Begin maart verkondigde de Israëlische rabbijn Meir Mazuz dat de covid-19-pandemie een goddelijke vergelding was voor de vele gay prides die wereldwijd georganiseerd worden. Dat in heel wat Arabische landen deze 'tegennatuurlijke neigingen' veel minder getolereerd worden, verklaart volgens Mazuz de -overigens foutieve stelling- dat deze regio heel wat minder zwaar getroffen wordt door de coronacrisis. Minder homo's impliceert volgens Mazuz minder nood aan goddelijke wraak. Ook verschillende Amerikaanse tv-predikanten noemden het virus een straf van god wegens de 'LGBT-zonde'.

In de onophoudelijke nieuwsstroom over het coronavirus bleven dit soort berichten wat ondergesneeuwd of werden ze ludiek gebracht als 'nieuws dat gek genoeg nog waar is ook': nieuwsfeitjes waar we als weldenkende en tolerante burgers even gniffelend de schouders bij kunnen ophalen.

Toch zijn dit soort berichten minder onschuldig dan ze in eerste instantie lijken. Een van die Amerikaanse tv-predikanten met meningen over corona die, op z'n zachtst gezegd, weinig medisch onderbouwd zijn, is Ralph Drollinger. Drollinger is de zogenaamde 'Bible teacher' van president Donald Trumps kabinet en als dusdanig leidt hij een wekelijkse studiegroep waarin leden van Trumps administratie samenkomen om de Bijbel te bestuderen.

Ook Drollinger beweerde dat homoseksualiteit de globale pandemie mee veroorzaakt heeft. Woordvoerders van het Witte Huis repten zich weliswaar om te beklemtonen dat Trump weinig geloof hecht aan dit soort morele beschuldigingen. Toch schrapte Trump in volle coronacrisis een wet die transgenderpersonen bescherming biedt wanneer ze op medisch vlak gediscrimineerd worden. Dankzij de wet die ingesteld werd door zijn voorganger Barack Obama, konden transgenders tot voor kort niet langer geweigerd worden door verzekeraars, ziekenhuizen of artsen. Niet voor het eerst gebruikt Trump de LGBTQ-gemeenschap als schietschijf om zijn conservatief-christelijke achterban een plezier te doen.

De homofobe retoriek van bepaalde politici tijdens deze coronacrisis moet ons zorgen baren.

Dergelijke voorbeelden zijn legio. Van gruwelijke martelkampen in Tsjetsjenië tot antipropagandawetten in Rusland en rubberkogels tijdens Turkse gay prides. De LGBTQ-gemeenschap heeft het in heel wat plaatsen bepaald niet onder de markt. De huidige gezondheidscrisis lijkt die discriminatie alleen maar te versterken. Eind april verdedigde de Turkse president Erdogan de homofobe uitlatingen van zijn minister van religieuze zaken, Ali Erbas, die beweerde dat er gestreden moest worden om de bevolking tegen dergelijk 'kwaad' te beschermen. Het kwaad waar Erbas naar verwees, was homoseksualiteit waardoor, u raadt het ondertussen al, 'ziektes worden veroorzaakt'. In Brazilië kwam Bolsonaro, de president die ooit beweerde liever een dode zoon dan een homoseksuele zoon te hebben, aan de macht via een campagne die bol stond van homofobe retoriek en de belofte om tal van progressieve wetten terug te draaien. De gevolgen van dit soort discours lieten niet lang op zich wachten. In Brazilië, dat zich ontpopte tot dé coronabroeihaard van Zuid-Amerika, pieken de haatmisdrijven tegen LGBTQ'ers sinds de verkiezing van Bolsonaro.

In Europa niet veel beter

Voor wie denkt dat we er in het seculiere, Verlichte Europa een stuk beter aan toe zijn, volstaat het om een blik te werpen op de EU-lidstaten Hongarije en Polen. Voor de meeste leden van de LGBTQ-gemeenschap zal dit noodgedwongen beperkt blijven tot een virtuele blik, want grote delen van Polen zijn ondertussen met veel trots uitgeroepen tot zogenaamde 'holebi-vrije zones'. De creatie van dergelijke 'vrijhavens' gebeurde weliswaar voor de wereldwijde verspreiding van het coronavirus, maar president Duda slaagde er tijdens deze gezondheidscrisis wel in om zijn herverkiezing veilig te stellen door de zogenaamde 'ideologie' van de LGBTQ-beweging herhaaldelijk te verketteren.

Met Duda aan de macht zouden zaken als het homohuwelijk, homoadoptie of zelfs maar het bespreken van homoseksualiteit op school verleden tijd zijn in het verdeelde Polen.

In Hongarije greep premier Orban de coronacrisis aan om de noodtoestand uit te roepen en het parlement buiten spel te zetten. Prompt werd een wetsvoorstel ingediend waardoor het transgenders onmogelijk gemaakt werd om formeel van geslacht te veranderen.

Noodtoestanden vragen om noodmaatregelen, moeten bovenstaande leiders gedacht hebben. En wat is er makkelijker dan een minderheidsgroep te viseren, hen de schuld te geven en zo de aandacht af te leiden van het eigen falende beleid?

Het zondebokmechanisme

Historisch gezien is de gedachtegang van Duda en co niet eens zo bijster origineel. Het zondebokmechanisme, waarbij een minderheid gediaboliseerd wordt om tegenslagen te verklaren, was ook tijdens eerdere gezondheidscrisissen springlevend. Toen Europa overspoeld werd door de Zwarte Dood, voerden heel wat Europese regio's plots een strenger vervolgingsbeleid tegenover sodomie, de toenmalige term voor homoseksualiteit. Ook toen klonken stemmen die de dodelijke ziekte verklaarden als een wraak van God omwille van homo-erotische verlangens. Bovendien droegen sodomieten niet echt actief bij aan de demografische heropbouw van de getroffen gebieden. Het gezin beschermen, kinderen grootbrengen en de bevolkingsgroei verzekeren was een daad van patriottisme. Het zijn woorden die uit een speech van Poetin geplukt lijken te zijn, maar in de late middeleeuwen door heel wat priesters gepredikt werden.

De angst voor de pest versterkte bijgevolg de nood aan een strenge bestraffing van de 'onnatuurlijke zonde'. Dat lijkt vooral in Italië het geval te zijn geweest. Herhaaldelijke pestuitbraken in Venetië introduceerden strengere sodomiewetten in de Lagunestad, en ook in vijftiende-eeuws Firenze kwam bijna elke sodomiewet tot stand kort na een nieuwe golf van de gevreesde ziekte. In Lucca steeg het aantal processen na elke uitbraak van de ziekte om weer te verdwijnen nadat de ziekte niet langer voorkwam.

Ook elders zien we echter een gelijkaardige reflex. Al in 544 n.C. introduceerde keizer Justinianus nieuwe wetgeving die sodomie strenger moesten bestraffen na een ernstige pestepidemie in Constantinopel het jaar voordien. Het aantal vervolgingen piekte na de doortocht van de pest in Spaanse steden als Barcelona en Sevilla in de vroegmoderne tijd. In 1534 kwam een sodomiewet tot stand in Dubrovnik die expliciet stelde dat de stad te zwaar had geleden onder de Zwarte Dood om dit soort misdrijven ongestraft voorbij te laten gaan. In Zweden werd tijdens de vijftiende eeuw de bevoegdheid over sodomie overgeheveld van de kerkelijke rechtbanken naar de wereldlijke rechtbanken omdat die laatste strengere straffen konden uitspreken. Angst voor de Zwarte Dood speelde een grote rol in die juridische aanpassing. Ook in onze eigen contreien, die tijdens de veertiende en vijftiende eeuw met terugkerende uitbraken van de pest te maken hadden, zien we een piek in het aantal veroordelingen wegens sodomie in de vijftiende eeuw.

Hiv

Een recentere gezondheidscrisis die desastreus was voor de aanvaarding van homoseksualiteit was uiteraard de aidscrisis van de jaren '80. Vooral tijdens de eerste jaren waarin de ziekte opdook, en er heel wat onwetendheid heerste over hoe hiv nu precies verspreid werd, kende de holebi-emancipatie een grote terugval en werd de LGBTQ-gemeenschap argwanend met de vinger gewezen. Doorheen de geschiedenis treffen we bovendien tal van recente en minder recente voorbeelden aan van niet-medisch gerelateerde rampspoed waar holebi's schuld aan zouden hebben. Onlangs lijstte Bruno de Lille nog een recente reeks aardbevingen, bosbranden, overstromingen etc. op die de LGBTQ-gemeenschap zogezegd op haar conto mag schrijven.

De huidige situatie in West-Europa, waarbij heel wat LGBTQ-strijdpunten verwezenlijkt zijn, mag ons dus niet op onze lauweren doen rusten. De geschiedenis leert ons dat LGBTQ-emancipatie geen rechtlijnig verhaal is van constante vooruitgang en voortschrijdende tolerantie. Crisismomenten zorgen voor een terugval in die tolerantie. De Zwarte Dood introduceerde in Europa een hardnekkige demografische en economische crisis. Een crisis die gevolgd werd door een periode waarin homo-erotische handelingen veel zwaarder bestraft werden dan voorheen. De huidige globale coronacrisis en de homofobe retoriek van bepaalde politici moet ons dus zorgen baren.

Bekijk het college van de Universiteit van Vlaanderen: Zijn homo's verantwoordelijk voor corona?

Begin maart verkondigde de Israëlische rabbijn Meir Mazuz dat de covid-19-pandemie een goddelijke vergelding was voor de vele gay prides die wereldwijd georganiseerd worden. Dat in heel wat Arabische landen deze 'tegennatuurlijke neigingen' veel minder getolereerd worden, verklaart volgens Mazuz de -overigens foutieve stelling- dat deze regio heel wat minder zwaar getroffen wordt door de coronacrisis. Minder homo's impliceert volgens Mazuz minder nood aan goddelijke wraak. Ook verschillende Amerikaanse tv-predikanten noemden het virus een straf van god wegens de 'LGBT-zonde'. In de onophoudelijke nieuwsstroom over het coronavirus bleven dit soort berichten wat ondergesneeuwd of werden ze ludiek gebracht als 'nieuws dat gek genoeg nog waar is ook': nieuwsfeitjes waar we als weldenkende en tolerante burgers even gniffelend de schouders bij kunnen ophalen. Toch zijn dit soort berichten minder onschuldig dan ze in eerste instantie lijken. Een van die Amerikaanse tv-predikanten met meningen over corona die, op z'n zachtst gezegd, weinig medisch onderbouwd zijn, is Ralph Drollinger. Drollinger is de zogenaamde 'Bible teacher' van president Donald Trumps kabinet en als dusdanig leidt hij een wekelijkse studiegroep waarin leden van Trumps administratie samenkomen om de Bijbel te bestuderen. Ook Drollinger beweerde dat homoseksualiteit de globale pandemie mee veroorzaakt heeft. Woordvoerders van het Witte Huis repten zich weliswaar om te beklemtonen dat Trump weinig geloof hecht aan dit soort morele beschuldigingen. Toch schrapte Trump in volle coronacrisis een wet die transgenderpersonen bescherming biedt wanneer ze op medisch vlak gediscrimineerd worden. Dankzij de wet die ingesteld werd door zijn voorganger Barack Obama, konden transgenders tot voor kort niet langer geweigerd worden door verzekeraars, ziekenhuizen of artsen. Niet voor het eerst gebruikt Trump de LGBTQ-gemeenschap als schietschijf om zijn conservatief-christelijke achterban een plezier te doen. Dergelijke voorbeelden zijn legio. Van gruwelijke martelkampen in Tsjetsjenië tot antipropagandawetten in Rusland en rubberkogels tijdens Turkse gay prides. De LGBTQ-gemeenschap heeft het in heel wat plaatsen bepaald niet onder de markt. De huidige gezondheidscrisis lijkt die discriminatie alleen maar te versterken. Eind april verdedigde de Turkse president Erdogan de homofobe uitlatingen van zijn minister van religieuze zaken, Ali Erbas, die beweerde dat er gestreden moest worden om de bevolking tegen dergelijk 'kwaad' te beschermen. Het kwaad waar Erbas naar verwees, was homoseksualiteit waardoor, u raadt het ondertussen al, 'ziektes worden veroorzaakt'. In Brazilië kwam Bolsonaro, de president die ooit beweerde liever een dode zoon dan een homoseksuele zoon te hebben, aan de macht via een campagne die bol stond van homofobe retoriek en de belofte om tal van progressieve wetten terug te draaien. De gevolgen van dit soort discours lieten niet lang op zich wachten. In Brazilië, dat zich ontpopte tot dé coronabroeihaard van Zuid-Amerika, pieken de haatmisdrijven tegen LGBTQ'ers sinds de verkiezing van Bolsonaro. Voor wie denkt dat we er in het seculiere, Verlichte Europa een stuk beter aan toe zijn, volstaat het om een blik te werpen op de EU-lidstaten Hongarije en Polen. Voor de meeste leden van de LGBTQ-gemeenschap zal dit noodgedwongen beperkt blijven tot een virtuele blik, want grote delen van Polen zijn ondertussen met veel trots uitgeroepen tot zogenaamde 'holebi-vrije zones'. De creatie van dergelijke 'vrijhavens' gebeurde weliswaar voor de wereldwijde verspreiding van het coronavirus, maar president Duda slaagde er tijdens deze gezondheidscrisis wel in om zijn herverkiezing veilig te stellen door de zogenaamde 'ideologie' van de LGBTQ-beweging herhaaldelijk te verketteren. Met Duda aan de macht zouden zaken als het homohuwelijk, homoadoptie of zelfs maar het bespreken van homoseksualiteit op school verleden tijd zijn in het verdeelde Polen. In Hongarije greep premier Orban de coronacrisis aan om de noodtoestand uit te roepen en het parlement buiten spel te zetten. Prompt werd een wetsvoorstel ingediend waardoor het transgenders onmogelijk gemaakt werd om formeel van geslacht te veranderen. Noodtoestanden vragen om noodmaatregelen, moeten bovenstaande leiders gedacht hebben. En wat is er makkelijker dan een minderheidsgroep te viseren, hen de schuld te geven en zo de aandacht af te leiden van het eigen falende beleid? Historisch gezien is de gedachtegang van Duda en co niet eens zo bijster origineel. Het zondebokmechanisme, waarbij een minderheid gediaboliseerd wordt om tegenslagen te verklaren, was ook tijdens eerdere gezondheidscrisissen springlevend. Toen Europa overspoeld werd door de Zwarte Dood, voerden heel wat Europese regio's plots een strenger vervolgingsbeleid tegenover sodomie, de toenmalige term voor homoseksualiteit. Ook toen klonken stemmen die de dodelijke ziekte verklaarden als een wraak van God omwille van homo-erotische verlangens. Bovendien droegen sodomieten niet echt actief bij aan de demografische heropbouw van de getroffen gebieden. Het gezin beschermen, kinderen grootbrengen en de bevolkingsgroei verzekeren was een daad van patriottisme. Het zijn woorden die uit een speech van Poetin geplukt lijken te zijn, maar in de late middeleeuwen door heel wat priesters gepredikt werden. De angst voor de pest versterkte bijgevolg de nood aan een strenge bestraffing van de 'onnatuurlijke zonde'. Dat lijkt vooral in Italië het geval te zijn geweest. Herhaaldelijke pestuitbraken in Venetië introduceerden strengere sodomiewetten in de Lagunestad, en ook in vijftiende-eeuws Firenze kwam bijna elke sodomiewet tot stand kort na een nieuwe golf van de gevreesde ziekte. In Lucca steeg het aantal processen na elke uitbraak van de ziekte om weer te verdwijnen nadat de ziekte niet langer voorkwam. Ook elders zien we echter een gelijkaardige reflex. Al in 544 n.C. introduceerde keizer Justinianus nieuwe wetgeving die sodomie strenger moesten bestraffen na een ernstige pestepidemie in Constantinopel het jaar voordien. Het aantal vervolgingen piekte na de doortocht van de pest in Spaanse steden als Barcelona en Sevilla in de vroegmoderne tijd. In 1534 kwam een sodomiewet tot stand in Dubrovnik die expliciet stelde dat de stad te zwaar had geleden onder de Zwarte Dood om dit soort misdrijven ongestraft voorbij te laten gaan. In Zweden werd tijdens de vijftiende eeuw de bevoegdheid over sodomie overgeheveld van de kerkelijke rechtbanken naar de wereldlijke rechtbanken omdat die laatste strengere straffen konden uitspreken. Angst voor de Zwarte Dood speelde een grote rol in die juridische aanpassing. Ook in onze eigen contreien, die tijdens de veertiende en vijftiende eeuw met terugkerende uitbraken van de pest te maken hadden, zien we een piek in het aantal veroordelingen wegens sodomie in de vijftiende eeuw. Een recentere gezondheidscrisis die desastreus was voor de aanvaarding van homoseksualiteit was uiteraard de aidscrisis van de jaren '80. Vooral tijdens de eerste jaren waarin de ziekte opdook, en er heel wat onwetendheid heerste over hoe hiv nu precies verspreid werd, kende de holebi-emancipatie een grote terugval en werd de LGBTQ-gemeenschap argwanend met de vinger gewezen. Doorheen de geschiedenis treffen we bovendien tal van recente en minder recente voorbeelden aan van niet-medisch gerelateerde rampspoed waar holebi's schuld aan zouden hebben. Onlangs lijstte Bruno de Lille nog een recente reeks aardbevingen, bosbranden, overstromingen etc. op die de LGBTQ-gemeenschap zogezegd op haar conto mag schrijven. De huidige situatie in West-Europa, waarbij heel wat LGBTQ-strijdpunten verwezenlijkt zijn, mag ons dus niet op onze lauweren doen rusten. De geschiedenis leert ons dat LGBTQ-emancipatie geen rechtlijnig verhaal is van constante vooruitgang en voortschrijdende tolerantie. Crisismomenten zorgen voor een terugval in die tolerantie. De Zwarte Dood introduceerde in Europa een hardnekkige demografische en economische crisis. Een crisis die gevolgd werd door een periode waarin homo-erotische handelingen veel zwaarder bestraft werden dan voorheen. De huidige globale coronacrisis en de homofobe retoriek van bepaalde politici moet ons dus zorgen baren.