Met de hittegolven van de afgelopen zomers en de daarmee gepaard gaande droogte komt de klimaatverhitting angstvallig dichterbij. Toch verdwijnen nieuwsberichten over de klimaatnoodtoestand altijd weer tussen de onophoudelijke stroom aan ander nieuws, zeker in coronatijden. Zelfs de onheilspellende titels waarmee journalisten af en toe de aandacht van de lezer proberen te trekken, lijken maar weinig uit te halen.
...

Met de hittegolven van de afgelopen zomers en de daarmee gepaard gaande droogte komt de klimaatverhitting angstvallig dichterbij. Toch verdwijnen nieuwsberichten over de klimaatnoodtoestand altijd weer tussen de onophoudelijke stroom aan ander nieuws, zeker in coronatijden. Zelfs de onheilspellende titels waarmee journalisten af en toe de aandacht van de lezer proberen te trekken, lijken maar weinig uit te halen.We kennen de feiten, ze zijn een onderdeel geworden van ons dagelijks bestaan (zoals de hittegolven en hevige onweders) en toch blijven we verlamd. Is het ontkenning? Hebben we onze voeling met de natuur zodanig verloren dat we er niet meer om geven? Zijn we te egoïstisch om een betere wereld voor onze kinderen na te laten? Of geloven we gewoon niet meer dat we nog iets kunnen veranderen?Psychologen wijten ons ontwijkende gedrag aan de manier waarop ons brein werkt. Klimaatverandering neemt bijvoorbeeld geen menselijke vorm aan waardoor het moeilijk is voor de mens om het als een vijand te zien. We kunnen bijvoorbeeld geen bommenwerpers richting klimaatverandering sturen om zo het kwade te verslaan. Of anders gezegd, als een terrorist ons land had bedreigd met CO2, zouden we wellicht veel meer verontwaardigd zijn.Daarnaast vindt ons brein het moeilijker om met trapsgewijze veranderingen om te gaan dan met snelle wijzigingen. De klimaatverandering heeft zich in het verleden op een dergelijk trage manier ontwikkeld dat onze hersenen het fenomeen als normaal zijn gaan beschouwen. En dat is precies wat de dreiging zo gevaarlijk maakt. De dreiging slaagt er met andere woorden niet in om onze hersenen te alarmeren, waardoor we rustig blijven doorslapen in een brandend bed. Een andere verklaring voor onze (ogenschijnlijke) apathie tegenover klimaatverandering is dat we evenveel bekommerd zijn om onze planeet als om onze manier van leven. En dat conflict is voor de mens te pijnlijk om dragen. We weigeren te aanvaarden dat onze manier van 'zijn' tegenwoordig samengaat met de meest onwaarschijnlijke verwoesting op aarde. En als we daar niet mee kunnen omgaan, komen we vast te zitten. Net zoals het eigen is aan de mens dat hij niet in staat is om op korte termijn iets van zijn luxe in te leveren voor het geluk van toekomstige generaties. Het zit nu eenmaal ingebakken in de mens. Wat ook intrinsiek is aan de mensheid, is de gebrekkige manier om op een adequate manier met angstgevoelens om te gaan. Kijk maar naar de hamsterhysterie in het begin van de coronalockdown. Een studie toont aan dat de gangbare theorie die stelt dat mensen geneigd zijn om meer actie te ondernemen als de effecten van de klimaatverandering ook in de directe nabijheid voelbaar worden, niet voor iedereen van toepassing is. Wanneer klimaatverandering té dichtbij komt, gaat dit gepaard met intense emotionele reacties die tot vermijdingsgedrag kunnen leiden. Met andere woorden: als mensen bang worden, kunnen ze niet meer rationeel nadenken en gaan ze het probleem ontkennen of bagatelliseren, worden ze kwaad op de boodschapper of vervallen ze in fatalisme.Maar hoe moet het dan wel? In een studie onderzochten wetenschappers van de universiteit van Tennessee en de Florida State University de beste manieren om mensen aan te moedigen om duurzamer te gaan leven. Zo blijkt dat de nadruk leggen op de economische voordelen veel betere resultaten oplevert dan het argument 'het is goed voor de planeet'. In een andere studie gingen onderzoekers na waarom mensen een elektrische wagen zouden kopen. Niet de milieuvoordelen, maar ook niet de economische voordelen waren bij de zogenaamde early adopters doorslaggevend, wel het feit dat het hen een goed imago bezorgt. En, verrassend genoeg, bij dat imago horen zelfs de kleine foutjes die elektrische wagens soms met zich meebrengen. Een kantelpunt in de strijd tegen klimaatverandering zou kunnen zijn dat de media en het beleid in plaats van telkens weer te focussen op de nachtmerries die ons te wachten staan, zich meer richten op het positieve van een nieuwe toekomstdroom. De droom van het groene, gezonde leven, meer leefbare steden, een hogere levenskwaliteit en de veerkracht van de natuur.