Onder leiding van Hans Bruyninckx verzamelen de tweehonderd medewerkers van het Europees Milieuagentschap (EMA) in Kopenhagen wetenschappelijke kennis over de toestand van de planeet. Hun rapporten vormen de basis voor het Europese klimaat- en milieubeleid. 'Dertig jaar geleden richtte dat beleid zich op schoon water en schone lucht, en werd vooral de industriële vervuiling aangepakt', zegt hij. 'Het leek alsof klimaat heel weinig met milieu te maken had. De laatste jaren werd overduidelijk dat die twee zeer sterk aan elkaar gekoppeld zijn. Want als de klimaatverandering zich onverminderd doorzet, zal dat een zeer grote impact hebben op de biodiversiteit en bijvoorbeeld ook op de kwaliteit van ons water.'
...

Onder leiding van Hans Bruyninckx verzamelen de tweehonderd medewerkers van het Europees Milieuagentschap (EMA) in Kopenhagen wetenschappelijke kennis over de toestand van de planeet. Hun rapporten vormen de basis voor het Europese klimaat- en milieubeleid. 'Dertig jaar geleden richtte dat beleid zich op schoon water en schone lucht, en werd vooral de industriële vervuiling aangepakt', zegt hij. 'Het leek alsof klimaat heel weinig met milieu te maken had. De laatste jaren werd overduidelijk dat die twee zeer sterk aan elkaar gekoppeld zijn. Want als de klimaatverandering zich onverminderd doorzet, zal dat een zeer grote impact hebben op de biodiversiteit en bijvoorbeeld ook op de kwaliteit van ons water.' Het milieu- en klimaatbeleid bepaalt mee de toekomst van de samenleving, benadrukt Bruyninckx. 'In onze rapporten analyseren wij wat er op Europees niveau gebeurt. We duiden aan waar het te traag gaat en wat de oorzaken daarvan zijn. We maken dus zelf geen beleid, maar leggen telkens weer de vinger op de wonde. Vanaf mijn aantreden in juni 2013 als directeur van het EMA zette ik in op de transitie, de broodnodige verandering van het hele systeem. Sommigen vonden me nogal radicaal, anderen vonden me eerder theoretisch. Intussen vormt die transitie wel de hoeksteen van de Green Deal van de Europese Commissie.' Commissievoorzitter Ursula von der Leyen wil 1000 miljard euro investeren in de Europese transitie. U bent enthousiast over haar Green Deal? Hans Bruyninckx: Ja, want het is het meest toekomstgerichte, meest ambitieuze en meest fundamentele beleidsprogramma van de Europese Unie ooit. De Green Deal wil van Europa het eerste klimaatneutrale continent ter wereld maken, de biodiversiteit herstellen en streven naar zero-vervuiling. De deal legt ook de link tussen gezondheid, milieu, klimaat en ons voedselsysteem. Al die zaken stonden vroeger nooit in een Europees beleidsprogramma. Bovendien wordt ook de koppeling gemaakt met het sociale: het moet een rechtvaardige transitie worden. Daarenboven moet de deal op een duurzame manier gefinancierd worden. Zowel het Europees Parlement als de meerderheid van de lidstaten staat achter die aanpak. Dat stemt mij optimistisch. Maar ik ben ook realistisch: de curves van de klimaatverandering gaan de verkeerde richting uit. De wetenschappelijke consensus is kristalhelder: de eerstvolgende tien jaar móéten we die curves weer ombuigen. Dat wil zeggen dat er harde keuzes gemaakt zullen moeten worden. Daarom hebben we meer dan ooit nood aan echt leiderschap. Waarom zou Ursula von der Leyen slagen waar haar voorgangers in het stof beten? Bruyninckx: We ervaren steeds meer zelf aan den lijve dat het niet vijf voor twaalf is, maar vijf óver twaalf. De grote gevolgen van de klimaatverandering worden in Europa steeds zichtbaarder, net als de gevolgen van het verlies aan biodiversiteit. Steeds meer politici zien ook in dat duurzaamheid de sleutel is voor de economie en de werkgelegenheid van de toekomst. Ze zijn tot het besef gekomen dat er veel kostbare tijd verloren is gegaan. Von der Leyen moet dan wel 27 lidstaten op één lijn krijgen. Hoe overtuigt ze ook de minder enthousiaste landen? Bruyninckx: Met argumenten die onderbouwd zijn met stevige wetenschappelijke kennis. Daar zorgen wij dus voor. Ons laatste rapport biedt een overzicht van de toestand van het milieu en het klimaat in Europa. Aan de hand van onze vaststellingen kan moeilijk geconcludeerd worden dat het wel zal koelen zonder blazen. Integendeel. Dat rapport is voorgesteld aan de Europese Raad. De lidstaten weten dus wat er op het spel staat. Ze weten ook dat er voor de transitie op financieel vlak Europese solidariteit geldt, om te vermijden dat sommige regio's uit de boot vallen. Als je in de politiek op het hoogste niveau een deal wilt sluiten, moet je bereid zijn dingen aan elkaar te koppelen. In de politieke wetenschap heet dat linkage politics. Landen die het wat moeilijker hebben met de Green Deal, kunnen zo met compensaties op andere terreinen over de streep getrokken worden. Al voeg ik er meteen aan toe dat er weinig marge is om met de planeet aarde een compromis te sluiten. De kern van elk compromis zal altijd zijn: een transitie naar duurzaamheid. Het zal snel moeten gaan en op grote schaal moeten gebeuren. We hebben écht geen tijd te verliezen. Wat houdt die transitie precies in? Bruyninckx: Ons huidige energiesysteem is vooral gebaseerd op relatief goedkope fossiele brandstoffen. De producten die ermee vervaardigd worden, zijn soms allesbehalve duurzaam - denk maar aan de plasticindustrie, of aan al die goedkope toestelletjes die snel in de vuilnisbak belanden. De energietransitie die de Europese instellingen en het Internationaal Energieagentschap (IEA) willen doorvoeren, mikt op een snelle en massale overschakeling naar hernieuwbare energie. Maar we moeten ons ook durven af te vragen: gebruiken we energie altijd even efficiënt? Als we op een duurzame manier met elkaar willen samenleven, springen we dus beter ook zuinig met energie om. Ook onze mobiliteit moeten we volledig herzien. Alleen kan het niet de bedoeling zijn dat we morgen allemaal met een elektrische auto rondrijden, want dan komen we in de problemen met grondstoffen en blijven de files gewoon staan. Daarom moeten we ons eerst afvragen: wat voor mobiliteit willen we? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen op een sociaal rechtvaardige manier zich duurzaam kunnen blijven verplaatsen? De oplossing zal dan bestaan uit een combinatie van fietsen, wandelen, het openbaar vervoer, snelle treinen, maar ook uit een massaal aanbod aan deelauto's. Is er in die transitie plaats voor kernenergie? Bruyninckx: Verschillende Europese landen halen een aanzienlijk deel van hun energie uit kerncentrales. Op dit moment maken die inderdaad deel uit van de discussies over de rol van kernenergie in de transitie. Maar het is zeker niet de bedoeling dat kernenergie in de toekomst groeit. Geen enkel onafhankelijk energie- instituut gelooft dat een wereldwijde toename van kerncentrales dé oplossing is. We zullen het dus vooral moeten hebben van duurzame energievormen zoals wind en zon, en van energie-efficiëntie. En wellicht ook van nieuwere energiebronnen, zoals waterstof. Zal de huidige coronacrisis de systeemverandering versnellen? Bruyninckx: Ja en nee. De lockdowns hadden meteen meetbare gevolgen voor onze luchtkwaliteit. De Amerikaanse economie kromp in het tweede kwartaal van dit jaar met één derde. Het kan niet anders dan dat de uitstoot van CO2 toen ook heel wat minder was. In veel Europese landen kromp de economie tijdens de lockdown met 10 procent, dus ook bij ons zal de CO2-uitstoot verminderd zijn. Al wil dat nog niet zeggen dat de totale hoeveelheid broeikasgassen in onze atmosfeer plots afgenomen is. Die blijven daar relatief stabiel, voor veel langere tijd. Maar we hebben nu inderdaad zelf kunnen ervaren dat ingrijpen mogelijk is. Al kan het natuurlijk nooit de bedoeling zijn dat een verandering van het systeem net zo drastisch in ons sociaal leven of onze economie ingrijpt als een lockdown. Dé vraag is dan ook: hoe bereiken we op een veel slimmere manier hetzelfde resultaat? We zullen drastische maatregelen móéten nemen als we de doelstelling willen halen van 55 procent minder CO2-uitstoot tegen 2030? Bruyninckx: Ongetwijfeld. De coronacrisis gaat over onze gezondheid en raakt ons daarom zeer diep. De beelden van de ziekenhuizen en de vele overledenen spraken boekdelen. De klimaatverandering, daarentegen, verloopt traag en blijft voor veel mensen min of meer onzichtbaar. Maar ze zal ons op lange termijn veel schade berokkenen en onze manier van leven danig verstoren. We moeten dus inderdaad ernstig ingrijpen, technologische veranderingen doorvoeren en op een andere manier investeren. Hoe staat het eigenlijk met de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs uit 2015? Dat lijkt een beetje weggedeemsterd. Bruyninckx: De Europese lidstaten hebben in Parijs gezamenlijk een handtekening gezet. Wij volgen jaarlijks hun vorderingen op en rapporteren vervolgens aan het VN-Klimaatpanel (IPCC). We lopen achter. Er is soms een groot verschil tussen de engagementen die landen aangingen en wat effectief ook wordt uitgevoerd. Alle voornemens en maatregelen samen volstaan niet om ons onder een gemiddelde opwarming van 2 graden Celsius te houden. Het IPCC stelt intussen dat we eerder moeten mikken op 1,5 graad. Maar met onze huidige koers stevenen we af op 3 à 4 graden. De gevolgen zullen behoorlijk desastreus zijn. Wat vindt u van de Belgische aanpak? Bruyninckx: In België is er veel kennis over de klimaatverandering, verzameld door uitstekende wetenschappelijke instellingen. De overheidsadministratie die zich met het klimaat bezighoudt, is klein maar bekwaam en wordt internationaal gewaardeerd. We hebben ook een sterke technologiesector, gespecialiseerd in onderzoek. Ik denk dan aan de spin-offs van universiteiten, maar ook aan organisaties zoals EnergyVille en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Ook sommige steden trekken de kaart van de duurzaamheid, zoals Leuven en Gent. Dat doen we dus allemaal goed. Maar jammer genoeg laten we ook steken vallen. We hinken mijlenver achterop in onze aanpak om onze mobiliteit duurzaam te maken. De CO2-uitstoot blijft veel te groot en de files krimpen niet. Het gaat echt niet goed. Ook in onze landbouw en voedselproductie moet er dringend ingegrepen worden. We lopen achter op de Europese doelstellingen voor 2030. Dit land zal nog heel wat maatregelen moeten nemen om de kloof te dichten, die trouwens een van de grootste in Europa is. De volgende regeringen zullen daar een hele kluif aan hebben. Als de politici blijven treuzelen, missen we die doelstellingen, en daar zullen de volgende generaties het slachtoffer van worden. Ik vind dat volstrekt onaanvaardbaar. Vorig schooljaar kwamen jongeren wereldwijd op straat om klimaatmaatregelen te eisen. Maakten hun acties indruk op bewindvoerders? Bruyninckx: Zonder twijfel. Politici hadden het heel vaak over de protestacties van de jongeren. Niet alleen wanneer ze ergens op een podium stonden, maar ook achter de schermen. Zelfs politici die niet zo erg met het klimaat begaan zijn, begonnen zich door dat protest vragen te stellen over de toekomst van jonge mensen. Ik kan die actievoerende jongeren heel goed begrijpen. In 1990 werd ik me zelf voor het eerst bewust van de klimaatverandering. Ik volgde toen een opleiding milieubeleid aan de Universiteit Antwerpen. Ik was vooral geïnteresseerd in milieu, en niet zo in klimaat. Tot ik las over het pas opgerichte IPCC en zijn eerste rapporten over het veranderende klimaat onder ogen kreeg. Ik beet me meteen in die materie vast. In 1990 begonnen de onderhandelingen over het VN-Klimaatverdrag. Twee jaar later werd het ondertekend in Rio. In die eerste documenten legde België ambities vast die véél verder gingen dan waar we nu staan. Weet u, af en toe vragen jonge mensen me: 'Wat hebben jullie de voorbije dertig jaar gerealiseerd in die strijd tegen de klimaatverandering?' Wat antwoordt u dan? Bruyninckx: Dat er sinds 1990 twee derde méér CO2 wordt uitgestoten. Soms reageren ze dan boos: 'Is dit echt álles wat jullie konden ondernemen?' Twee derde méér uitstoot na dertig jaar internationaal klimaatbeleid is het resultaat van al die klimaattoppen waar duizenden mensen aan meewerkten. Intussen verkondigen verschillende sectoren dat ze steeds meer rekening houden met dat klimaat: 'Onze uitstoot gaat naar beneden!' De werkelijkheid is anders. We moeten ons dus dringend afvragen: hoe buigen we de volgende tien jaar die trend om? Ik blijf het herhalen: er rest ons niet veel tijd meer. Wat gaat er dan mis bij die landen die ter plaatse blijven trappelen of zelfs achteruitgaan? Bruyninckx: Heel vaak pakken ze nog steeds niet de oorzaken aan. Ze propageren dan wel bijvoorbeeld het gebruik van zuiniger douchekoppen, maar grijpen niet in de systemen in onze samenleving in, zoals mobiliteit, voedselproductie, de manier waarop we bouwen of onze energie opwekken. Als je niet tot die kern durft door te dringen, blijf je dweilen met de kraan open. In sommige landen wordt het milieubeleid duidelijk naar de achtergrond geduwd. Neem de kwaliteit van het oppervlaktewater of de uitstoot van nitraat door de landbouw: veel landen halen de normen niet die Europa oplegt. De overheden weten nochtans heel goed welke maatregelen ze moeten nemen. Soms wordt er zelfs getwijfeld aan wetenschappelijke analyses. Aan welke landen denkt u dan? Bruyninckx: Aan Hongarije, maar ook aan Bulgarije waar stevig gedebatteerd werd over luchtkwaliteit. De overheden in die landen staan nog altijd sceptisch tegenover de klimaatverandering. De bereidheid ontbreekt er om het beleid op wetenschappelijke kennis te baseren. Aan hun samenleving geven ze het signaal dat de klimaatverandering niet belangrijk is, of hen niet zal raken. Of nog erger: dat ze gebaseerd is op fake news en fake science. Zo ondermijnen ze de jarenlange inspanningen van het Europese milieubeleid. Maar ook bij ons vinden sommige journalisten en politici nog altijd dat er twee kanten zijn aan de klimaatdiscussie. Zij blijven erop aandringen dat de klimaatsceptici gehoord worden. Vandaag is iedereen het erover eens dat roken niet gezond is. Het wetenschappelijke bewijs is overweldigend. Toch vind je, als je heel goed zoekt, nog wel ergens een arts die beweert dat een sigaret opsteken niet veel kwaad kan. Alleen zal die dokter 's avonds nooit uitgenodigd worden in een debatprogramma op tv. Terecht. Waarom worden klimaatsceptici dan wel nog au sérieux genomen? Want de wetenschappelijke consensus over de klimaatverandering is even groot als die over roken. De pers heeft een grote verantwoordelijkheid? Bruyninckx: Natuurlijk. De pers speelt een belangrijke rol in de democratie. Ze bevraagt de politieke wereld en beschrijft maatschappelijke fenomenen. In plaats van mensen uit de marge aan het woord te laten en zo voor controverse te zorgen, kunnen de media beter hun oor bij de wetenschap te luisteren leggen. Klimaatsceptici verdienen het platform dat hun wordt aangeboden niet meer. Probeert het EMA het nepnieuws over de klimaatverandering op een of andere manier tegen te gaan? Bruyninckx: Ik geef veel lezingen. Ik spreek me dan altijd heel duidelijk uit tegen fake news. Ik leg ook uit wat de bedoelingen zijn van degenen die dat nepnieuws verspreiden. Nog meer dan vroeger verwijzen we in onze rapporten naar onze wetenschappelijke bronnen. Op basis van die kennis maken we een onderscheid tussen dingen waar we erg zeker over zijn, en dingen waar nog twijfel over bestaat. In de wereld van fake news wordt alles op één hoop gegooid. Sommige politieke partijen wijzen op de hoge kostprijs van de transitie en pleiten voor 'klimaatrealisme'. Bruyninckx: De kosten komen voor de baten. Nu beweren dat de kosten te hoog zijn voor de transitie die zich de volgende tien jaar moet voltrekken, is onaanvaardbaar. Want economen zijn duidelijk: de kosten zullen nog véél hoger liggen als we niets ondernemen en de klimaatverandering laten ontsporen. En dat is precies wat zich nu afspeelt: een ontsporing. Als we niet oppassen, zal het ons zelfs niet meer lukken ons aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering. Mijn doctoraat ging precies over hoe grote milieuproblemen, zoals verwoestijning, kunnen leiden tot gewelddadige conflicten en migratie. Toen ik daar in 1990 aan begon, zeiden ze aan de universiteit van Leuven: 'Zou je niet beter iets serieus bestuderen?' Waarop ik op zoek ging naar een universiteit in de VS die dat onderwerp wel zag zitten. Midden jaren negentig werkte ik dat doctoraat af aan de Colorado State University. Vandaag is iedereen het erover eens dat de geopolitieke gevolgen van de klimaatverandering heel ingrijpend kunnen zijn. Aan welke geopolitieke gevolgen denkt u dan? Bruyninckx: Op middellange termijn zal de voedselproductie ernstig verstoord raken. Gebieden op aarde die nu al met voedseltekorten kampen, zullen nog hardere klappen incasseren. Die verhoogde stress kan dan uitmonden in meer conflicten en meer migratiestromen. Mensen uit conflictgebieden in Afrika en Azië kennen intussen de weg naar Europa. Het aantal vluchtelingen van de voorbije jaren zal peanuts zijn in vergelijking met wat ons te wachten staat als de klimaatverandering sterk doorzet. Op langere termijn zullen hele gebieden onbewoonbaar worden. Niet alleen vanwege extreme weerfenomenen, maar ook door de stijgende zeespiegel. In België worden nu voorbereidingen getroffen voor een stijging van 1 meter. Er wordt ook al nagedacht over de bouw van dijken die bestand zijn tegen een stijging van 2 meter. Alleen zijn er in ons klimaatsysteem al kantelpunten bereikt waarvan we niet weten of de gevolgen nog te stoppen zijn. De zeespiegel zou dus wel eens veel hoger kunnen stijgen. Dat zou niet alleen voor de Lage Landen slecht nieuws zijn, maar ook voor onder andere de landen rond de Middellandse Zee, Denemarken, Bangladesh, de Mekongdelta, Mozambique, Angola... Al die plekken worden dan onleefbaar. Stel dat u het alleen voor het zeggen had. Wat zou uw eerste beslissing zijn? Bruyninckx: Het verbranden van fossiele brandstoffen is in de huidige omstandigheden niet vol te houden. Daarom zou ik het volgende decennium het gebruik van fossiele brandstoffen helemaal laten uitdoven door de uitstootrechten van die sector snel en drastisch te verminderen. Dat heeft als consequentie dat er intussen keihard gewerkt moet worden aan een nieuw, duurzaam energiesysteem. Dat zal veel investeringen vragen, maar ook veel nieuwe banen opleveren. Het wordt niet eenvoudig, maar we hebben geen andere keuze.