Column

Vrije Tribune

Over de mythe van de Amerikaanse smeltkroes

Vrije Tribune Hier geven we een forum aan organisaties, columnisten en gastbloggers

‘Het is alsof de muur van Trump hier al jaren geleden werd aangelegd.’ Een Vlaming woonachtig in de VS neemt het ideaalbeeld van de Amerikaanse smeltkroes op de korrel.

Amerikanen willen graag geloven dat hun samenleving een echte smeltkroes is, waar de verschillende etnische groepen harmonieus met elkaar samenleven. Vooral het liberale New York zou daarvan een voorbeeld zijn.

Maar de laatste jaren worden we regelmatig opgeschrikt door politiegeweld tegen zwarten en de protesten onder de noemer Black Lives Matter. Ook de verrassende verkiezingsoverwinning van New Yorker Donald Trump met zijn anti-immigratie boodschap heeft bij velen diepe littekens achtergelaten. Bovendien is het aantal haatmisdaden sinds kort drastisch gestegen.

Ik heb lange tijd in de mythe van de Amerikaanse smeltkroes geloofd, maar nu weet ik beter.

Veel liberale New Yorkers veroordelen in het bijzonder Trumps plan om de Mexicaanse grens met een muur hermetisch af te sluiten. De ideeën van de toekomstige Leader of the Free World worden veelal als racistisch populisme afgedaan. Maar hoe leven die liberale New Yorkers zelf eigenlijk?

Ik woon inmiddels al meer dan achttien jaar in de Verenigde Staten en ook ik heb lange tijd geloofd in het ideaalbeeld van de Amerikaanse smeltkroes. Intussen weet ik beter.

Ons soort mensen

We staan in het hartje van Manhattan, in de grote hal van Grand Central op 42nd Street. Eén van de mooiste treinstations ter wereld, met airconditioning in de zomer en verwarming in de winter.

Het station biedt namelijk ook onderdak aan talrijke restaurants en winkels, en het publiek geeft nu eenmaal meer geld uit bij een aangename temperatuur. Chique restaraunts zoals Cipriani’s en Michael Jordan’s Steak House hebben prominente locaties met uitzicht op de bekende koperen klok in het midden van de hal.

Continu rollen de treinen binnen vanuit Westchester County, één van de rijkste gebieden van het land. Ik woon daar ook, met mijn vrouw, twee dochters en drie katten. En ja, we hebben ook een beest van een barbecue in de achtertuin staan, want dat hoort hier zo. When in Rome …

We wonen weliswaar niet in het duurste deel van Westchester, maar toch. Onze buurt is ruim opgezet, met grote huizen in golvende, groene tuinen. Eekhoorntjes springen lustig van tak naar tak. Een basketpaal op de oprijlaan, een schommel aan een tak van een knoestige eik, twee of drie auto’s voor de deur. En dan dus die verplichte barbecues. Het woont er prettig, maar een smeltkroes is het niet. We hebben welgeteld één zwarte meneer in onze buurt, een gepensioneerde dokter geloof ik.

De demografische gegevens liegen er niet om.

Elke ochtend neem ik de trein naar Grand Central, want ik werk als advocaat bij een grote bank op Park Avenue in Midtown. Mijn trein zit elke dag vol met pendelaars op weg naar hun kantoren in Manhattan.

Er zijn toevallig een paar bekenden van me bij: een collega-advocaat, een psychiater en een bankier. Ik leg mijn New York Times neer en kijk zo onopvallend mogelijk om me heen. Er zitten meer dan tachtig mensen in mijn coupé, waarvan de meerderheid bestaat uit blanke mannen van ongeveer dertig tot zestig jaar. Twee heren van in de veertig hebben precies hetzelfde donkerblauwe overhemd aan als ik, zie ik opeens. Ach, je kunt in corporate America niet een carrière hebben en rebel zijn… Er zijn een paar mensen van Aziatische komaf. Ik zie ook twee zwarte heren, ieder aan een andere kant van de coupé. De ene strak in een donkerblauwe krijtstreep, de andere in een rood trainingspak.

Ook hier geen hoog smeltkroesgehalte, besef ik. Hoe komt dit nu?

Gesegregeerde scholen

Veel stadjes in Westchester County, zoals Scarsdale en Chappaqua (waar de Clintons wonen), zijn welstellend. Zeg maar gerust rijk.

Volgens CNN Money ligt het gemiddelde gezinsinkomen in Scarsdale boven de $275.000. De gemiddelde prijs van een huis bedraagt ongeveer $1,2 miljoen, waarvoor dan meer dan $30.000 per jaar aan schoolbelasting betaald moet worden. Om van de privéscholen nog maar te zwijgen, want daar betaal je jaarlijks zo’n $20.000 tot $40.000 lesgeld per kind. De scholen zijn in deze plaatsen dan ook uitstekend. Maar ze zijn alleen toegankelijk voor kinderen die het geluk hebben om in zo’n duur schooldistrict te wonen. Er is overigens geen aparte toelatingstest: het adres van je ouders is voldoende. Je kunt je wel indenken wat voor ouders daar wonen: dokters, advocaten, bankiers, diplomaten, expats van multinationals, succesvolle ondernemers (en hun erfgenamen).

De demografische gegevens liegen er niet om. Op de high school van Chappaqua en Scarsdale is slechts 1% van de leerlingen zwart. Gelukkig wonen wij in een wat gemengder (lees: goedkoper) schooldistrict.

In New York City is de situatie vergelijkbaar. De meerderheid van de blanke kinderen is daar geconcentreerd in slechts 7% van alle scholen. De meerderheid van de Aziatische kinderen gaat zelfs naar slechts 6% van alle scholen. Andersom gaat dat ook op: maar 5% van de zwarte scholieren gaan naar een school waar de blanke studenten in de meerderheid zijn.

De ene school is vaak bijna volledig wit, de andere bijna volledig zwart of latino.

Zo is de ene school vaak bijna volledig wit, de andere bijna volledig zwart of latino. Dit leidt ook tot bizarre situaties op de huizenmarkt, waar de huizenprijzen in witte schooldistricten vaak veel hoger liggen dan in aangrenzende zwarte of Latino schooldistricten.

Het is natuurlijk niet onmogelijk om als ouders naar een beter (en dus duurder) schooldistrict te verhuizen, en zo is het systeem op zichzelf niet racistisch. De meeste mensen in de blanke enclaves zijn ook zeker geen aanhangers van Trump. Als je maar genoeg geld hebt, dan ben je er van harte welkom, wat je huidskleur ook is. Zo is het percentage Aziatische studenten op de scholen in Chappaqua en Scarsdale de laatste decennia gestaag gegroeid.

Vanuit het oogpunt van de scholier is het echter wel onmogelijk om op één van die dure scholen binnen te komen als je de pech hebt dat je ouders toevallig in de straatarme South Bronx wonen. Ook al ben je nog zo slim.

Gescheiden scholen leiden in de praktijk ook tot gescheiden sociale kringen, zowel van de kinderen als van de ouders. Vooral in de buitenwijken vormen de scholen hechte gemeenschappen, met hun eigen varsity sportclubs (en de verplichte cheerleaders en de school mascotte), hobbyclubs, toneelopvoeringen, en meer. Het is dus in de praktijk erg moeilijk om vrienden te maken buiten je eigen schooldistrict.

Vliegen we dan even terug naar België. Het verschil met de Verenigde Staten is dat in België en Nederland de verdeling naar het inkomen van de ouders van de leerling niet een doelbewust onderdeel van het schoolsysteem is. De Belgische scholen vragen geen lesgeld. Maar ook in België zijn er rijkere gemeentes met voornamelijk blanke scholen te vinden. Dat is echter ondanks het systeem waarbij iedere ouder in beginsel vrij is om zijn kinderen naar een bepaalde school te sturen, en ondanks het feit dat scholen gratis zijn. Voor bijkomende kosten kan dan ook nog een schooltoelage aangevraagd worden. Dat is aan de andere kant van de Atlantische Oceaan wel even anders.

De muur

In de trein terug naar Westchester zet ik mijn gedachten nog even op een rijtje.

Het straatbeeld in New York City lijkt weliswaar op een smeltkroes, maar als je onder de oppervlakte kijkt is dit niet meer dan een illusie. De scheiding tussen goedkope en dure schooldistricten en het bestaan van peperdure privéscholen dragen bij aan een scheiding tussen arm en rijk.

Aangezien veel zwarten en latino’s tot de armste bevolkingsgroepen behoren, leiden de economische tegenstellingen zo ook tot een de facto raciale en etnische segregatie (om deze beladen term nog maar eens te gebruiken). Een verrassende conclusie, zeker gezien het feit dat New York overweldigend links-liberaal stemt.

Het is alsof de muur van Trump hier al jaren geleden is aangelegd.

De auteur wenst omwille van professionele redenen anoniem te blijven en schreef deze tekst onder het pseudoniem Jack Kappelhof.

Partner Content