Zit de levensstijl van je opa in jouw genen? Om deze vraag te beantwoorden, neem ik je mee naar mijn jeugd. Ik deed graag sport en wou graag weten hoe dingen in elkaar zaten. Ik keek ook geboeid naar de avonturen van Popeye. Hij werd sterk door het eten van spinazie. Ik heb toen tegen heug en meug kilo's spinazie op gegeten maar helaas zonder veel succes. Bij Popeye werkte het duidelijk wel. Hij at een blik spinazie, zijn spieren zwollen op en won zo de kracht waarmee hij zijn eeuwige rivaal Brutus een opdonder kon geven en op die manier Olijfje kon redden uit een hachelijke situatie. Wat wil je als jonge kerel nog meer?

Het is niet ondenkbaar dat de levensstijl van onze grootouders invloed heeft op onze gezondheid.

Onze levensstijl heeft een belangrijke invloed op onze gezondheid, groei en ontwikkeling. De impact is evenwel niet altijd zo direct en manifest op lichaamscellen, zoals op de spiercellen van Popeye.

Ons lichaam is opgebouwd uit cellen en elke cel beschikt over genen die cellen doen delen of stoppen met groeien. Bij kanker gaan cellen ongecontroleerd groeien en delen. Genen en het gebruik van genen spelen hierbij een belangrijke rol. Vooral de genen die de cel stimuleren om te groeien worden overactief en tegelijk werken de genen die de groei afremmen niet meer. Genetisch factoren spelen dus een belangrijke rol. Als een gen wordt uitgelezen via transcriptie, dan wordt eerst RNA gevormd en vervolgens wordt het RNA omgezet naar eiwitten. Het is het eiwit dat de cel doet groeien of stoppen met delen. Dus als er een fout zit in het gen, dan kan dat een impact hebben op het eiwit. De best gekende voorbeelden van dergelijke risicogenen zijn BRACA1 én 2 gen, waarvan de Amerikaanse actrice Angelina Jolie drager is, en die het risico op borstkanker verhogen.

Maar naast fouten in de genetisch code kunnen er ook fouten bij het uitlezen van de code optreden. Dan zitten we in het veld van de epigenetica. In onze cellen liggen namelijk veel genen afgeschermd en kunnen dus niet zomaar uitgelezen worden. Dat is volledig normaal, want door bepaalde genen aan of af te zetten krijgen cellen bepaalde kenmerken en kunnen verder uitgroeien tot een huidcel terwijl andere een hartcel worden. Beide cellen beschikken over dezelfde genetisch informatie, maar gebruiken dus andere stukken.

In de term epigenetica herken je genetica en inderdaad in de epigenetica gaan we ook kijken naar genen. Niet de genetische variatie en gevoeligheid, maar wel welke genen aan of af staan. Want in onze cellen worden dus niet alle genen gebruikt. Een van die epigenetische mechanismes is DNA-methylatie. Je zou het je zo kunnen voorstellen, voor elk gen ligt er een landingsbaan waar transcriptiefactoren landen om het gen te kunnen uitlezen, maar liggen er brokstukken (methylgroepen) op die landingsbaan dan kan het gen niet worden uitgelezen. Bij kanker bijvoorbeeld, zien we dat er brokstukken liggen op de landingsbaan van de genen die de celgroei afremmen en tegelijkertijd liggen andere genen vrij, waardoor de cel ongecontroleerd begint te groeien en dus kanker ontstaat.

Interessant is dat omgevingsfactoren het aan en uitzetten van genen beïnvloeden o.a. door verandering op methylatieniveau. Door te kijken naar de epigenetische handtekening van blootstelling en dit te vergelijken met de epigenetische handtekening van kankercellen, kunnen we informatie verzamelen over de kans dat die blootstelling een bepaalde factor 'kanker' zou kunnen veroorzaken. Hetzelfde principe kan worden toegepast voor veel andere aandoeningen zoals bijvoorbeeld astma en zelfs mentale aandoeningen zoals depressie of burnout. Burnout is een energiestoornis die moeilijk te onderscheiden is van depressie, wat eerder een afwijking van de gemoedstoestand is. In ons onderzoek, proberen we een epigenetische handtekening te ontwikkelen waarbij we vooral genen, die tussenkomen in de reactie op stress en regulatie van stress respons, bestuderen. We willen onderzoeken of deze genen een ander methylatiepatroon vertonen bij burnout in vergelijking met depressie waarbij we de methylatieveranderingen eerder denken terug te vinden in genen die tussenkomen in de gemoedstoestand.

Dus door betere kennis van de onderliggende epigenetische mechanismes kunnen we beter begrijpen hoe omgevingsfactoren: zoals eten, stress en luchtvervuiling kan leiden tot ontwikkeling van ziekten. Dus in een metafoor zou je via de epigenetica kunnen verklaren waarom Popeyes spieren zich ontwikkelen na het eten van spinazie.

Het lijkt er dus op dat wat we eten, drinken en inademen een impact kan hebben hoe genen reageren en op de ontwikkeling van ziektes. Maar het gaat nog verder, Ik heb daarnet al even aangeraakt dat cellen kenmerken vertonen afhankelijk van welke genen aan- of afstaan. Dit is heel belangrijk rond de periode van conceptie en tijdens de zwangerschap, waarbij genen voortdurend aan en -afgezet worden om van een bevruchte eicel te kunnen komen tot een volgroeide baby in de baarmoeder.

En dat brengt me bij de tweede vraag. Kan het dat Swee Pea (zoontje van Popeye) en kleinzoon van Poopdeck Pappy (vader van Popeye), sterke spieren heeft omdat zijn vader heel veel spinazie gegeten heeft? Wel, ook dat zou wel eens kunnen. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog in de extreem koude winter van 1944 - 1945 kende Nederland een periode van extreme hongersnood. Door een spoorwegstaking en een brandstoftekort werd al het transport over land voor een lange periode stilgelegd. De calorie-inname daalde van de normale 1800 kcal/dag tot 600 kcal/dag. Die kinderen die in die periode in de buik van de mama zaten hadden dus een intra-uterien tekort aan voedsel en werden epigenetisch voorgeprogrammeerd (= fetal reprogramming) om te overleven in moeilijke omstandigheden. Maar het draaide anders uit, die mensen zijn geboren in de 'golden years' en hebben dus geleefd in overvloed en wat blijkt net die groep heeft nu een verhoogd risico op overgewicht en overgewicht gerelateerde aandoeningen zoals diabetes. Dus in elk geval zal de levensstijl van Olijfje tijdens de zwangerschap wel een stukje mee de gezondheid en het epigenetisch profiel van Swee Pea bepalen.

Maar het gaat nog verder, studies bij dieren en mensen hebben ook een link gelegd tussen extreme periodes en hongersnood bij de grootouders en gezondheid van de kleinkinderen. In de Överkalix cohortstudie vond men gevolgen van voedselovervloed en tekort in Noorwegen op de levensduur van kinderen én zelfs kleinkinderen. Een ander voorbeeld is de transgenerationele transmissie van oorlogstrauma bij kinderen en kleinkinderen van Holocaust survivors, oorlogsveteranen, en vluchtelingen. Bij kleinkinderen van Vietnamese vluchtelingen, die bij hun aankomst in Noorwegen gediagnosticeerd werden met post-traumatische stress, vond men bijvoorbeeld een verhoogde risico op mentale gezondheidsproblemen.

Verschillende factoren (o.a. opvoeding, cultuur,...) kunnen bijdragen en verklaren hoe onze gezondheid wordt beïnvloed door het leven van onze voorouders. Het is dus niet ondenkbaar dat de levensstijl van onze grootouders invloed heeft op onze gezondheid via het doorgeven van epigenetische informatie . Dus ja, het zou best wel eens kunnen dat Swee Pea sterkere spieren heeft omwille dat zijn vader Popeye en grootvader Poopdeck Pappy veel spinazie aten. Kortom, we zijn niet alleen wat we eten, drinken en inademen, maar ook wat onze (groot)ouders aten, dronken en inademden. Een reden te meer om een gezonde levensstijl aan te nemen en zorg te dragen voor ons klimaat.

Zit de levensstijl van je opa in jouw genen? Om deze vraag te beantwoorden, neem ik je mee naar mijn jeugd. Ik deed graag sport en wou graag weten hoe dingen in elkaar zaten. Ik keek ook geboeid naar de avonturen van Popeye. Hij werd sterk door het eten van spinazie. Ik heb toen tegen heug en meug kilo's spinazie op gegeten maar helaas zonder veel succes. Bij Popeye werkte het duidelijk wel. Hij at een blik spinazie, zijn spieren zwollen op en won zo de kracht waarmee hij zijn eeuwige rivaal Brutus een opdonder kon geven en op die manier Olijfje kon redden uit een hachelijke situatie. Wat wil je als jonge kerel nog meer? Onze levensstijl heeft een belangrijke invloed op onze gezondheid, groei en ontwikkeling. De impact is evenwel niet altijd zo direct en manifest op lichaamscellen, zoals op de spiercellen van Popeye. Ons lichaam is opgebouwd uit cellen en elke cel beschikt over genen die cellen doen delen of stoppen met groeien. Bij kanker gaan cellen ongecontroleerd groeien en delen. Genen en het gebruik van genen spelen hierbij een belangrijke rol. Vooral de genen die de cel stimuleren om te groeien worden overactief en tegelijk werken de genen die de groei afremmen niet meer. Genetisch factoren spelen dus een belangrijke rol. Als een gen wordt uitgelezen via transcriptie, dan wordt eerst RNA gevormd en vervolgens wordt het RNA omgezet naar eiwitten. Het is het eiwit dat de cel doet groeien of stoppen met delen. Dus als er een fout zit in het gen, dan kan dat een impact hebben op het eiwit. De best gekende voorbeelden van dergelijke risicogenen zijn BRACA1 én 2 gen, waarvan de Amerikaanse actrice Angelina Jolie drager is, en die het risico op borstkanker verhogen. Maar naast fouten in de genetisch code kunnen er ook fouten bij het uitlezen van de code optreden. Dan zitten we in het veld van de epigenetica. In onze cellen liggen namelijk veel genen afgeschermd en kunnen dus niet zomaar uitgelezen worden. Dat is volledig normaal, want door bepaalde genen aan of af te zetten krijgen cellen bepaalde kenmerken en kunnen verder uitgroeien tot een huidcel terwijl andere een hartcel worden. Beide cellen beschikken over dezelfde genetisch informatie, maar gebruiken dus andere stukken.In de term epigenetica herken je genetica en inderdaad in de epigenetica gaan we ook kijken naar genen. Niet de genetische variatie en gevoeligheid, maar wel welke genen aan of af staan. Want in onze cellen worden dus niet alle genen gebruikt. Een van die epigenetische mechanismes is DNA-methylatie. Je zou het je zo kunnen voorstellen, voor elk gen ligt er een landingsbaan waar transcriptiefactoren landen om het gen te kunnen uitlezen, maar liggen er brokstukken (methylgroepen) op die landingsbaan dan kan het gen niet worden uitgelezen. Bij kanker bijvoorbeeld, zien we dat er brokstukken liggen op de landingsbaan van de genen die de celgroei afremmen en tegelijkertijd liggen andere genen vrij, waardoor de cel ongecontroleerd begint te groeien en dus kanker ontstaat. Interessant is dat omgevingsfactoren het aan en uitzetten van genen beïnvloeden o.a. door verandering op methylatieniveau. Door te kijken naar de epigenetische handtekening van blootstelling en dit te vergelijken met de epigenetische handtekening van kankercellen, kunnen we informatie verzamelen over de kans dat die blootstelling een bepaalde factor 'kanker' zou kunnen veroorzaken. Hetzelfde principe kan worden toegepast voor veel andere aandoeningen zoals bijvoorbeeld astma en zelfs mentale aandoeningen zoals depressie of burnout. Burnout is een energiestoornis die moeilijk te onderscheiden is van depressie, wat eerder een afwijking van de gemoedstoestand is. In ons onderzoek, proberen we een epigenetische handtekening te ontwikkelen waarbij we vooral genen, die tussenkomen in de reactie op stress en regulatie van stress respons, bestuderen. We willen onderzoeken of deze genen een ander methylatiepatroon vertonen bij burnout in vergelijking met depressie waarbij we de methylatieveranderingen eerder denken terug te vinden in genen die tussenkomen in de gemoedstoestand. Dus door betere kennis van de onderliggende epigenetische mechanismes kunnen we beter begrijpen hoe omgevingsfactoren: zoals eten, stress en luchtvervuiling kan leiden tot ontwikkeling van ziekten. Dus in een metafoor zou je via de epigenetica kunnen verklaren waarom Popeyes spieren zich ontwikkelen na het eten van spinazie. Het lijkt er dus op dat wat we eten, drinken en inademen een impact kan hebben hoe genen reageren en op de ontwikkeling van ziektes. Maar het gaat nog verder, Ik heb daarnet al even aangeraakt dat cellen kenmerken vertonen afhankelijk van welke genen aan- of afstaan. Dit is heel belangrijk rond de periode van conceptie en tijdens de zwangerschap, waarbij genen voortdurend aan en -afgezet worden om van een bevruchte eicel te kunnen komen tot een volgroeide baby in de baarmoeder. En dat brengt me bij de tweede vraag. Kan het dat Swee Pea (zoontje van Popeye) en kleinzoon van Poopdeck Pappy (vader van Popeye), sterke spieren heeft omdat zijn vader heel veel spinazie gegeten heeft? Wel, ook dat zou wel eens kunnen. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog in de extreem koude winter van 1944 - 1945 kende Nederland een periode van extreme hongersnood. Door een spoorwegstaking en een brandstoftekort werd al het transport over land voor een lange periode stilgelegd. De calorie-inname daalde van de normale 1800 kcal/dag tot 600 kcal/dag. Die kinderen die in die periode in de buik van de mama zaten hadden dus een intra-uterien tekort aan voedsel en werden epigenetisch voorgeprogrammeerd (= fetal reprogramming) om te overleven in moeilijke omstandigheden. Maar het draaide anders uit, die mensen zijn geboren in de 'golden years' en hebben dus geleefd in overvloed en wat blijkt net die groep heeft nu een verhoogd risico op overgewicht en overgewicht gerelateerde aandoeningen zoals diabetes. Dus in elk geval zal de levensstijl van Olijfje tijdens de zwangerschap wel een stukje mee de gezondheid en het epigenetisch profiel van Swee Pea bepalen.Maar het gaat nog verder, studies bij dieren en mensen hebben ook een link gelegd tussen extreme periodes en hongersnood bij de grootouders en gezondheid van de kleinkinderen. In de Överkalix cohortstudie vond men gevolgen van voedselovervloed en tekort in Noorwegen op de levensduur van kinderen én zelfs kleinkinderen. Een ander voorbeeld is de transgenerationele transmissie van oorlogstrauma bij kinderen en kleinkinderen van Holocaust survivors, oorlogsveteranen, en vluchtelingen. Bij kleinkinderen van Vietnamese vluchtelingen, die bij hun aankomst in Noorwegen gediagnosticeerd werden met post-traumatische stress, vond men bijvoorbeeld een verhoogde risico op mentale gezondheidsproblemen.Verschillende factoren (o.a. opvoeding, cultuur,...) kunnen bijdragen en verklaren hoe onze gezondheid wordt beïnvloed door het leven van onze voorouders. Het is dus niet ondenkbaar dat de levensstijl van onze grootouders invloed heeft op onze gezondheid via het doorgeven van epigenetische informatie . Dus ja, het zou best wel eens kunnen dat Swee Pea sterkere spieren heeft omwille dat zijn vader Popeye en grootvader Poopdeck Pappy veel spinazie aten. Kortom, we zijn niet alleen wat we eten, drinken en inademen, maar ook wat onze (groot)ouders aten, dronken en inademden. Een reden te meer om een gezonde levensstijl aan te nemen en zorg te dragen voor ons klimaat.