Hoe covid ook de wetenschap heeft veranderd

© Getty

De wetenschappelijke publicatiecultuur is een traag en voorzichtig proces. Dat botst weleens met de onlinecultuur van onmiddellijke ophef, zo bleek al te vaak tijdens de coronacrisis. En dus bent u maar beter voorzichtig als u het zinnetje ‘Studies hebben bewezen dat…’ leest.

In januari 2022 kwam Lieven Annemans, professor gezondheidseconomie aan de Universiteit Gent, in een kleine mediastorm terecht. Op sociale media had hij een infografiek gedeeld met de titel ‘Baten en risico’s verbonden aan het vaccineren van kinderen’. Het was een prentje met de logo’s van een aantal coronakritische organisaties, een tekst van acht korte paragrafen en twaalf voetnoten die verwezen naar wetenschappelijke literatuur. Annemans’ conclusie? De baten bij kindercoronavaccinatie waren ‘minimaal’ en de risico’s ‘maximaal’.

In de Nederlandse YouTube-podcast De Nieuwe Wereld onthulde de professor diezelfde week dat hij persoonlijk coauteur was van de infografiek. Hij noemde die een ‘objectieve risico-batenanalyse’ over coronavaccinatie voor kinderen. ‘Heel veel mensen denken: ah, het is in orde, want de wetenschap heeft het goedgekeurd. Maar dat is niet zo’, zei Annemans.

Zijn boodschap was niet geruststellend: coronavaccins zouden leiden tot ‘aangetoonde veranderingen in het lichaam die impact kunnen hebben op de bloedvaten, hart, longen en hersenen’ en mogelijk zelfs ‘ook het aangeboren immuunsysteem en de functie van het DNA’ aantasten. Alleen, er was iets aan de hand met de wetenschappelijke artikels uit de voetnoten waarop die inschattingen gebaseerd waren.

Eén artikel was een zogenaamde preprint of voordruk, een wetenschappelijk werkstuk dat auteurs ter consultatie op een gespecialiseerde server plaatsen in afwachting van peerreview of collegiale toetsing. Experts lezen wetenschappelijke papers na en beoordelen die op hun kwaliteit alvorens ze – meestal na aanpassingen – in een wetenschappelijk tijdschrift verschijnen. Vroeger gebeurde peerreview altijd vóór publicatie, maar het internet heeft dat procedé omgekeerd. Het is niet ongebruikelijk om naar preprints te verwijzen, maar het nodige voorbehoud is altijd aangeraden.

Twee andere bronnen van Annemans’ infografiek waren wel al gepubliceerd, in tijdschriften als Viruses en Toxicology Reports. Maar op het moment dat Annemans de infografiek online plaatste, hadden ze allebei al een ‘expression of concern’ meegekregen. Zo’n mededeling van de uitgever betekent dat de onderzoeksresultaten mogelijk onbetrouwbaar zijn, en dat er een onderzoek loopt. En inderdaad, beide artikels werden enkele maanden later ingetrokken door de tijdschriften. Over het artikel ‘Why are we vaccinating children against COVID-19’ besloot het bijkomende onderzoek dat het op ‘meerdere manieren blijk geeft van ongepaste vooringenomenheid’.

Toptijdschriften

Intrekken van gepubliceerde wetenschappelijke artikels is minder zeldzaam dan je zou denken. De blog Retraction Watch houdt al sinds 2020 bij met hoeveel gepubliceerde papers over corona dat is gebeurd: de teller staat na drie jaar op 270 papers. Het aantal coronagerelateerde artikels dat wegkwijnt op preprintservers – en dus nooit door het proces van peerreview raakte – is zelfs ontelbaar.

In wetenschapscommunicatie of journalistiek loopt het vaak ook spaak bij ‘gewone’ wetenschappelijke publicaties. De ene publicatie is de andere niet, en die nuances gaan vaak verloren op sociale media. De betrouwbaarheid en impactfactor van wetenschappelijke tijdschriften lopen sterk uiteen. De meeste mensen kennen ‘toptijdschriften’ als Nature of The Lancet, maar er bestaat ook een groezeligere wereld van middelgrote en kleine tijdschriften, die soms zelfs artikels aanvaarden tegen betaling. Voor niet-ingewijden zijn zulke predatory journals of rooftijdschriften nauwelijks te onderscheiden van legitieme publicaties.

Verder is er ook veel verwarring over de inherente waarde van verschillende types artikels. Niet alles wat verschijnt in een wetenschappelijk tijdschrift – zelfs in een toptijdschrift – is peer reviewd. Tijdschriften bevatten geregeld ook editorials of opiniestukken, ingezonden lezersbrieven of korte commentaren. Zo krijgt pakweg de opinie van een auteur van een lezersbrief in The Lancet veel gewicht dankzij de ronkende naam van het tijdschrift.

Bewijspiramide

Klinkt dat allemaal ingewikkeld en technisch? Dat is het ook. Wetenschappelijke literatuur is voor zowel burgers als journalisten grotendeels een soort black box. Het frappantste voorbeeld vormen de stapels literatuur over de ‘herbestemming’ van bepaalde geneesmiddelen tegen covid-19 – hydroxychloroquine, ivermectine, proxalutamide, enzovoort. Tijdens de pandemie wezen tegenstanders van de coronavaccins graag naar bestaande middelen die vaccinatie ‘onnodig’ zouden maken. Talloze onderzoeken werden opgezet om te testen of middelen een gunstig effect hadden. Gespecialiseerde websites gingen de ‘positieve’ studies over pakweg ivermectine turven. ‘Hoe kunnen mensen nu beweren dat dat niet werkt, wanneer X aantal studies al aantonen dat het wel werkt?’ klonk het.

Maar evidencebased geneeskunde is meer dan ‘turven’. Ook wat klinisch onderzoek betreft, bestaat er een soort ‘bewijspiramide’ van betrouwbaarheid: dat gaat van preklinisch onderzoek in vitro of bij dieren, over casestudies, cohortstudies, gerandomiseerde dubbelblinde klinische onderzoeken (RCT’s) tot systematische reviews of meta-analyses. Dat niet beseffen leidt geregeld tot complottheorieën over hoe ‘een berg aan bewijsmateriaal’ zou worden ‘onderdrukt’.

Gehakt

Vooral bepaalde alternatieve media die in het coronasceptische moeras waren gedoken, toonden veel onbegrip voor de wereld van wetenschappelijke publicaties. ‘Amerikaanse neuroloog maakt gehakt van Covid beleid in vernietigend dossier’, zo titelde de coronasceptische website Tegenwind vorige maand nog. Het verwees naar ‘een opgemerkte (sic) dossier dat gepubliceerd werd in de […] National Library of Medicine’. De website van de National Library of Medicine, onderhouden door de Amerikaanse overheid, is geen tijdschrift, maar bevat de zoekmachine PubMed, waarin je miljoenen artikels kunt raadplegen uit de biomedische literatuur. Het ‘vernietigende dossier’ bleek een editorial – een opiniestuk dus – geschreven door de gepensioneerde controversiële neurochirurg Russell Blaylock. Het verscheen in Surgical Neurology International, Blaylock zelf zat in de redactieraad van dat tijdschrift.

Het toont aan hoezeer ‘de wetenschap’, zowel in Twitterdiscussies als in de pers, gebruikt wordt als een soort grabbelton waarin iedereen enkele titels kan bijeenrapen. We zijn allemaal vatbaar voor confirmation bias, de neiging om informatie te geloven die aansluit bij wat al je vaste overtuiging is. Dankzij de orkaan aan publicaties over covid-19 – letterlijk honderdduizenden papers – kun je voor alles in het coronadebat, rond vaccinaties, rond maskers, rond lockdowns, wel ergens een wetenschappelijke publicatie vinden die je hoogstpersoonlijke standpunt onderbouwt.

Ook de mainstream journalistiek heeft boter op het hoofd. De pers kan wat meer dynamiek aan de dag leggen in haar berichtgeving over de ingewikkeldere aspecten van het wetenschappelijke bedrijf. Want van de gemiddelde burger kan niemand redelijkerwijs verwachten dat hij of zij zomaar weet waarom gerandomiseerd dubbelblind klinisch onderzoek betrouwbaarder is dan een casusrapport, of wat precies de wetenschappelijke waarde is van een opiniestuk in The Lancet of een ingestuurd abstract op een cardiologiecongres.

En het zijn het precies zulke wetenschappelijke publicaties waarmee antivaxgroeperingen en andere bad actors op sociale media goochelen. Een laagkwalitatieve preprint die nooit ofte nimmer gepubliceerd raakt of een problematisch artikel dat door de peerreview is geglipt, kan viraal zijn gegaan voordat het uiteindelijk wordt ingetrokken. Factcheckers hollen meestal achter de feiten aan zodra een bepaalde claim uit een onzinpaper wijdverspreid is.

Ivoren torens

Is de combinatie van wetenschappelijke publicaties en sociale media dan sowieso een recept voor onheil? Toch niet. Op sociale media zijn naast journalisten, politici en trollen ook heel wat wetenschappers actief. Wanneer controversiële wetenschappelijke papers viraal gaan, lokt dat daar ook een soort publiekelijk en ogenblikkelijk peerreviewproces uit. Experts geven, soms dezelfde dag nog, hun mening en gaan in discussie. Sommigen treden uit hun wetenschappelijke bastions en proberen controverses ook behapbaar te maken voor een breder publiek van niet-experts. Al blijven wetenschappers natuurlijk ook maar mensen, en zijn er ook scheldpartijen en onderlinge kliekjesvorming.

Internet en sociale media zorgen er dus voor dat slechte wetenschappelijke publicaties een breder publiek bereiken dan het vroegere bakje met afgewezen manuscripten. Maar datzelfde internet en diezelfde sociale netwerken zijn ook de geijkte kanalen geworden voor wetenschappers en journalisten om de nieuwste evoluties in het veld te duiden. De remedie is hetzelfde als de kwaal. In een online wereld vol kwakzalvers en lobbygroepen, waarin elke burger ‘zijn eigen research’ kan doen, kunnen we er dus maar beter voor zorgen dat de ivoren torens van journalistiek en academia een goede internetverbinding hebben.

Partner Content