Die avond had Vladimir Poetin goed nieuws te verkondigen. Vanachter zijn computerscherm in zijn stemmige ambtswoning kondigde hij aan dat de nationale lockdown op 12 mei zou worden opgegeven. Tegelijk meldde hij dat de voornaamste economische sectoren weldra weer zouden opstarten. Diezelfde dag liet Rusland een recordaantal doden en nieuwe besmettingen optekenen, waaruit blijkt dat het virus zich steeds sneller verspreidt. Enkele uren later moest Poetins perschef Dmitri Peskov in allerijl in quarantaine, toen ook hij besmet bleek.
...

Die avond had Vladimir Poetin goed nieuws te verkondigen. Vanachter zijn computerscherm in zijn stemmige ambtswoning kondigde hij aan dat de nationale lockdown op 12 mei zou worden opgegeven. Tegelijk meldde hij dat de voornaamste economische sectoren weldra weer zouden opstarten. Diezelfde dag liet Rusland een recordaantal doden en nieuwe besmettingen optekenen, waaruit blijkt dat het virus zich steeds sneller verspreidt. Enkele uren later moest Poetins perschef Dmitri Peskov in allerijl in quarantaine, toen ook hij besmet bleek. Met zijn aankondiging koos Poetin voor de vlucht vooruit. Voortaan zijn het de gouverneurs die beslissen over de onpopulaire lockdownmaatregelen. De man die het al meer dan twee decennia lang over de noodzaak heeft om zo veel mogelijk macht te centraliseren, lijkt in volle crisis geen zin te hebben om die macht aan te wenden en harde maatregelen te nemen. Verveeld staart de president naar zijn immense scherm, waarop de voornaamste ministers hem briefen over een pandemie die maar niet onder controle raakt. Of zoals Poetin het op 20 april zelf nog samenvatte in een kernachtige contradictie: 'Het coronavirus blijft zich verspreiden, maar onze preventieve maatregelen hebben het ingedamd.' Het is verleidelijk om te denken dat autoritaire regimes beter in staat zijn om epidemieën aan te pakken. Want in theorie hoeven sterke leiders zich niets aan te trekken van de publieke opinie als ze onpopulaire maatregelen nemen. Ze krijgen geen kritische vragen van journalisten, hebben doorgaans geen echte oppositiepartijen te duchten en hoeven geen electorale afstraffing te vrezen. Bovendien beschikken autoritaire regimes vaak over surveillancesystemen en een politieapparaat om lockdowns en quarantainemaatregelen af te dwingen. Ook de bevolking wordt verondersteld om 'gemotiveerder' te zijn in het navolgen van strikte maatregelen: is het niet uit nationalistisch vuur, dan wel uit angst voor de repercussies. Alleen blijkt geen van die veronderstellingen in de praktijk te kloppen. Veel autoritaire regimes zijn er net op gebrand om de aanwezigheid van het virus halsstarrig te negeren. Joko Widodo, de president van Indonesië, raadde zijn bevolking aanvankelijk een kruidenextract aan. En volgens zijn minister van Volksgezondheid volstond voldoende bidden om het virus buiten te houden. Gurbanguly Berdimuhamedov, de president van Turkmenistan, blijft bij hoog en bij laag volhouden dat er geen coronagevallen in zijn land zijn, hoewel alle buurlanden met ernstige uitbraken te kampen hebben. Tegelijk weigert Turkmenistan toegang aan de experts van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. De meest cartooneske manifestatie van dat fenomeen is Wit-Rusland, waar president Alexander Loekasjenko het virus 'een wereldwijde psychose' noemt en zijn landgenoten aanraadt 40 à 50 milliliter wodka per dag te drinken - 'maar niet op het werk'. Wit-Rusland heeft nog altijd geen maatregelen uitgevaardigd: er wordt zelfs niet geadviseerd om afstand te houden. Op 9 mei hield het regime zijn jaarlijkse militaire parade ter nagedachtenis van de Tweede Wereldoorlog, waarbij duizenden toeschouwers in Minsk samenkwamen. Matthijs Bogaards, die als hoogleraar politieke wetenschappen aan de Central European University in Boedapest onderzoek doet naar autoritaire systemen, benadrukt dat het gros van de autoritaire regimes net heel zwak is. 'De daadkracht die autoritaire regimes uitstralen, is veelal schijn', zegt Bogaards. 'Het is vooral vertoon, dat breed uitgemeten wordt in overheidsgezinde media, maar eigenlijk wordt er amper ingegrepen. In veel autoritaire staten is de overheid er vooral op gericht om burgers koest te houden. Het staatsapparaat is er niet op voorzien om zelf dingen te organiseren. Om een epidemie te bestrijden, heb je een breed arsenaal aan capaciteiten nodig: een goede gezondheidszorg, logistieke ondersteuning, experts die onafhankelijk kunnen adviseren. Je hebt meer nodig dan een politiestaat om deze crisis aan te pakken.' Autoritaire regimes hebben bovendien de neiging om alles als een veiligheidsprobleem te zien, meent Irankenner Peyman Jafari (Universiteit van Amsterdam). 'Er is altijd de angst dat maatregelen voor instabiliteit en onlusten kunnen zorgen. Daarnaast zijn dergelijke regimes het gewoon om de waarheid niet te vertellen. Als je dan in een crisis komt waarbij het van cruciaal belang is dat je duidelijk en eerlijk communiceert over wat er aan de hand is, slagen ze er doorgaans niet in om die mindset te veranderen.' Door die combinatie van factoren deden de Iraanse autoriteiten er veel te lang over om verregaande maatregelen af te kondigen. Ondertussen telt Iran al meer dan 117.000 bevestigde besmettingen en meer dan 7000 doden, al zou het werkelijke aantal besmettingen volgens een parlementaire commissie minstens acht tot tien keer hoger liggen. 'De incompetentie bij de Iraanse bureaucratie is uitzonderlijk', zegt Jafari. 'Er wordt nauwelijks naar experts geluisterd, omdat besluiten bijna alleen genomen worden als ze politiek wenselijk zijn.' Daarnaast is het een illusie om te denken dat regels beter gerespecteerd worden in autoritaire staten. 'Ze zijn er net héél slecht in om wetten te laten toepassen', zegt Alina Mungiu-Pippidi, hoogleraar Democracy Studies aan de Berlijnse Hertie School of Governance. 'De versmarkt in Wuhan waar het virus vermoedelijk op de mens is overgesprongen, zou volgens de Chinese wet niet eens mogen bestaan. Maar het wordt oogluikend toegelaten, omdat het regime zo steun denkt te winnen bij de bevolking. Het komt in bijna alle autoritaire landen voor: wetten worden willekeurig toegepast.' Maar de voornaamste handicap voor autoritaire regimes is de beschikbaarheid van betrouwbare informatie. Het was in zekere zin ook de oorzaak van de pandemie zelf: toen in Wuhan een nieuw virus uitbrak, duurde het veel te lang voor de centrale regering in Peking over voldoende informatie beschikte om de ernst van de situatie in te zien. Nochtans had China wel uit zijn verleden geleerd. Sinds de SARS-epidemie van 2002 beschikt het over een centraal register voor besmettelijke ziekten. Gezondheidswerkers worden verondersteld verdachte gevallen rechtstreeks in dat systeem in te voeren. Alleen werkte dat systeem op het cruciale moment niet. Want de lokale overheid in Wuhan had het plaatselijke ziekenhuispersoneel opgedragen om eerst aan hen te rapporteren. Uiteindelijk zou het Chinese Centrum voor Ziektepreventie drie expertenteams naar Wuhan moeten sturen eer het de reikwijdte van de pandemie inzag. 'China heeft de grootst mogelijke fout gemaakt die je als autoritair regime kunt maken: het heeft de controle verloren', zegt Mungiu. 'Voor een overheid die belooft dat ze altijd alles onder controle kan houden, is dat onvergefelijk. Als er iets gebeurt waarover je geen controle hebt, kun je er alleen over liegen. Tot de zaak zulke proporties aanneemt dat je het niet langer kunt wegmoffelen.' Het is een bekend probleem bij autoritaire systemen. 'Er is altijd onderrapportage van slecht nieuws', zegt Matthijs Bogaards. 'Functionarissen worden in dergelijke landen vooral afgerekend op hun vermogen om de boel rustig te houden en geen problemen te creëren. Daardoor brengt niemand graag slecht nieuws aan zijn overste, en duurt het vaak ontzettend lang voor slecht nieuws het machtscentrum bereikt.' Door dat gebrek aan betrouwbare cijfers is het voor leiders in autoritaire regimes moeilijker om de situatie correct in te schatten en snel te reageren. 'Ook de mensen die in een autoritair systeem aan de knoppen zitten, weten dat ze niet noodzakelijk de hele waarheid te horen krijgen', vervolgt Bogaards. 'Ze beseffen maar al te goed dat ze vaak met onbetrouwbare gegevens werken. Vandaar dat ze zo ontzettend paranoïde kunnen zijn.' Maar ook burgers in autoritaire systemen beseffen dat hun overheden onbetrouwbaar zijn. Wanneer een overheid hen vervolgens vraagt om contra- intuïtieve dingen te doen, blijkt dat bijzonder moeilijk. Toen de Iraanse overheid na lang dralen dan toch een lockdown afkondigde, vertrokken veel Iraniërs doodleuk op vakantie, waardoor het virus verder werd verspreid. Ook in het India van de autoritaire leider Narendra Modi lijken maar weinig inwoners de lockdown op te volgen. In Turkije leidde de afkondiging van de lockdown tot een stormloop op de winkels en enorme samenscholingen op straat, waarna president Erdogan de maatregel in allerijl besloot terug te draaien. In Noord-Korea gebeurde dan weer het omgekeerde: toen het regime de Noord-Koreaanse bevolking verzekerde dat er geen corona in het land was, begon heel Pyongyang spontaan mondmaskers te dragen. De corona-epidemie is bij uitstek een crisis die alleen bezworen kan worden als burgers eerlijk zijn en de maatregelen strikt opvolgen. Dat vraagt van burgers een zekere discipline en eerlijkheid, die in dictaturen niet vanzelfsprekend is en mogelijk zelfs gevaarlijk. 'Als ik een Noord-Koreaan was, zou ik nooit durven toegeven dat ik ziek ben', zegt Koreakenner Remco Breuker (Universiteit Leiden). 'In een Noord-Koreaans ziekenhuis is de kans op genezing sowieso klein. Bovendien weet je dat je leven niets waard is, en dat het regime bereid is om je af te maken als je een te groot besmettingsrisico vormt. Zo wordt het natuurlijk moeilijk om een besmettingshaard in te dammen.' Het is overigens niet zo dat alle autoritaire regimes het slecht doen. Vietnam is er door een fenomenale mobilisatie van mensen en middelen in geslaagd om de pandemie in de kiem te smoren, en ook Myanmar en Bangladesh lijken het virus voorlopig redelijk goed buiten te houden. De Golfstaten zijn relatief vroeg in lockdown gegaan en konden zo erger voorkomen. En ook Noord-Korea heeft het virus vanaf het begin ernstig genomen, al beweert het regime nog altijd bij hoog en laag dat het niet voorkomt in het land. 'Het was heel snel duidelijk dat dit een enorme bedreiging is voor het regime', zegt Breuker. 'Buiten Pyongyang hebben artsen geen beademingsmachines, geen beschermend materiaal, geen medicijnen. Als het virus begint te woekeren, dreigt dat dus voor instabiliteit te zorgen. Bovendien is het moeilijker om de bevolking te indoctrineren als je mensen niet in groep kunt samenbrengen.' Ook heel wat democratieën hebben de strijd tegen het coronavirus niet goed aangepakt. België krijgt zeker geen feilloos rapport. Spanje en Italië hebben ondanks al hun democratische principes enorme dodenaantallen laten optekenen. In het Verenigd Koninkrijk weigerde de regering aanvankelijk het probleem serieus te nemen, wat de verspreiding in de hand dreigt te werken. Maar ook landen met een democratisch systeem doen het extra slecht als ze met een autoritaire leider zitten opgescheept. In het nochtans democratische Brazilië weigert president Jair Bolsonaro de pandemie ernstig te nemen. De voorbije maand ontsloeg hij al twee ministers van Gezondheidszorg omdat die een strengere aanpak wilden organiseren. Halverwege april liep de president mee in een betoging tegen de lockdownmaatregelen die sommige Braziliaanse deelstaten organiseren. Met meer dan 15.000 doden lijkt Brazilië op weg om het epicentrum van de pandemie te worden. Ook in de Verenigde Staten rijdt de president een brokkenparcours. Amerika telt het hoogste aantal besmettingen en doden, maar Donald Trump weigert nog altijd om een nationale lockdown af te kondigen. Op zijn dagelijkse persconferentie schept hij op over zijn kijkcijfers, scheldt hij op journalisten, suggereert hij totaal ongefundeerde behandelingen en medicijnen. De cheque van 1200 dollar die Trump aan elk gezin heeft geschonken, draagt zijn naam: in november zijn er verkiezingen. 'Donald Trump heeft van deze coronacrisis gebruikgemaakt om het Amerikaanse medialandschap te herscheppen in dat van een autoritair regime', zegt Jason Stanley, politiek filosoof aan Yale University . 'Het is een en al zelfpromotie, één grote publiciteitsstunt vol leugens. Het gaat enkel over zichzelf en over zijn eigen populariteit.' Alina Mungiu wijst erop dat er geen absolute scheidingslijn bestaat tussen democratieën en dictaturen. 'Landen als Singapore en China hebben hybride systemen, die marktkapitalisme combineren met autoritair leiderschap. Het zijn landen die erin slagen om ook zonder vrijheid van meningsuiting en vrije verkiezingen goed te besturen. Ondanks hun autoritarisme zijn zulke landen erin geslaagd om een vorm van meritocratie te organiseren. Ze stroomlijnen hun overheidsapparaat en beperken corruptie tot het absoluut strategisch noodzakelijke. Landen als China en Singapore zien in dat je beter de competentste kandidaat aan het hoofd van een ministerie plaatst dan de neef van een of andere partijbons. En het is duidelijk dat dat systeem nu al decennia resultaten boekt.' In crisissen als deze oefenen dergelijke systemen wel degelijk een aantrekkingskracht uit op veel westerse burgers. 'Ik krijg steeds vaker de vraag waarom kapitalisme democratie nodig heeft', zucht Mungiu. 'Mexico of Brazilië zijn er ondanks hun democratie niet in geslaagd om betrouwbare instellingen op te richten, omdat partijen er alleen de verkiezingen kunnen winnen door een cliëntelistisch systeem te creëren. Vaak wordt na een machtswissel zowat de hele ambtenarij ontslagen, waardoor het onmogelijk wordt om ervaring op te bouwen. De gevolgen van die gebrekkige instellingen zijn nu overduidelijk: het overheidsapparaat is in tal van jonge democratieën niet in staat gebleken om een crisis van deze omvang goed aan te pakken. Dan is het logisch dat een autoritair model met een performante overheid zoals Singapore voor veel jonge democratieën een zekere aantrekkingskracht heeft. Dat is de eeuwige tragedie: de democratie moet zichzelf altijd bewijzen tegenover andere systemen. En ze vecht met ongelijke wapens.' Ook Jason Stanley vreest dat autoritaire systemen ondanks al hun duidelijke beperkingen wel eens de grote winnaar kunnen worden van deze coronacrisis. Hij wijst op wetenschappelijk onderzoek dat een mogelijke link tussen de Spaanse griep en het nazisme suggereert. 'In Duitse steden en regio's die zwaarder getroffen werden door de Spaanse griep, stemden achteraf meer mensen voor de nazi's', zegt Stanley. 'Ook nu komt er een enorme economische crisis aan. Dan hebben mensen een houvast nodig, een soort geloof. In zulke omstandigheden kan een autoritaire leider best aantrekkelijk worden.'