Het is haast onmogelijk om ons een wereld in te beelden zonder het World Wide Web. Net dat maakt het ingewikkeld om uit te leggen wat die uitvinding van Tim Berners-Lee in 1989 precies heeft teweeggebracht, zeker voor de generatie die toen nog geboren moest worden. Om te illustreren hoe snel de omschakeling gebeurde: van mijn klas in het eerste middelbaar in 1999, had ongeveer de helft een computer thuis. Aan het eind van het zesde middelbaar in 2005, vroeg de klastitularis wie er nog geen internet had. Eén medeleerling stak zijn hand op: 'Maar Telenet komt volgende week!'

Gesproken over het internet: dat woord zien we overal opduiken als synoniem voor het wereldwijde web. Dat is echter niet correct: het internet vierde zijn 50ste verjaardag dit jaar, terwijl het web nog maar 30 jaar bestaat. Het internet, dat zijn de verbindingen, de kabels en draadloze installaties die toelaten om bitjes informatie van het ene toestel naar het andere te versturen. Bovenop het internet werden allerhande toepassingen gebouwd, zoals e-mail, videotelefonie, digitale televisie, etc.

Internet verhoudt zich tot web zoals telefoonnetwerk tot faxtoestel.

Wat je echter niet kon met het internet vóór 1989, was iets 'online plaatsen'. Al die computers konden wel data naar elkaar versturen, wat kennisdeling veel sneller maakte, maar daarvoor nog niet eenvoudiger. Naar wie moet je immers welke informatie versturen? En in welk formaat, zodat we zeker zijn dat de ontvangende partij het kan openen?

De uitvinding van het web bracht ons een ensemble van 3 technologieën die het mogelijk en eenvoudig maakten om snel informatie te delen met iedereen. De eerste technologie is de URL, of Uniform Resource Locator. Die laat toe om gelijk welk document over de hele wereld een unieke naam te geven. De unieke naam van deze pagina vind je bijvoorbeeld in de adresbalk bovenaan je browser. De tweede technologie is HTTP, of HyperText Transfer Protocol, waarmee je aan de hand van een URL een document kan ophalen vanaf een andere computer. Je hoeft dus niet meer te wachten tot iemand je iets doorstuurt via e-mail: jij bepaalt zelf welke pagina's je bezoekt. Als derde is er ten slotte HTML, de HyperText Markup Language, een universeel formaat om documenten voor te stellen. Zo kan je, onafhankelijk van de software waarmee een website gemaakt is, een HTML-document openen op je computer, laptop, tablet of smartphone.

Een simpele manier om het te onthouden, is dat internet zich verhoudt tot web zoals telefoonnetwerk tot faxtoestel. We kunnen het telefoonnetwerk immers gebruiken om te bellen en sms'en, maar zonder faxtoestel kunnen we geen documenten rondsturen. Het web gebruikt op gelijkaardige wijze de kabels van het internet om ons websites te tonen. Alles wat zich afspeelt in je browser is web; alles erbuiten de rest van het internet.

Met het web kwam ook de hyperlink. De muis bestond al, dus klikken was niet nieuw. De grote revolutie was echter dat een klik in het ene document je plots naar een document aan de andere kant van de wereld kon brengen. Tegenwoordig doen we dat zelfs over verschillende media heen: zelden vinden we nog kranten, magazines of folders waarop geen URL vermeld staat. Het is voor ieder van ons moeilijk om voor te stellen dat informatie vroeger zo veraf was.

Tim Berners-Lee had oorspronkelijk een eenvoudig systeem in gedachten. Die eenvoud was meteen ook de grote sterkte van het web, waardoor het zich razendsnel kon verspreiden. We zien ook vandaag nog dat diezelfde simpele technologie werkt op verschillende toestellen, gaande van smartphones tot slimme auto's. Bovendien kan je oude webpagina's nog steeds bekijken met de browsers van nu, en zullen huidige websites ook (beperkt) werken in oude browsers. Compatibiliteit van meer dan 30 jaar is ongezien lang in computertermen.

Een eenvoudig ontwerp betekent ook echter dat bepaalde aspecten niet werden ingebouwd. Sommige zaken die bewust waren weggelaten, zoals beveiligde verbindingen, werden later bijgeplaatst. Andere beslissingen schemeren nog steeds door, zoals bijvoorbeeld het ontbreken van universele oplossingen voor copyrightbeschermingen, betalingen en identiteit. Het verschil tussen universele oplossingen en de ontbrekende stukken is duidelijk merkbaar. Zo is de technologie voor beveiligde verbindingen dezelfde op alle sites (namelijk URL's die beginnen met "https"), terwijl er voor identiteit nog steeds geen oplossing bestaat die werkt voor alle mensen en websites. Als je ergens een berichtje of bestelling wil plaatsen, moet je ofwel een account hebben bij een grote speler (zoals Facebook of Google), of een nieuwe account aanmaken bij die website. Die afhankelijkheid zorgt ervoor dat ofwel een groot bedrijf weet wat we allemaal doen online, of dat we tientallen wachtwoorden moeten onthouden en veilig bewaren.

Bovendien kampt het web ook met een aantal grote, niet-technologische uitdagingen. Zo zijn veel businessmodellen vandaag erop gericht om zoveel mogelijk data te verzamelen, en zien we overal advertenties opduiken die bijna speciaal voor ons gemaakt lijken. Niet alle advertenties zijn nog herkenbaar: sommigen nemen de vorm aan van betaalde reacties of tweets op websites. Sommigen daarvan hebben zelfs kleine of grote politieke gevolgen voor hele landen.

Eigenlijk vormt dit alles twee zijden van hetzelfde muntstuk. De technologische vooruitgang van het web bracht vele mogelijkheden, en daarbij vele nieuwe vragen. Gelijk wie kan om het even wat zeggen over om het even wat. Die grote democratische sterkte, waarmee het web iedereen een stem heeft gegeven, is tegelijkertijd ook net een belangrijk vraagstuk, aangezien niemand al die meningen nog kan ontwarren. Het inschatten en nagaan van de betrouwbaarheid van informatie is bijzonder complex geworden.

With great power comes great responsibility. Het web heeft de wereld veranderd, en als we erin slagen als mensheid om goed voor die onuitputtelijke kennisbron te zorgen, moet het allerbeste wellicht nog komen.

Professor Ruben Verborgh is als computerwetenschapper verbonden aan de UGent-IMEC. Hij is expert in semantische webtechnologie.