Beestenboel: de zeldzame grote pijlinktvis is de grootste inktvis in de Noordzee

© Getty Images/iStockphoto
Dirk Draulans
Dirk Draulans Redacteur bij Knack

De grote pijlinktvis spoelt af en toe op onze stranden aan. Dood, helaas.

Dichter bij de legendarische zeemonsters die schepen aanvielen en onder water trokken, of bij de reuzen die op grote diepte heroïsche gevechten met hun vijanden de potvissen leverden, zullen we niet komen: de grote pijlinktvis is de grootste inktvis in de Noordzee. Hij kan uitzonderlijk meer dan een meter lang worden, waarvan de helft lichaam en de andere helft aanhangsels. Er zijn nog twee soorten, de gewone pijlinktvis en de dwergpijlinktvis, maar de grote soort is de zeldzaamste.

De dieren danken hun naam aan een, met wat fantasie, pijlvormig voorkomen. Ze hebben een roodbruine mantel met vooraan twee vinnen, die samen iets als een grote pijlpunt vormen. Achteraan bengelen tien tentakels vol zuignappen, waar ze prooien mee vangen. De voornaamste slachtoffers zijn haringen en andere kleine vissen, maar ook krabben en kreeften staan op het menu. Zelf moeten pijlinktvissen opletten voor dolfijnen en grote vissen zoals tonijnen.

Een volwassen pijlinktvis kan elke dag 1,8 millimeter groeien, of meer dan een halve meter per jaar.

Ook de mens is uiteraard een permanent gevaar. Pijlinktvissen worden geregeld gevangen, vooral als bijvangst van andere visactiviteiten, hoewel er her en der in de wereld niet-duurzame inktvisvisserijen bestaan. Er zijn geen trends in de populaties van pijlinktvissen merkbaar, wat niet wil zeggen dat er geen problemen kunnen zijn. De dieren hebben een ruim verspreidingsgebied. De grote pijlinktvis komt voor langs de volledige lengte van de oostkust van de Atlantische Oceaan, van Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika tot Nova Zembla in het hoge noorden.

De schaarse berichten over waarnemingen in België en Nederland illustreren dat er tot 1985 geregeld grote pijlinktvissen aanspoelden. Daarna kwam er een hiaat van een kwarteeuw. Sinds 2010 worden er weer meer gevonden. Niemand weet of die evolutie een trend weerspiegelt. Gezien de grote verspreiding van de soort is het onwaarschijnlijk dat ze erg gevoelig is voor klimaatveranderingen.

Van pijlinktvissen worden meer vrouwtjes waargenomen (of gevangen) dan mannetjes. De mannetjes zijn een stuk kleiner. Ze zouden meer neigen naar een sedentair leven, vooral in paaigebieden waar vrouwtjes naartoe trekken als ze rijp zijn voor de voortplanting. De vrouwtjes migreren meer, ook in de loop van een dag. Overdag zitten ze voor hun veiligheid dieper, maar ’s nachts komen ze naar de oppervlaktewateren, waar dan meer te eten valt, want ook hun prooien maken zo’n migratie. Pijlinktvissen zijn niet bang van grote dieptes: ze zouden meer dan 4 kilometer diep kunnen duiken.

De voortplantingscapaciteit van pijlinktvissen is indrukwekkend. Een mannetje produceert een spermatofoor van zo’n 5 centimeter lang: een kapsel dat volgestouwd zit met zaadcellen. Die brengt hij in het lichaam van een vrouwtje in, waarna een soort hydraulisch systeem een opening creëert en het sperma kan ontsnappen. Een vrouwtje kan tot een half miljoen eitjes produceren en loslaten in een eindeloze stroom van stuwende golfbewegingen van haar lichaam. Daaruit komen larfjes die meegenomen worden door zeestromingen en voedsel vormen voor tal van andere zeedieren, inbegrepen vissen die later het voedsel van de volwassen inktvissen worden.

De groeicapaciteit van pijlinktvissen is enorm. Een volwassen dier kan elke dag 1,8 millimeter groeien, of meer dan een halve meter per jaar. Slechts weinig diersoorten kunnen zo efficiënt voedsel omzetten in weefsel.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content