In het rapport had Amnesty, op basis van getuigenissen van verschillende vluchtelingen, Turkije ervan beschuldigd honderden mensen naar het oorlogsgebied in Syrië te deporteren. Dat zou gebeurd zijn in de maanden voor de militaire inval in het noordoosten van dat land. Amnesty zegt dat de Turkse politie de vluchtelingen sloeg of bedreigde, zodat ze documenten zouden ondertekenen waarin ze verklaren vrijwillig naar Syrië te willen terugkeren. Ankara spreekt die bevindingen nu tegen. 'De beweringen dat Syriërs onder dwang werden teruggestuurd, en bedreigd en mishandeld werden, zijn irreëel en verzonnen', zo vermeldt de reactie van het Turkse ministerie.

De Turkse overheid werkt samen met de VN en ngo's aan een 'veilige en vrijwillige terugkeer' van vluchtelingen naar Syrië, zo klinkt het nog. Turkije is het land dat de meeste Syrische vluchtelingen heeft opgevangen: sinds het begin van de oorlog in 2011 gaat het om ongeveer 3,6 miljoen mensen. Maar de Turkse president Recep Tayyip Erdogan wil nu miljoenen Syriërs uit zijn land verplaatsen naar een bufferzone in het grensgebied. Het Turkse leger had daarom op 9 oktober een militaire operatie opgestart om een 'veiligheidszone' in te stellen in het noordoosten van Syrië.