Reizen is iets positiefs, tenminste als we de media en de miljoenen online gedeelde reisimpressies mogen geloven. Ook de lucratieve reissector doet haar duit in het zakje (vooral haar eigen zakje dan). Dat daarbij speciale aandacht uitgaat naar jongeren hoeft niet te verbazen. Zij zijn immers de leeftijdsgroep die net genoeg kapitaal en zelfstandigheid heeft opgebouwd om zich aan een eerste eigen reis te wagen. Meer nog, ze worden van allerlei kanten aangemoedigd om dit te doen. Waarom eigenlijk?

Laat ons beginnen met een kleine etymologische verkenning. Zoals gist deeg doet rijzen of in beweging komen, zo heeft reizen mede als functie ons te helpen loskomen van onze vertrouwde thuisbasis en te ver-trekken. Voor jongeren is dit een uitstekende manier om te bewijzen dat ze op eigen benen kunnen staan. Het Franse voyager, afgeleid van het Latijnse viaticum, verwijst naar de 'middelen' die vereist zijn om een reis te kunnen ondernemen. Het gaat hier niet alleen om geld maar bijvoorbeeld ook om reisdocumenten en netwerken (vooral handig als er iets misloopt).

Door te reizen leert een reiziger altijd iets, al is het dikwijls niet wat oorspronkelijk verwacht werd.

Dat jongeren reizen heeft niet alleen te maken met een zekere drang naar onafhankelijkheid, het beantwoordt ook aan een maatschappelijke verwachting. Antropologie, de studie van de mens in al zijn complexiteit, helpt ons om dit beter te begrijpen. Antropologen hebben, overal ter wereld, het belang vastgesteld van rituelen die de overgang tussen verschillende levensfasen markeren. De stap van adolescent naar volwassene wordt vaak uitgedrukt door een 'reis' die de vele, soms drastische, veranderingen die met de nieuwe levensfase gepaard gaan symboliseert. In onze hedendaagse samenleving zijn er verschillende soorten 'reizen' die hieronder vallen. Denk bijvoorbeeld aan een eerste vakantiereis met vrienden of solo, maar ook aan een studentenuitwisseling en vrijwilligers- of werkervaring in het buitenland.

In Europa bouwen deze moderne reisvormen verder op oude tradities. Zo had je tijdens de Renaissance de zogenaamde 'Grand Tour', waarbij Europese elites een lange studiereis maakten langsheen het culturele erfgoed van het continent. Dit gaf hen niet alleen prestige maar ook een goede voorbereiding op belangrijke (internationale) functies in de maatschappij. Een gelijkaardig reismechanisme bestond ook voor ambachtslieden die als gezellen in de leer gingen bij verschillende meesters vooraleer ze zich zelf ergens als meester vestigden en de opgedane kennis op hun beurt doorgaven. Deze traditie van compagnonnage bestaat nog steeds in Frankrijk en werd onlangs zelfs ingeschreven op UNESCO's lijst van immaterieel cultureel erfgoed.

Het reizen heeft in deze gevallen telkens tot functie dat er iets geleerd wordt. Reizen om te leren, zoals het adagium gaat, en tegelijkertijd leren om te reizen. De verwachtingen zijn hier meestal hooggespannen, zowel bij de samenleving als bij de reizigers. Vaak delen die het idee dat opgedane reiservaringen bij terugkeer kunnen omgezet worden in één of andere vorm van 'kapitaal': economisch (ervaring in het buitenland als meerwaarde voor het CV), cultureel (het idee dat het contact met andere plaatsen en volkeren iemand meer wereldburger maakt) en sociaal (erkenning krijgen voor het soort reizen waaraan je verwacht wordt deel te nemen door het sociale netwerk waartoe je behoort of wil behoren).

Jongeren zelf associëren reizen vaak met vrijheid. Denk maar aan het iconische beeld van de backpacker die er met de rugzak op uit trekt om de wijde wereld te verkennen. Net zoals bij de historische figuur van de pelgrim, die zijn geboorteland verlaat en vreemdeling wordt in de landen waardoor hij reist, leeft er vaak de hoop dat reizen zal leiden tot een innerlijke (psychologische) groei. Of zo'n transformatie, doorheen de eeuwen uitvoerig gedocumenteerd in reisverhalen, al dan niet bereikt wordt heeft grotendeels te maken met de manier waarop gereisd wordt. Even terug naar de etymologie. Het Engelse travel is gelinkt aan travail (een term die in het Frans nog courant is) en wijst op de inspanningen die een reis vergt. Dat was zeker het geval toen reizen minder comfortabel en veilig was dan vandaag.

De tijden zijn echter veranderd. Zelfs voor jongeren die, meestal noodgedwongen, kiezen voor goedkopere opties is reizen een stuk minder avontuurlijk dan vroeger het geval was. Hedendaagse transportmiddelen hebben reistijden drastisch verkort en de GSM en een Internetconnectie laten een bijna permanent contact met het thuisfront toe. Dat laatste geeft een extra veiligheidsgevoel en is handig als iets fout loopt en er hulp nodig is. Deze en andere vormen van (over)bescherming hebben het onverwachte en ongeplande tijdens het reizen tot een minimum herleid, terwijl dat nu net de meest transformatieve leermomenten zijn. Het bijna constante online contact zorgt er ook voor dat er onmiddellijke feedback mogelijk is op, via sociale media gedeelde, reiservaringen (in tekst en beeld). Leuke input krijgt meer likes dan vervelende zaken (negatieve ervaringen worden dus vaker verzwegen). Langs de andere kant zorgt de instant rapportering ook voor heel wat afleiding, zodat de reiziger veel minder diep 'in het moment zit'.

Wat kunnen we hieruit besluiten? Door te reizen leert een reiziger altijd wel iets, al is het dikwijls niet wat er oorspronkelijk verwacht werd. Dat heeft voor een stuk te maken met het feit dat hedendaagse reiservaringen minder verschillen van ervaringen die we kunnen opdoen als we thuisblijven. Als het reizen leidt tot een transformatie, dan is die meestal van korte duur. Sommigen vangen dit op door zo snel mogelijk terug op reis te gaan.

Een meer duurzame oplossing is om de verwachtingen bij te stellen. Over duurzaamheid gesproken, de ecologische voetafdruk is een andere factor die het reizen en de daaraan gekoppelde maatschappelijke en individuele verwachtingen ingrijpend zal beïnvloeden in de nabije toekomst. Op zich is dat een goede zaak, zowel voor het milieu als voor diegenen die reizen om te leren... reizen.

Noël Salazar (KU Leuven) verdiept zich als antropoloog in reizen, toerisme en migratie.

Reizen is iets positiefs, tenminste als we de media en de miljoenen online gedeelde reisimpressies mogen geloven. Ook de lucratieve reissector doet haar duit in het zakje (vooral haar eigen zakje dan). Dat daarbij speciale aandacht uitgaat naar jongeren hoeft niet te verbazen. Zij zijn immers de leeftijdsgroep die net genoeg kapitaal en zelfstandigheid heeft opgebouwd om zich aan een eerste eigen reis te wagen. Meer nog, ze worden van allerlei kanten aangemoedigd om dit te doen. Waarom eigenlijk?Laat ons beginnen met een kleine etymologische verkenning. Zoals gist deeg doet rijzen of in beweging komen, zo heeft reizen mede als functie ons te helpen loskomen van onze vertrouwde thuisbasis en te ver-trekken. Voor jongeren is dit een uitstekende manier om te bewijzen dat ze op eigen benen kunnen staan. Het Franse voyager, afgeleid van het Latijnse viaticum, verwijst naar de 'middelen' die vereist zijn om een reis te kunnen ondernemen. Het gaat hier niet alleen om geld maar bijvoorbeeld ook om reisdocumenten en netwerken (vooral handig als er iets misloopt). Dat jongeren reizen heeft niet alleen te maken met een zekere drang naar onafhankelijkheid, het beantwoordt ook aan een maatschappelijke verwachting. Antropologie, de studie van de mens in al zijn complexiteit, helpt ons om dit beter te begrijpen. Antropologen hebben, overal ter wereld, het belang vastgesteld van rituelen die de overgang tussen verschillende levensfasen markeren. De stap van adolescent naar volwassene wordt vaak uitgedrukt door een 'reis' die de vele, soms drastische, veranderingen die met de nieuwe levensfase gepaard gaan symboliseert. In onze hedendaagse samenleving zijn er verschillende soorten 'reizen' die hieronder vallen. Denk bijvoorbeeld aan een eerste vakantiereis met vrienden of solo, maar ook aan een studentenuitwisseling en vrijwilligers- of werkervaring in het buitenland. In Europa bouwen deze moderne reisvormen verder op oude tradities. Zo had je tijdens de Renaissance de zogenaamde 'Grand Tour', waarbij Europese elites een lange studiereis maakten langsheen het culturele erfgoed van het continent. Dit gaf hen niet alleen prestige maar ook een goede voorbereiding op belangrijke (internationale) functies in de maatschappij. Een gelijkaardig reismechanisme bestond ook voor ambachtslieden die als gezellen in de leer gingen bij verschillende meesters vooraleer ze zich zelf ergens als meester vestigden en de opgedane kennis op hun beurt doorgaven. Deze traditie van compagnonnage bestaat nog steeds in Frankrijk en werd onlangs zelfs ingeschreven op UNESCO's lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Het reizen heeft in deze gevallen telkens tot functie dat er iets geleerd wordt. Reizen om te leren, zoals het adagium gaat, en tegelijkertijd leren om te reizen. De verwachtingen zijn hier meestal hooggespannen, zowel bij de samenleving als bij de reizigers. Vaak delen die het idee dat opgedane reiservaringen bij terugkeer kunnen omgezet worden in één of andere vorm van 'kapitaal': economisch (ervaring in het buitenland als meerwaarde voor het CV), cultureel (het idee dat het contact met andere plaatsen en volkeren iemand meer wereldburger maakt) en sociaal (erkenning krijgen voor het soort reizen waaraan je verwacht wordt deel te nemen door het sociale netwerk waartoe je behoort of wil behoren).Jongeren zelf associëren reizen vaak met vrijheid. Denk maar aan het iconische beeld van de backpacker die er met de rugzak op uit trekt om de wijde wereld te verkennen. Net zoals bij de historische figuur van de pelgrim, die zijn geboorteland verlaat en vreemdeling wordt in de landen waardoor hij reist, leeft er vaak de hoop dat reizen zal leiden tot een innerlijke (psychologische) groei. Of zo'n transformatie, doorheen de eeuwen uitvoerig gedocumenteerd in reisverhalen, al dan niet bereikt wordt heeft grotendeels te maken met de manier waarop gereisd wordt. Even terug naar de etymologie. Het Engelse travel is gelinkt aan travail (een term die in het Frans nog courant is) en wijst op de inspanningen die een reis vergt. Dat was zeker het geval toen reizen minder comfortabel en veilig was dan vandaag. De tijden zijn echter veranderd. Zelfs voor jongeren die, meestal noodgedwongen, kiezen voor goedkopere opties is reizen een stuk minder avontuurlijk dan vroeger het geval was. Hedendaagse transportmiddelen hebben reistijden drastisch verkort en de GSM en een Internetconnectie laten een bijna permanent contact met het thuisfront toe. Dat laatste geeft een extra veiligheidsgevoel en is handig als iets fout loopt en er hulp nodig is. Deze en andere vormen van (over)bescherming hebben het onverwachte en ongeplande tijdens het reizen tot een minimum herleid, terwijl dat nu net de meest transformatieve leermomenten zijn. Het bijna constante online contact zorgt er ook voor dat er onmiddellijke feedback mogelijk is op, via sociale media gedeelde, reiservaringen (in tekst en beeld). Leuke input krijgt meer likes dan vervelende zaken (negatieve ervaringen worden dus vaker verzwegen). Langs de andere kant zorgt de instant rapportering ook voor heel wat afleiding, zodat de reiziger veel minder diep 'in het moment zit'.Wat kunnen we hieruit besluiten? Door te reizen leert een reiziger altijd wel iets, al is het dikwijls niet wat er oorspronkelijk verwacht werd. Dat heeft voor een stuk te maken met het feit dat hedendaagse reiservaringen minder verschillen van ervaringen die we kunnen opdoen als we thuisblijven. Als het reizen leidt tot een transformatie, dan is die meestal van korte duur. Sommigen vangen dit op door zo snel mogelijk terug op reis te gaan. Een meer duurzame oplossing is om de verwachtingen bij te stellen. Over duurzaamheid gesproken, de ecologische voetafdruk is een andere factor die het reizen en de daaraan gekoppelde maatschappelijke en individuele verwachtingen ingrijpend zal beïnvloeden in de nabije toekomst. Op zich is dat een goede zaak, zowel voor het milieu als voor diegenen die reizen om te leren... reizen.Noël Salazar (KU Leuven) verdiept zich als antropoloog in reizen, toerisme en migratie.