De eerste twee bijdragen van Pieter Verstraeten over zijn terugkeer naar China in coronatijden kan je hier en hier lezen.

De receptioniste van het lokale fitnesscentrum richt een contactloze infraroodthermometer op mijn pols. "34,5 graden Celsius," leest ze af van het schermpje. Na het fietstochtje van thuis is mijn pols blijkbaar al half onderkoeld. "Graag noteren," zegt ze. "Eh, is het oké als 36,5 graden schrijf?" - "Neen, 34.5 graden." Wat ik vervolgens braafjes noteer in het schriftje samen met mijn telefoonnummer, mocht een eventuele contacttracing nodig zijn.

Trackind and tracing verplettert heropflakkeringen van het virus

Dit soort bureaucratie doet nogal Belgisch aan. Maar naast deze paperassen staat er wel een degelijk digitaal track- en tracingsysteem op poten dat werkt. Elke Chinese provincie heeft zijn eigen gezondsgheidsapp die de locaties van burgers bijhoudt en aftoetst met risicozones, plaatsen dus waar onlangs covid-19-gevallen zijn vastgesteld. Zolang ik niet in deze zones van medium of hoog risico ben geweest (een dozijn districten en wooneenheden verspreid over heel China), blijven de QR-codes in de app groen kleuren en behoud ik toegang tot de supermarkten, restaurants, openbaar vervoer, en dus ook mijn fitnesscentrum.

Het checken van deze gezondheidscodes is net terug één week van kracht, nadat na ruim 9 maanden, terug lokale coronabesmettingen opdoken in Chengdu, een stad van 13 miljoen man die ik mijn tweede thuis noem. Alle bezochte locaties van covid-19-gevallen worden meteen uitgelezen en personen die ook maar in de verste verte in de buurt zijn geweest, worden verwittigd.

Check van de groene gezondheidscode bij de inkom van een restaurant in Chengdu., Pieter Verstraete
Check van de groene gezondheidscode bij de inkom van een restaurant in Chengdu. © Pieter Verstraete

Terug wennen aan fysiek contact

Ruim twee maanden leefde ik in het coronavrije China. Na een zelfopgelegde afzondering in België voor mijn vertrek naar China en na een verplichte hotelquarantaine van twee weken in een hotelkamer in Shanghai kon de plotse totale vrijheid niet als een groter contrast komen. Klokslag negen uur, exact 14 dagen na aankomst in China, werd de code in mijn Shanghainese gezondheidsapp groen en mocht ik terug de vrije wereld in. De volgende dagen baande ik me een weg door de menigtes in Shanghai, gevormd door de binnenlandse toeristen die druk bezig waren met selfies te nemen van de lokale skyline die al lang die van New York overtreft.

Het was maar traag terug wennen aan de vele handdrukken tijdens zakenmeetings, laat staan omarmingen van vrienden die ik al veel te lang had moeten missen. Een halfjaar anderhalvemetermaatschappij in België doet iets blijvend met je omgang met mensen.

De impact van covid-19 - een contrast tussen het Westen en het Oosten

Covid-19 is in het Westen een deeltjesversneller geworden voor maatschappelijke debatten die al aan de gang waren: over mobiliteit (werknemers zullen niet langer bereid zijn 5 dagen op 5 in de file te staan om een job uit te voeren die ze zeker deeltijds thuis kunnen doen), verstedelijking (waarom door de neus betalen om in een grootstad te wonen als je vanuit een satellietkantoor dicht bij huis kan werken?) en digitalisering van bijvoorbeeld het onderwijs (is een hoorcollege met 1.000 studenten dan zo veel interactiever dan een online sessie?). De duurtijd en intensiteit van de pandemie in Europa hebben ervoor gezorgd dat we zelfs in een post-coronatijdperk niet zomaar terug zullen gaan naar onze oude levensstijl. De slinger in het Westen zal niet direct terugslaan.

Terugkeer naar China in coronatijden: 'Het voelt vreemd om weer omarmd te worden'

China voert deze maatschappelijke debatten niet. Covid-19 staat bij de gemiddelde Chinees in het geheugen gegrift als een tijdelijke afwijking, een verplicht thuisblijven van een aantal weken in het beste geval, of als inwoner van Wuhan, een nachtmerrie van bijna drie maanden die even plots weer voorbij was als ze gekomen was. Covid-19 is er geen drijvende kracht van discussies over mobiliteit en stadsplanning. De slinger is er wel teruggeslagen: de Chinese werknemer die wordt opnieuw elke dag braafjes op kantoor verwacht en de overheid spreidt haar macht tentoon bij elke lokale opflakkering van het virus. De regering gebruikt de coronacrisis wel om haar toenemende invloed op de maatschappij en economie te rechtvaardigen en te versnellen. Het resultaat is een beeld van een autoritair beleid dat efficiënt de maatschappij controleert in het algemeen belang van haar burgers.

Ter illustratie: deze politieke cartoon verscheen in de internationale versie van de China Daily, de partijkrant.

De onfortuinlijke lokale schoonheid

Bij de aanzet van de koude wintermaanden was de vraag eerder wanneer een tweede golf van covid-19-gevallen zich zou voordoen dan of ze er effectief zou komen. In Chengdu werd de nieuwe uitbraak verpersoonlijkt door een lokale jongedame van 20 jaar die besmet raakte na een bezoekje aan haar grootouders. Omdat ze asymptomatisch was, deed ze wat alle meisjes van 20 doen: op stap gaan naar de hipste discotheken in de stad waar honderden mensen samengepakt dagelijks feesten. De lokale gezondheidsautoriteiten publiceerden, zoals dat ook in Singapore en Zuid-Korea gebeurt, meteen de verplaatsingen van de jongedame in kwestie online (inclusief een bezoek aan het nagelsalon, de noedeltent en de bioscoop) en de boodschap dat iedereen die mogelijk haar pad had gekruist, zich moest laten testen.

Jammer genoeg lekte iemand haar persoonlijke gegevens en werd ze meteen bij naam en toenaam genoemd op de sociale media, met online scheldtirades en veel 'victim blaming' als gevolg. De privacyschender werd kort erna gestraft maar het kwaad was al geschied. Een nefast gevolg van een hypergeconnecteerde samenleving waar alles online wordt gedeeld.

Overzicht van de verplaatsingen van de onfortuinlijke jongedame in kwestie, geannoteerd met de namen van de horecazaken die ze bezocht., Pieter Verstraete
Overzicht van de verplaatsingen van de onfortuinlijke jongedame in kwestie, geannoteerd met de namen van de horecazaken die ze bezocht. © Pieter Verstraete

Collectivistisch China is een waanidee

Het stadsdistrict en de wooneenheden waar de gekende covid-19-gevallen woonden, werden meteen afgesloten en ruim één miljoen mensen werden de daaropvolgende week getest. De eerste dagen heerste er merkbaar onrust. De stad had plots lege metro's tijdens de spitsuren, restaurants bleven half leeg, en iedereen droeg plots terug een mondkapje. De overheid verspreidde geanonimiseerde info over de gevallen, met ernaast de acties die ze ondernomen had. De boodschap was duidelijk: volle transparantie en geen enkele vertraging in een krachtdadige aanpak.

Mensen dragen mondkapjes om zichzelf en directe omgeving te beschermen. Het gaat om puur persoonlijk zelfbehoud.

Toch zat mijn fitnesscentrum nog steeds stampvol met mensen die nog snel een paar trainingen wilden afwerken, nu het nog kon, anticiperend op een mogelijke nieuwe lockdown. Ik merk op dat men in het Westen het succes van pandemiecontrole in Azië vaak toeschrijft aan de zogenaamd 'collectivische' mentaliteit van Aziaten. Het vermeende Chinese collectivisme heb ik altijd complete onzin gevonden. Mensen dragen mondkapjes om zichzelf en directe omgeving te beschermen. Het gaat om puur persoonlijk zelfbehoud. Als ze thuis blijven, is het om zichzelf en hun directe familie te beschermen. Ze hebben angst voor een virus dat nog steeds redelijk onbekend is voor hen.

Met de Sars-epidemie van 2003 in het geheugen, waar één op de tien van de besmette patiënten aan stierf, nemen vele Chinese families liever geen enkel risico. Als mijn Chinese "nonkel" die eigenlijk liever nog snel wat tegeltjes mahjong wil leggen met zijn vrienden, weg blijft uit het lokale theesalon, dan heeft dan niets met burgerplicht te maken maar alles met de ijzeren hand van zijn vrouw.

Een week later staat de teller op 14 gevallen. De rust is teruggekeerd in Chengdu nadat de massale testcampagnes slechts een handvol besmettingen in drie districten van de stad aan het licht brachten.

De restaurants met de wereldvermaarde keuken van Sichuan vulden zich opnieuw. Hun grootste tegenstander is niet langer het coronavirus, maar de gezonde levensstijl die we hebben opgebouwd in het fitnesscentrum.

Sinoloog en consultant Pieter Verstraete schrijft over zijn ervaringen bij zijn terugkeer naar China, een land dat hij al meer dan 12 jaar zijn tweede thuis mag noemen. In 2019 verscheen zijn boek 'Winnen vanmet de Chinezen' bij Pelckmans Pro.

De receptioniste van het lokale fitnesscentrum richt een contactloze infraroodthermometer op mijn pols. "34,5 graden Celsius," leest ze af van het schermpje. Na het fietstochtje van thuis is mijn pols blijkbaar al half onderkoeld. "Graag noteren," zegt ze. "Eh, is het oké als 36,5 graden schrijf?" - "Neen, 34.5 graden." Wat ik vervolgens braafjes noteer in het schriftje samen met mijn telefoonnummer, mocht een eventuele contacttracing nodig zijn.Dit soort bureaucratie doet nogal Belgisch aan. Maar naast deze paperassen staat er wel een degelijk digitaal track- en tracingsysteem op poten dat werkt. Elke Chinese provincie heeft zijn eigen gezondsgheidsapp die de locaties van burgers bijhoudt en aftoetst met risicozones, plaatsen dus waar onlangs covid-19-gevallen zijn vastgesteld. Zolang ik niet in deze zones van medium of hoog risico ben geweest (een dozijn districten en wooneenheden verspreid over heel China), blijven de QR-codes in de app groen kleuren en behoud ik toegang tot de supermarkten, restaurants, openbaar vervoer, en dus ook mijn fitnesscentrum. Het checken van deze gezondheidscodes is net terug één week van kracht, nadat na ruim 9 maanden, terug lokale coronabesmettingen opdoken in Chengdu, een stad van 13 miljoen man die ik mijn tweede thuis noem. Alle bezochte locaties van covid-19-gevallen worden meteen uitgelezen en personen die ook maar in de verste verte in de buurt zijn geweest, worden verwittigd.Ruim twee maanden leefde ik in het coronavrije China. Na een zelfopgelegde afzondering in België voor mijn vertrek naar China en na een verplichte hotelquarantaine van twee weken in een hotelkamer in Shanghai kon de plotse totale vrijheid niet als een groter contrast komen. Klokslag negen uur, exact 14 dagen na aankomst in China, werd de code in mijn Shanghainese gezondheidsapp groen en mocht ik terug de vrije wereld in. De volgende dagen baande ik me een weg door de menigtes in Shanghai, gevormd door de binnenlandse toeristen die druk bezig waren met selfies te nemen van de lokale skyline die al lang die van New York overtreft. Het was maar traag terug wennen aan de vele handdrukken tijdens zakenmeetings, laat staan omarmingen van vrienden die ik al veel te lang had moeten missen. Een halfjaar anderhalvemetermaatschappij in België doet iets blijvend met je omgang met mensen. Covid-19 is in het Westen een deeltjesversneller geworden voor maatschappelijke debatten die al aan de gang waren: over mobiliteit (werknemers zullen niet langer bereid zijn 5 dagen op 5 in de file te staan om een job uit te voeren die ze zeker deeltijds thuis kunnen doen), verstedelijking (waarom door de neus betalen om in een grootstad te wonen als je vanuit een satellietkantoor dicht bij huis kan werken?) en digitalisering van bijvoorbeeld het onderwijs (is een hoorcollege met 1.000 studenten dan zo veel interactiever dan een online sessie?). De duurtijd en intensiteit van de pandemie in Europa hebben ervoor gezorgd dat we zelfs in een post-coronatijdperk niet zomaar terug zullen gaan naar onze oude levensstijl. De slinger in het Westen zal niet direct terugslaan. China voert deze maatschappelijke debatten niet. Covid-19 staat bij de gemiddelde Chinees in het geheugen gegrift als een tijdelijke afwijking, een verplicht thuisblijven van een aantal weken in het beste geval, of als inwoner van Wuhan, een nachtmerrie van bijna drie maanden die even plots weer voorbij was als ze gekomen was. Covid-19 is er geen drijvende kracht van discussies over mobiliteit en stadsplanning. De slinger is er wel teruggeslagen: de Chinese werknemer die wordt opnieuw elke dag braafjes op kantoor verwacht en de overheid spreidt haar macht tentoon bij elke lokale opflakkering van het virus. De regering gebruikt de coronacrisis wel om haar toenemende invloed op de maatschappij en economie te rechtvaardigen en te versnellen. Het resultaat is een beeld van een autoritair beleid dat efficiënt de maatschappij controleert in het algemeen belang van haar burgers. Ter illustratie: deze politieke cartoon verscheen in de internationale versie van de China Daily, de partijkrant.Bij de aanzet van de koude wintermaanden was de vraag eerder wanneer een tweede golf van covid-19-gevallen zich zou voordoen dan of ze er effectief zou komen. In Chengdu werd de nieuwe uitbraak verpersoonlijkt door een lokale jongedame van 20 jaar die besmet raakte na een bezoekje aan haar grootouders. Omdat ze asymptomatisch was, deed ze wat alle meisjes van 20 doen: op stap gaan naar de hipste discotheken in de stad waar honderden mensen samengepakt dagelijks feesten. De lokale gezondheidsautoriteiten publiceerden, zoals dat ook in Singapore en Zuid-Korea gebeurt, meteen de verplaatsingen van de jongedame in kwestie online (inclusief een bezoek aan het nagelsalon, de noedeltent en de bioscoop) en de boodschap dat iedereen die mogelijk haar pad had gekruist, zich moest laten testen. Jammer genoeg lekte iemand haar persoonlijke gegevens en werd ze meteen bij naam en toenaam genoemd op de sociale media, met online scheldtirades en veel 'victim blaming' als gevolg. De privacyschender werd kort erna gestraft maar het kwaad was al geschied. Een nefast gevolg van een hypergeconnecteerde samenleving waar alles online wordt gedeeld. Het stadsdistrict en de wooneenheden waar de gekende covid-19-gevallen woonden, werden meteen afgesloten en ruim één miljoen mensen werden de daaropvolgende week getest. De eerste dagen heerste er merkbaar onrust. De stad had plots lege metro's tijdens de spitsuren, restaurants bleven half leeg, en iedereen droeg plots terug een mondkapje. De overheid verspreidde geanonimiseerde info over de gevallen, met ernaast de acties die ze ondernomen had. De boodschap was duidelijk: volle transparantie en geen enkele vertraging in een krachtdadige aanpak. Toch zat mijn fitnesscentrum nog steeds stampvol met mensen die nog snel een paar trainingen wilden afwerken, nu het nog kon, anticiperend op een mogelijke nieuwe lockdown. Ik merk op dat men in het Westen het succes van pandemiecontrole in Azië vaak toeschrijft aan de zogenaamd 'collectivische' mentaliteit van Aziaten. Het vermeende Chinese collectivisme heb ik altijd complete onzin gevonden. Mensen dragen mondkapjes om zichzelf en directe omgeving te beschermen. Het gaat om puur persoonlijk zelfbehoud. Als ze thuis blijven, is het om zichzelf en hun directe familie te beschermen. Ze hebben angst voor een virus dat nog steeds redelijk onbekend is voor hen. Met de Sars-epidemie van 2003 in het geheugen, waar één op de tien van de besmette patiënten aan stierf, nemen vele Chinese families liever geen enkel risico. Als mijn Chinese "nonkel" die eigenlijk liever nog snel wat tegeltjes mahjong wil leggen met zijn vrienden, weg blijft uit het lokale theesalon, dan heeft dan niets met burgerplicht te maken maar alles met de ijzeren hand van zijn vrouw. Een week later staat de teller op 14 gevallen. De rust is teruggekeerd in Chengdu nadat de massale testcampagnes slechts een handvol besmettingen in drie districten van de stad aan het licht brachten. De restaurants met de wereldvermaarde keuken van Sichuan vulden zich opnieuw. Hun grootste tegenstander is niet langer het coronavirus, maar de gezonde levensstijl die we hebben opgebouwd in het fitnesscentrum. Sinoloog en consultant Pieter Verstraete schrijft over zijn ervaringen bij zijn terugkeer naar China, een land dat hij al meer dan 12 jaar zijn tweede thuis mag noemen. In 2019 verscheen zijn boek 'Winnen vanmet de Chinezen' bij Pelckmans Pro.