolutie van de manen, vielen de leeuwen elkaar mogelijk aan in de nek. Leeuwen met manen waren dan moeilijker te pakken en hadden zodus een streepje voor dankzij de natuurlijke selectie. Hoe beter de manen zich bij de leeuwen ontwikkelden, hoe minder efficiënt de aanvalsstrategie in de nek bleek te zijn. Darwin trok zijn uitleg evenwel niet door naar de gezichtsbeharing van de mens. Daar was volgens hem iets anders in het spel: om vrouwen aan te trekken.Toch mogen we de theorie van de kaakbescherming niet zomaar van tafel vegen, stellen onderzoekers in een nieuwe studie in het vakblad Integrative Organismal Biology van de Oxford Academy. Daarin beweren ze dat ook de mannelijke gezichtsbeharing bij de mens weleens geëvolueerd zou kunnen zijn om de kaak te beschermen tegen vuistslagen. Om dat te bewijzen, onderzochten de auteurs van de studie of gezichtsbeharing effectief een voordeel biedt tijdens een gevecht. Omdat het nogal moeilijk is om fondsen te verwerven voor een studie waarin mensen elkaar ineen kloppen, ontwikkelden de onderzoekers modellen in de vorm van een schedel die ze vervolgens bedekten met verschillende schapenvachten. Daarna werden de modellen met een stomp voorwerp geslagen. Volgroeide schapenvachten moesten een volle baard nabootsen, een gescheerde schapenvacht moest aantonen of de wortels enige bescherming boden en een kale huid representeerde de geschoren man. Wat was nu het resultaat? Volledig behaarde modellen konden 37 procent meer energie opvangen dan de modellen die geschoren waren. Er brak van de bebaarde exemplaren maar 45 procent van het bot, terwijl haarloze modellen zo goed als elke keer barstten. De onderzoekers suggereren dat de vacht de absorptie van de impact van een slag vertraagt en schade kan verhinderen omdat de kracht van de klap over een groter oppervlak gedistribueerd wordt aangezien ook de individuele haren heel wat van de energie absorberen. Conclusie van de auteurs: een stevige, volle baard is in staat om de kracht van de impact van een klap aanzienlijk te verminderen, maar - niet onbelangrijk - het is geen bewijs dat baarden bescherming bieden tegen een knock-out. Met dat laatste verwijzen ze naar een eerdere studie die aantoonde dat bebaarde worstelaars niet succesvoller zijn dan kaal geschoren vechters. Het effect van een snor en bakkebaarden werd niet onderzocht.