De stalen waarvan sprake werden tussen 9 en 12 augustus verzameld in een luchtfilterstation in Svanhovd, in het noorden van Noorwegen, in de onmiddellijke nabijheid van de Russische grens.

Op 10 augustus maakte het Russische nucleair agentschap Rosatom bekend dat twee dagen eerder vijf mensen het leven hadden gelaten bij een explosie op een raketlanceerbasis in de oblast Archangelsk, in het noordwesten van het land.

In een mededeling zeggen de Noorse autoriteiten donderdag dat het weliswaar niet onomstotelijk te bewijzen is dat het ontdekte radioactief jodium aan het incident in Archangelsk te linken is. De Noorse meetstations detecteren zes tot acht keer per jaar radioactief jodium 'waarvan de bron doorgaans onbekend is', luidt het.

Onmiddellijk na het incident sloot het Russische ministerie van Defensie een radioactieve besmetting uit. De burgemeester van een stad in de omgeving van de basis liet wel weten 'een kort durende stijging van de radioactiviteit' te hebben waargenomen, maar die mededeling werd snel weer ingetrokken.

Volgens het Russisch meteorologisch agentschap Rosguidromet werden na de explosie radioactieve waarden gemeten die zestien keer hoger waren dan normaal, maar de volksgezondheid is daardoor niet in gevaar gekomen, luidde het. Reeds op de dag van de explosie zouden de gemeten waarden opnieuw het normale niveau bereikt hebben.