Stemmen uit Oekraïne (3): ‘Ik weiger al drie jaar Oekraïens te spreken. Dat is mijn stille vorm van protest’

© GETTY
Jeroen Zuallaert
Jeroen Zuallaert Redacteur Knack

Op reis door Oekraïne legt Knack zijn oor te luister bij Oekraïners. Hoe kijken zij naar de groeiende spanningen met Rusland? Vandaag: Ljoedmila Andrejevna (68), op een bankje in de schaduw van Gogol.

‘Toont u mij uw perskaart! Iedereen kan beweren dat hij een Belgische journalist is.’ De dame op het bankje kijkt me wantrouwend aan. De haartjes van haar bruine mantel wuiven zachtjes in de winterse bries. Vanachter een bril met dikke glazen tuurt ze peinzend naar mijn perskaart. De overbelichte foto lijkt haar gerust te stellen. Ze haalt diep adem.

Ljoedmila’s bankje kijkt uit op het standbeeld van schrijver Nikolaj Gogol in het centrum van Severodonetsk, een stad van ruim honderdduizend inwoners dat vandaag een troosteloze aanblik geeft. Langs de paadjes ligt een grijzige sneeuwsmurrie. In de wegen rond het park zitten gaten waar een konijn in kan verdwijnen. De trottoirs van de boulevards rond het parkje houden op lukrake plekken op. Enkel de verkeerslichten zijn recent vernieuwd, met geluiden die slechtzienden moeten helpen oversteken. ‘Severodonetsk was niet altijd zo’, vertelt Ljoedmila. ‘Er waren fabrieken, wetenschappelijke instellingen, ziekenhuizen. Russische wetenschappers en experten verhuisden naar hier om te kunnen werken. Het was een bloeiende stad. Daar is nu niets meer van over.’

Zoals veel gepensioneerden in Oekraïne komt Ljoedmila nauwelijks toe met haar pensioentje. ‘Ik krijg 2900 hrivna (ongeveer 91 euro, nvdr.) per maand. Als ik zuinig leef, kom ik twee weken toe. Alles wat daarna komt, is op de tanden bijten. Kleren of schoenen kan ik niet meer kopen. Ik ben nochtans hoogopgeleid. Ik heb meer dan dertig jaar een chemisch laboratorium geleid. Ik had ingenieurs onder mij. Vandaag moet ik zelfs op toiletpapier besparen.’ Ze zucht. ‘Toch kan ik niet zeggen dat ik de Sovjettijd mis. Ja, je was zeker dat je de volgende dag te eten had. Er was geen oorlog. Maar finaal was het geen rechtvaardige samenleving.’

Zowel over Severodonetsk als Nikolaj Gogol voeren Rusland en Oekraïne vandaag strijd. Op een tiental kilometer ligt de zogenaamde contactlijn die Oekraïne scheidt van de Volksrepubliek Loegansk, waar het Oekraïense leger en de separatisten nog steeds strijd leveren. En ook Gogol, in Oekraïne geboren maar bekend geworden als een van de grootste Russischtalige schrijvers aller tijden, wordt vandaag volop geclaimd door het Oekraïense nationalisme. De oorlog in Donbas doet in zekere zin aan de kortverhalen van Gogol denken: een soort absurde angstdroom waaruit de Oost-Oekraïners maar niet wakker worden. ‘Dit conflict is voor tachtig procent verzonnen’, zegt Ljoedmila. ‘Het is de schuld van Amerika en zijn multinationals. Ze kunnen het niet verkroppen dat Rusland tegenwoordig weer sterker is geworden. Ze willen de wereld verdelen, en Oekraïne is daarvan het slachtoffer.’

Aan de oorlog is ze ondertussen gewend geraakt. ‘Je leert ermee leven. Mijn man belde me eens vanuit onze datsja, om me te melden dat er net een raket was overgevlogen en de dichtstbijzijnde brug was vernietigd. Hij wilde vooral laten weten dat hij wat later thuis was voor het eten.’

Stemmen uit Oekraïne (3): 'Ik weiger al drie jaar Oekraïens te spreken. Dat is mijn stille vorm van protest'
© Reuters

Ljoedmila identificeert zichzelf als Oekraïnse, maar heeft als Russischtalige tegelijk sympathie voor de ‘Grote Broer’. Over de Oekraïense regering rept Ljoedmila met geen woord. ‘Te veel West-Oekraïners’, bromt ze. ‘West-Oekraïners zijn gewoon anders dan wij. Al die politici uit West-Oekraïne hebben gemakkelijk praten. Ze roepen de hele tijd dat we de oorlog met Rusland moeten verderzetten. Maar het zijn niet hun kinderen die hier sterven tijdens de beschietingen. Maar hun electoraat hoort het graag.’

Ze toont zich ook diep gefrustreerd door de taalwet van 2019, die van het Oekraïens de enige officiële taal maakte en het Russisch ‘degradeerde’ tot minderheidstaal. Daardoor moesten Russischtalige scholen overschakelen naar het Oekraïens. Ljoedmila toont zich diep verontwaardigd. ‘Mijn kleinzoon is Russischtalig. Hij praat Russisch en denkt in het Russisch, maar op school mag hij enkel Oekraïens praten. Wanneer hij schrijft, maakt hij natuurlijk fouten, en krijgt hij op zijn kop. Waarom moet dat? Waarom kan hij niet gewoon in het Russisch naar school? Hoe kan hij ooit naar de universiteit gaan als hij op school een taalachterstand oploopt?’

Politiek is Ljoedmila volledig afgehaakt. ‘Na dertig jaar democratie heb ik nog nooit gestemd voor de winnaar van de presidentsverkiezingen. Ik heb alleen voor Zelenski gestemd, in de tweede ronde, omdat hij beloofde dat hij de oorlog zou beëindigen. Maar Zelenski vond het blijkbaar belangrijker om ons land uit te verkopen aan buitenlandse bedrijven.’ Als ze nog gaat stemmen, kiest ze voor Joeri Bojko, Oekraïnes voornaamste Russischgezinde politicus. Voor de rest verbijt ze haar frustratie in stilte. ‘Ik weiger al drie jaar Oekraïens te spreken. Dat is mijn stille vorm van protest.’

Wanneer ik haar vraag wat ik haar mag wensen, glimlacht ze, voor de eerste keer. ‘Er is geen toekomst meer. De hoop dat het morgen beter wordt, smelt weg. Maar u mag me wel een goede gezondheid toewensen. Dat zal ik de komende tijd beter kunnen gebruiken.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content