Operatie Red Kite: ‘Misschien hadden we meer Afghanen kunnen redden’

VLIEGVELD KABOEL De chaos was immens in augustus. © Isopix/AP
Joanie De Rijke
Joanie De Rijke Medewerkster Knack

Operatie Red Kite redde meer dan 1400 mensen uit het Afghanistan van de taliban. Het Special Operations Regiment, onder leiding van kolonel Tom Bilo, stond al voor hetere vuren, maar toch was dit hun zwaarste opdracht in jaren. ‘We hadden nooit gedacht dat we zo geconfronteerd zouden worden met menselijk leed.’

Brussel, 16 augustus, 19.00 uur. Kolonel Tom Bilo krijgt een ‘go’ voor operatie Red Kite, een dag nadat de taliban de Afghaanse hoofdstad Kaboel hebben ingenomen. Hij zal de leiding van de evacuatiemissie op zich nemen.

Vóór 15 augustus heeft geen enkele Belg in Afghanistan de wens geuit om het land te verlaten. Maar na de inname van Kaboel en na de stopzetting van alle commerciële vluchten van en naar Afghanistan moet er een repatriëringsoperatie komen, zo beseffen ze bij het kabinet van minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès (MR). Er wordt contact opgenomen met Defensie om te overleggen. Tijdens de voorbereiding zijn er gesprekken tussen de EU-lidstaten, maar de operaties hangen vooral af van nationale procedures. ‘Elk Europees land is verantwoordelijk voor de evacuatie van zijn eigen onderdanen’, klinkt het bij het kabinet-Wilmès.

België kiest ervoor om de evacuaties via Pakistan te laten verlopen. Eerst wordt een Operational Liaison and Reconnaissance Team (OLRT) uitgestuurd. Dat zal de faciliteiten in de luchthaven van de Pakistaanse hoofdstad Islamabad onderzoeken, onder andere om te weten waar de Belgische vliegtuigen geparkeerd kunnen worden.

Op 17 augustus vertrekt het OLRT, 10 man groot, met een Falcon 7X naar Islamabad. Een dag later volgt het eerste operationeel detachement, een groep van 45 à 55 militairen. ‘Het was een klein detachement, omdat we op dat ogenblik dachten dat we hooguit 40 tot 60 mensen moesten evacueren’, zegt Bilo.

Chaos

In Islamabad gaan de Belgen op zoek naar vliegtuigen die hen rechtstreeks naar Kaboel kunnen brengen. Ze willen niet wachten op de Belgische vlucht die later zal arriveren en vertrekken met een Deense C-130 naar Afghanistan. Een deel van het detachement blijft in Islamabad om de repatriëring naar België te regelen.

Een dag later arriveren de eerste Belgische militairen op de luchthaven van Kaboel. ‘In het begin vonden de evacuaties plaats bij de North Gate’, vertelt de kolonel, die de operatie de eerste dagen vanuit België leidde en vanaf 24 augustus in Islamabad verbleef. ‘Aan de North Gate werden mensen tegen de muur verpletterd en met stokken geslagen. Er vielen schoten, de wanhoop en paniek waren enorm. Midden in die chaos moesten onze militairen op zoek naar een plek waar ze een Belgische zone konden organiseren om de evacués op te vangen.’

Die plek wordt vrij snel gevonden, de militairen installeren zich in een ommuurd gebouwtje en nemen contact op met de gates zodat de EP’s, de Entitled Persons ofwel de rechthebbenden op evacuatie, kunnen zien waar ze naartoe moeten. Maar wie komt in aanmerking voor evacuatie en wie niet? Na overleg met de kabinetten van Defensie, Buitenlandse Zaken en Asiel en Migratie stelt de regering vier categorieën samen die kunnen vertrekken: Belgen en hun kerngezin, Afghanen die voor België en voor internationale organisaties hebben gewerkt met hun kernfamilieleden – voornamelijk mensen die als tolk of fixer actief waren voor de Belgische defensie, Afghanen die voor een ngo werken, betrokken zijn bij mensenrechten, vrouwenrechten of de lgbtqi-gemeenschap en Afghanen met een verblijfsvergunning in België.

Weggaan was de juiste beslissing. Want er zouden zeker Belgen bij de slachtoffers zijn geweest: wij bevonden ons vlak bij de plaats van ontploffing.’kolonel Tom Bilo

‘Wij hadden de lijsten met namen niet’, zegt Bilo. ‘Het detachement van Buitenlandse Zaken dat mee was, had ze wel. Maar in het begin was het moeilijk om de Belgen in Kaboel te bereiken. De North Gate ging intussen dicht omdat de toestand met de duizenden wachtenden niet langer houdbaar was.’

Smiley

In plaats daarvan wordt Abbey Gate geopend, aan de zuidkant van de luchthaven. ‘Daar liep het riool langs. Dat creëerde ruimte zodat we de mensen konden identificeren en ze vervolgens over de muur te trekken. Maar ook dat verliep moeilijk. Je moest al veel geluk hebben dat er toevallig Belgen vooraan in de massa stonden, die hun paspoort konden tonen.’

Na twee dagen wordt afgesproken hoe de evacués zich kenbaar kunnen maken: via een Belgische vlag of door een smiley op hun hand te tekenen. Dat werkt, de evacuatie begint op gang te komen. Het aantal meldingen loopt intussen zo op dat beslist wordt een extra detachement vanuit België te sturen, op 22 en 24 augustus.

‘In Kaboel was een internationale coördinatiecel geïnstalleerd die de slots moest regelen, de tijdsperiode waarin een vliegtuig mag opstijgen of landen op een luchthaven. Die slots waren beperkt tot 30 minuten ter plaatste, dat is echt krap. Zelfs als de mensen zouden klaarstaan, was het al moeilijk, maar er stond niemand te wachten om in te stappen.’

Het eerste vliegtuig vertrekt leeg terug naar Islamabad. Ook de tweede vlucht loopt niet van een leien dakje, slechts 17 mensen raken binnen het halfuur in het toestel. Maar dan komt er schot in de zaak. De tijd begint te dringen, de Amerikanen hebben laten weten dat alle westerse landen voor 26 augustus weg moeten zijn. ‘Plots ging het snel, zeker 290 mensen konden op het vliegtuig stappen. De bussen stopten aan de gate waar onze mensen klaar stonden om de EP’s op te vangen. Eerst werd iedereen gefouilleerd, de mensen van Buitenlandse Zaken controleerden de namen op de lijst.’

Maar het constante komen en gaan met bussen werkt op de zenuwen van de taliban. De controles aan de checkpoints worden verhoogd. ‘Er was een konvooi opgezet voor EU-medewerkers waar ook plaats zou zijn voor een aantal Belgen. Dat verliep in eerste instantie allemaal goed. Tot de bewuste bus een hele tijd moest stilstaan. Door het grote aantal bussen die allemaal langs de checkpoints moesten, liep de wachttijd enorm op.’

De busreis blijkt een hel die dag. Telkens als de bus stilstaat, valt de airco uit en loopt de temperatuur op tot meer dan 40 graden. De passagiers hebben niets te drinken en betalen uit nood de chauffeur om de airco te laten draaien. ‘Op een kilometer van de luchthaven was er opnieuw controle van de taliban’, vertelt de kolonel. ‘Daar werd vastgesteld dat bepaalde mensen niet de juiste nationaliteit of papieren hadden. Waarop iedereen uit de bus werd gezet en in de menigte werd gedreven. Niemand van die bus is op de luchthaven aangekomen die dag.’

Aanslag

Intussen wordt duidelijk dat de situatie rond de luchthaven aan het veranderen is. In de menigte duikt een vlag op van de IS-Khorasan (IS-K). De checkpoints rondom het vliegveld worden plots ingenomen door de Red Units, de special forces van de taliban. De geruchten over een aanslag nemen toe.

‘De spanning steeg, iedereen voelde het. De Britten die met ons aan Abbey Gate zaten, maakten aanstalten om te vertrekken. Het was inmiddels 25 augustus, op de 26e moest iedereen weg zijn. Alle indicatoren voor een aanslag sloegen op rood. Toen heb ik laten weten dat ook wij niet langer konden blijven. Het was tenslotte onze taak om ervoor te zorgen dat onze mensen veilig thuis zouden raken. Aan de gates verschenen trouwens bijna geen Belgen meer.’

Die middag besluit de kern van de federale regering dat de Belgische militairen weg moeten uit Kaboel. ‘We hadden elke dag contact met de premier, met defensieminister Ludivine Dedonder (PS) en met minister Wilmès. Als er zware beslissingen moesten worden genomen, overlegden we met de volledige regeringskern. Het lag ook gevoelig natuurlijk. Want stel dat er nog Belgen zouden opdagen, dan konden we die toch moeilijk achterlaten.’

‘We wilden zo lang mogelijk wachten om nog zo veel mogelijk mensen mee te kunnen nemen. Iedere keer dachten we: nog even wachten op die ene man, of die ene familie. En dan nog een. Tegelijk nam de druk om te vertrekken toe. En dan was er ook nog het probleem dat onze C130’s tot op de draad versleten waren. Er was constant iets mee, het technische personeel was doodop, maar bleef doorwerken. Want we mochten er niet aan denken dat er een defecte C130 vast zou staan op de luchthaven van Kaboel, midden in de chaos.’

‘Op zeker moment moest ik echt stop zeggen. Knoop doorhakken en vertrekken, terwijl je weet dat er nog zo veel mensen wachtten op evacuatie. We hebben dan met de Nederlanders afgesproken – die bleven een dag langer – dat zij nog Belgen zouden meenemen.’

Harde keuzes

Als kolonel Bilo de Belgen om 4 uur ’s morgens in Islamabad opwacht, ziet hij doodvermoeide militairen uit het vliegtuig stappen. ‘Ze waren bijna een week lang dag en nacht in touw geweest. Sommigen staarden me met holle ogen aan, ze hoorden niet wat ik zei en gaven geen antwoord.’ Diezelfde dag, op 26 augustus, ontploft een bom aan de luchthaven van Kaboel. Er vallen bijna 200 doden en honderden gewonden. Ook dertien Amerikaanse soldaten komen om. De aanslag wordt opgeëist door de IS-K.

‘We hadden de juiste beslissing genomen. Gelukkig. Want er zouden zeker Belgen bij de slachtoffers zijn geweest: wij bevonden ons vlak bij de plaats van ontploffing. De Nederlanders waren twee uur voor de aanslag vertrokken, dat was echt kantje boord.’

Emotioneel was het een heel zware week geweest, benadrukt de kolonel. ‘Soms moesten we keuzes maken. Dan kwam een kerngezin opdagen van een moeder, vader en twee kinderen met achter zich een hele horde andere familieleden – tantes, ooms, soms ook de buren. Dat zorgde voor aangrijpende taferelen, we moesten zo’n groep opsplitsten. Wie niet voor evacuatie in aanmerking kwam, kon niet mee. Dat is hard natuurlijk. Kinderen begonnen te schreeuwen, vrouwen barstten in huilen uit, het was echt hartverscheurend.’

‘Sommige mensen waren zo ontredderd dat ze hun kinderen of baby’s aan de militairen gaven, met de vraag of ze het kind alsjeblieft in veiligheid wilden brengen, want zelf raakten ze niet door de menigte. Dat waren situaties… vreselijk. Soms werden baby’s achtergelaten, die werden dan doorgegeven in de menigte. Ze werden opgevangen door ngo’s, maar ze kwamen ook bij de militairen terecht. Dat was een hele toestand, zonder luiers, zonder babykleren – er was niets. Heel wat van onze militairen hebben zelf kinderen en al dat leed van die andere kinderen… dat was heel emotioneel. Onze militairen vertelden dat ze zich mentaal moesten afschermen, want een hele week “nee” zeggen tegen families en huilende kinderen is beenhard. Om nog te zwijgen over al die mensen in rolstoelen die zich aanboden. Krijg die maar eens uit dat riool.’

Ondanks alle paniek en chaos bleven de Belgische militairen respectvol, zegt de commandant. ‘We hebben daar complimenten voor gekregen. Je kunt iemand meesleuren, maar je kunt hem ook op een waardige manier over de muur tillen. En in plaats van te schreeuwen tegen mensen dat ze niet mee kunnen, kun je dat ook op een rustige manier zeggen.’

Op 28 augustus vliegen de Belgische militairen naar huis. Een kleine groep blijft tot 3 september in Islamabad om in te grijpen als er nog Belgen zouden opduiken die weg willen.

Eigen verhaal

In totaal halen de militairen meer dan 1400 mensen weg uit Afghanistan. Een succes, klinkt het bij Defensie en Buitenlandse Zaken. Ook Bilo kijkt er met een goed gevoel op terug: ‘Alle evacués zijn individuen met een eigen verhaal. Mensen die we gelukkig in veiligheid hebben kunnen brengen.’

Het Special Operations Regiment is opgeleid voor moeilijke militaire operaties en heeft al voor hetere vuren gestaan, maar menselijk was dit de zwaarste opdracht sinds jaren, zegt de kolonel. ‘We hadden nooit gedacht dat we zo geconfronteerd zouden worden met menselijk leed, met situaties en families waarin ieder van ons zichzelf kon herkennen. Je zou denken dat ik in Islamabad in mijn ivoren toren zat, maar niets is minder waar. Vanuit Pakistan volgden we alle conversaties van onze mensen in Kaboel met de kandidaat-evacués. Je hoorde de mensen vertellen waar ze zich bevonden in Kaboel, dat ze vast stonden aan een checkpoint, dat ze niet wisten welke kant ze op moesten. Onze militairen probeerden hen dan via een andere weg te leiden en spoorden aan tot haast omdat we wisten wanneer het vliegtuig vertrok.’

TOM BILO 'Ook het technisch personeel was doodop, omdat onze C130's tot op het bot versleten waren.'
TOM BILO ‘Ook het technisch personeel was doodop, omdat onze C130’s tot op het bot versleten waren.’© IDAgency

Er is een verhaal dat hem altijd zal bijblijven, zegt Bilo. ‘Een generaal belde me om 3 uur ’s nachts uit België, het was mijn baas. Hij had juist een bericht gekregen van de tolk met wie hij vroeger in Afghanistan had gewerkt. De man stond met zijn vier kinderen en zijn vrouw buiten aan de luchthaven en vroeg of hij nog mee kon. We hadden die dag al veel ellende gehad met de bussen, het enige wat ik de man kon aanraden was naar Abbey Gate gaan. Die was al gesloten, maar ging af en toe nog kort open om mensen binnen te laten. De communicatie tussen het gezin en onze militairen verliep via mij in Islamabad en de generaal in België. Het was een constant heen en weer gebel. De familie zou een stok met een gele sjerp bij zich hebben, om zich kenbaar te maken. We wachtten in spanning af in Islamabad, heel even ben ik in slaap gevallen. Tot er een sms kwam dat het gezin binnen was geraakt. Dat was zo’n opluchting. Wéér zes mensen die we mee hadden.’

Niet alleen voor de militairen ter plaatse was het een emotionele opdracht, ook in Islamabad voelden de collega’s zich nauw betrokken, zegt Bilo: ‘We konden ons er nauwelijks van losmaken, we volgden elke evacuatie op de voet, we sliepen bijna niet omdat het 24 uur per dag doorging. Je kunt daar niet koud en nuchter onder blijven.’

MISLUKKINGEN

Toch beseft de kolonel dat het voor de militairen in Kaboel moeilijker ligt. ‘Want al mogen we spreken van een succes, er zijn honderden mensen achtergebleven. Die hebben we niet kunnen meenemen. Er was een jongetje van twaalf, dertien jaar dat we volgden. Het kind was zijn oom kwijtgeraakt en zat alleen. We hebben dat manneke constant begeleid, hem verteld naar welke bus hij moest, waar hij op moest letten. Zijn batterij raakte op, we waren hem kwijt. Maar hij slaagde erin om zijn telefoon op te laden en nam weer contact op. We zijn 24 uur met hem bezig geweest, maar hij is niet weg geraakt. Dat is de andere kant van het verhaal. Er waren ook mislukkingen. Niet door gebrek aan inspanningen, maar vanwege de chaos en de onvoorspelbare situatie. Hadden we meer mensen kunnen meepakken? Misschien wel. Maar we hebben het niet gedaan, en daardoor zijn we zelf niemand verloren.’

Er kwam kritiek toen ze vertrokken, zegt de kolonel. ‘Hoe we zo hard konden zijn, of we toch nog niet eventjes konden blijven om die paar families extra mee te nemen. Maar die kritiek werd de volgende dag gecompenseerd toen de bom ontplofte. Uiteindelijk hebben we de juiste beslissing genomen. Want als we zelf mensen verloren zouden hebben, dan was het heel zuur geweest.’

Partner Content