Ze zijn stokoud, niet meteen moeders mooiste en ze kunnen heel wat schade aanrichten op Aarde. We hebben het over planetoïden (ook wel asteroïden genoemd). Deze mini-planeetjes die eruit zien als stenen aardappelen, vormen steevast de 'bad guys' in spectaculaire rampenfilms in handen van Hollywoodregisseurs.
...

Ze zijn stokoud, niet meteen moeders mooiste en ze kunnen heel wat schade aanrichten op Aarde. We hebben het over planetoïden (ook wel asteroïden genoemd). Deze mini-planeetjes die eruit zien als stenen aardappelen, vormen steevast de 'bad guys' in spectaculaire rampenfilms in handen van Hollywoodregisseurs. Lang werd door astronomen die met 'serieuze' astrofysica bezig zijn neergekeken op planetoïdenjagers. Tot nu. Planetoïden krijgen steeds meer erkenning als waardevolle tijdcapsuletjes van ons zonnestelsel. Zo is de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA momenteel met de belangrijke OSIRIS-Rex-missie op weg naar planetoïde Bennu om er in 2018 een ontmoeting mee te hebben. Wetenschappers staan nu al te popelen om te weten te komen wat deze specifieke planetoïde allemaal te vertellen zal hebben over het ontstaan van ons zonnestelsel. 'De belangstelling voor planetoïden is de laatste jaren erg toegenomen' , zegt Tim Trachet, astronoom en oprichter van vereniging SKEPP (Studiekring voor de Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale). 'Dankzij de verbeterde technologieën en de meer gespecialiseerde onderzoeksprogramma's worden er tegenwoordig steeds meer planetoïden ontdekt. We spotten momenteel zo'n 1500 van deze "Near-Earth obejects" per jaar, waarvan de meeste planetoïden zijn, terwijl er dat vroeger maar enkele tientallen per jaar waren.'Een van die ruimtestenen die in een vervlogen tijd in het vizier van de Belgische astronoom Henri Debehogne kwam, is de '7013 Trachet', een planetoïde van 5,4 km groot in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter, die in april werd vernoemd naar Tim Trachet zelf. De bezieler van SKEPP komt daarmee in het rijtje terecht van andere Belgische 'sterren' die hun naam aan een planetoïde gaven, zoals Eddy Wally, Rudi Vranckx, Armand Pien, Julie & Melissa, An & Eefje, Magritte, Rubens, Kristien Hemmerechts en de Vlaamse steden Antwerpen, Oostende, Gent en Brugge. Volgens Trachet heeft hij deze eer te danken aan zijn verwezenlijkingen bij SKEPP. 'De wereld van de astronomie weet de kritische aandacht voor pseudowetenschap wel te appreciëren', zegt hij. 'Nogal wat skeptische groeperingen zijn trouwens gesticht met de hulp van astronomen.'Van '7013 Trachet' hoeven we niet meteen iets te vrezen, maar heel wat andere planetoïden zouden weleens een duister kantje kunnen hebben en dat is meteen ook de reden waarom 30 juni sinds 2015 de "Dag van de Planetoïde" is. Op die dag vieren we de verjaardag van de grootste planetoïde-impact in de recente geschiedenis van onze Aarde, namelijk die van Toengoeska in Siberië in 1908. Als gevolg van de ontploffing van een meteoriet zo'n 8 km boven het aardoppervlak braken tot in een omtrek van 30 tot 40 kilometer bomen aan de basis van de stam af. Gelukkig vond het fenomeen plaats in een nagenoeg onbewoond gebied. Was dat niet zo geweest, waren er wellicht duizenden of zelfs honderdduizenden slachtoffers geweest.De Toengoeska-inslag staat op Planetoïdedag dan ook symbool voor wat er ons te wachten staat wanneer een niet onaanzienlijk brokstuk beslist om ons eens een bezoekje te brengen. Hoewel onze Aarde dagelijks gebombardeerd wordt door kleiner ruimtepuin dat opbrandt in de atmosfeer en waarvan we dus niets merken, is een inslag van een groter object die hele gebieden van de kaart kan vegen, niet ondenkbaar. Het is in het verleden meerdere malen gebeurd. De bekendste planetoïde-botsing is natuurlijk die van 66 miljoen jaar geleden op het schiereiland Yutacán in Mexico, die het definitieve einde van de dinosaurussen inluidde. En dat was zeker de grootste niet die ons ooit getroffen heeft. Ook in 2013 raakten meer dan 1500 mensen gewond in de stad Tsjeljabinsk in het Russische Oeralgebied door de explosie van een plots opgedoken meteoor boven het aardoppervlak. Die explosie was het equivalent van 500 kiloton TNT, meer dan dertig keer de atoombom van Hiroshima. Het is niet meer dan logisch dat dergelijke gebeurtenissen nog zullen voorkomen in de toekomst.Alle wetenschappers zijn het er zelfs over eens: 'Een nieuwe planetoïde-inslag is een kwestie van tijd'. Trachet beaamt maar nuanceert: 'Het zal inderdaad vroeg of laat gebeuren dat een planetoïde op Aarde zal inslaan. De kans op lange termijn is zeer groot. Dat is meteen ook de reden waarom er tegenwoordig zoveel naar gespeurd wordt. Maar als we een planetoïde vinden die met ons in botsing kan komen betekent dat niet dat dit snel zal gebeuren. Je kan dat vergelijken met het gevaar dat je loopt wanneer je de spoorweg oversteekt, wetende dat er tussen nu en drie dagen een trein moet langskomen. Als men echter plots een object ontdekt dat over enkele maanden zal inslaan, zitten we uiteraard met een probleem. Maar zo'n vaart zal het wellicht niet lopen. Ik wil geen angst zaaien, maar er zijn nog veel ergere dingen in de ruimte die ons kunnen overkomen waar we al helemaal niets aan kunnen doen, zoals een supernova in een niet al te verre omgeving (het verschijnsel waarbij een ster op spectaculaire wijze explodeert,, nvdr) of een uitbarsting van hoogenergetische gammastralen, iets dat we tot nu toe gelukkig enkel in verafgelegen sterrenstelsels hebben waargenomen. Die fenomenen zijn nog veel zeldzamer dan planetoïde-inslagen, maar tegen dat laatste kunnen we tenminste nog iets ondernemen.'En dat is ook de NASA en haar Europese tegenhanger ESA niet ontgaan. De Amerikanen openden vorig jaar het Planetary Defense Coordination Office, een soort van wereldwijd coördinatiecentrum dat maatregelen moet nemen in het geval van een mogelijke inslag van gevaarlijke objecten uit de ruimte. Die maatregelen gaan van het opsporen van de objecten tot het in kaart brengen van de kans op een inslag op Aarde en de maatregelen die dan zouden moeten worden genomen zoals een evacuatie van een bepaald gebied. De NASA is alvast begonnen met het oplijsten van potentieel gevaarlijke planetoïden. In 2008 waren dat er nog 982, vandaag staat de teller op bijna 1800. 'Bedoeling is om de baan van deze objecten te berekenen zodat we op voorhand actie kunnen ondernemen, zegt Trachet. 'Wellicht hebben we dan nog enkele tientallen jaren of zelfs eeuwen om de Aarde, of zelfs de mensheid, te behoeden voor onheil. Hoe dat moet gebeuren? Een kernbom in de ruimtesteen planten en zo tot ontploffing brengen zoals in de film Armageddon is geen goed idee, want dan krijg je nog meer gevaarlijke brokstukken om rekening mee te houden. Een meer realistisch scenario is de planetoïde in een andere baan te brengen via een soort raketaandrijving of met de hulp van een zeil dat de zonnewind opvangt.'Het meest concrete plan stond tot voor kort in de steigers bij de NASA, maar het Asteroid Redirect Program werd door president Donald Trump onlangs naar de prullenmand verwezen, weet Trachet. 'De president schrapte de fondsen voor het programma in zijn begroting voor de NASA voor 2018, want dat interesseert hem natuurlijk niet.' Deze ambitieuze missie bestond nochtans uit het vangen van een stuk planetoïde met een robotarm om vervolgens in een baan rond de maan te brengen. De ruimtevaartorganisatie had al een eerste test uitgevoerd met een prototype van de robotarm en een nagemaakte versie van een 2 tot 4 meter breed rotsblok van een planetoïde. Maar helaas paste dit niet in het 'America First'-beleid van Trump. Misschien heeft de president wel oren naar een ander, lucratiever element van planetoïden. Veel commerciële bedrijven dromen immers hardop van het ontginnen van de stenen voor grondstoffen zoals nikkel, ijzer, platina, goud en zelfs benzine. Er zijn de laatste jaren al heel wat asteroïdemijnbouwbedrijven opgericht, zoals Planetary Resources en Deep Space Industries. Trachet: 'De technologie zal dat in de toekomst inderdaad wel mogelijk maken via robots en dergelijke, maar de vraag is of dat economisch haalbaar is. Het grote probleem is dat een ruimtevlucht nog altijd verschrikkelijk duur is, zeker grote missies. Goud en platina zijn dan misschien nog wel de moeite, maar voor nikkel en ijzer moet je nu niet bepaald de ruimte in. Er is nog altijd voldoende te vinden op Aarde.' Op lange termijn ziet Trachet echter wel mogelijkheden. 'Indien de mens ooit permanent in de ruimte verblijft, zou het weleens interessanter kunnen worden om grondstoffen uit de ruimte zelf te halen dan uit de Aarde. Ik denk dan aan ijzer om ruimtetuigen te maken, maar ook water. Zo zouden we op termijn de Aarde niet meer nodig hebben voor onze basisbehoeften in de ruimte.'Voorlopig blijft het bij een droom voor potentiële 'ruimtecowboys' om planetoïden te vangen voor hun grondstoffen. Want het 'oogsten' van de ruimte wordt dan wel een mijlpaal in de menselijke geschiedenis, maar wat met het wettelijke aspect? Mag elk bedrijf zijn kans wagen om planetoïden te ontginnen? Het Ruimteverdrag van 1967 stelt dat de ruimte niet onderworpen is aan nationale toe-eigening en dat lidstaten de schadelijke verontreinig van de ruimte en hemellichamen zullen vermijden. Maar de Verenigde Staten en Luxemburg hebben ondertussen al hun eigen ruimtewetten uitgevaardigd waarbij ze zichzelf de toestemming geven voor het commercieel ontginnen van mineralen en andere materialen uit asteroïden en de maan. Volgens sommigen is dat in strijd met het Ruimteverdrag, maar anderen menen dan weer dat het verdrag alleen spreekt van 'toe-eigenen' en niet van 'exploiteren'. Of hoe planetoïden niet alleen voor gevaar van buitenaf zorgen, maar ook nog eens voor de interne uitbraak van een ideologische strijd om het eigendom van de kosmos.