Vandaag is het de 'Internationale Dag van de Humanitaire Hulp'. Nu een pandemie de meest kwetsbare mensen ter wereld het hardst dreigt te treffen, bestaat er geen twijfel over de noodzaak van humanitaire hulp. Ook in België dreigt COVID-19 voor de meest kwetsbare bevolking een mokerslag. Nooit waren we ons meer bewust van het belang van toegang tot proper water en een goed gezondheidssysteem.

Dagelijks zien we politici hameren op het belang van afstand houden en handen wassen om de crisis in te dempen. Tragisch genoeg fnuiken verschillende van deze zelfde politici toegang tot proper water, gezondheidszorg of voedselvoorziening elders, niettemin in Jemen, 's werelds grootste humanitaire crisis.

Een bom onder proper water

In Jemen lijkt er geen einde te komen aan de opeenstapeling van crisissen. Terwijl ongeziene vloedgolven in midden-regenseizoen voor ravage en slachtoffers zorgen, dreigt het aantal gevallen van cholera alweer te pieken en zoekt corona haar weg. Hoeveel mensen er precies getroffen zijn, is onduidelijk omdat gezondheidscentra overweldigd zijn en testen en rapportage gelimiteerd zijn. Het hoeft geen tekeningetje dat geen proper water in deze tijden enkel fataal afloopt. Het kan cholera voorkomen en de verspreiding van covid-19 reduceren.

Maar in plaats van het ergste kwaad te voorkomen, werd de afgelopen jaren net die vitale infrastructuur zoals ziekenhuizen, klinieken, watertanks en waterputten voortdurend in het vizier genomen. Medische en waterinfrastructuur werd bijna 200 keer getroffen door luchtaanvallen sinds het conflict meer dan vijf jaar geleden escaleerde. Gemiddeld werden elke tien dagen ziekenhuizen, ambulances, watertanks, vrachtwagens getroffen door luchtaanvallen. Sinds maart zijn er zelfs drie luchtaanvallen geweest op - jawel - quarantainecentra. De VN schat dat 20,5 miljoen mensen in het land hulp nodig zal hebben om schoon water te krijgen.

Ook België

Het conflict in Jemen is er eentje waar vrijwel alle partijen het humanitair recht reeds gretig schonden. Toch blijven landen zoals België het conflict voeden met wapens en munitie. Dat die in strijd met het internationale humanitaire recht konden worden gebruikt, lijkt bijzaak.

Hoewel België eerder dit jaar de oproep van VN secretaris-generaal voor een globaal staakt-het-vuren steunde, bleef het geweld er aanhouden. Ook met Belgische wapens. Vredesbewegingen klaagden dit met succes aan. Nadat de Raad van State 17 vergunningen opschortte in maart, kende de Waalse regering nieuwe vergunningen toe voor geschutskoepels en vuurwapens aan Saudi-Arabië. Een tiental dagen geleden kwam de Raad van State alweer tussen en schortte vier vergunningen op. Ook de doorvoer van wapens richting Saudi-Arabië via de haven van Antwerpen werd op het laatste moment gestopt.

Geldkraan

Terwijl België en andere landen profiteerden van wapenexport ter waarde van miljarden euro's richting Saudi-Arabië, werd tijdens een recente donorconferentie niet eens de helft van het nodige budget bijeengesprokkeld om onmiddellijke humanitaire hulp in het land te verzekeren. Bovendien schat de VN de lange termijn heropbouwkosten van water- en gezondheidsinfrastructuur op 4 miljard dollar, waarvan 79 miljoen dollar voor water en sanitaire voorzieningen.

Het zal daarbovenop tijd vergen om ziekenhuizen en waterputten te herstellen. Die kostbare tijd heeft niemand en geeft zowel cholera en COVID-19 een kans om hard toe te slaan.

In Jemen is elke dag er één van humanitaire hulp. Hoe lang nog tolereren we dat het land vervalt in een vergeten crisis? Hoe kunnen we hier blijven hameren op het belang om onze handen te wassen, afstand te houden of ons tijdig te laten testen als we weten dat elders mensen deze toegang ontnomen wordt - ook door "ons"?

Vandaag is het de 'Internationale Dag van de Humanitaire Hulp'. Nu een pandemie de meest kwetsbare mensen ter wereld het hardst dreigt te treffen, bestaat er geen twijfel over de noodzaak van humanitaire hulp. Ook in België dreigt COVID-19 voor de meest kwetsbare bevolking een mokerslag. Nooit waren we ons meer bewust van het belang van toegang tot proper water en een goed gezondheidssysteem.Dagelijks zien we politici hameren op het belang van afstand houden en handen wassen om de crisis in te dempen. Tragisch genoeg fnuiken verschillende van deze zelfde politici toegang tot proper water, gezondheidszorg of voedselvoorziening elders, niettemin in Jemen, 's werelds grootste humanitaire crisis.In Jemen lijkt er geen einde te komen aan de opeenstapeling van crisissen. Terwijl ongeziene vloedgolven in midden-regenseizoen voor ravage en slachtoffers zorgen, dreigt het aantal gevallen van cholera alweer te pieken en zoekt corona haar weg. Hoeveel mensen er precies getroffen zijn, is onduidelijk omdat gezondheidscentra overweldigd zijn en testen en rapportage gelimiteerd zijn. Het hoeft geen tekeningetje dat geen proper water in deze tijden enkel fataal afloopt. Het kan cholera voorkomen en de verspreiding van covid-19 reduceren. Maar in plaats van het ergste kwaad te voorkomen, werd de afgelopen jaren net die vitale infrastructuur zoals ziekenhuizen, klinieken, watertanks en waterputten voortdurend in het vizier genomen. Medische en waterinfrastructuur werd bijna 200 keer getroffen door luchtaanvallen sinds het conflict meer dan vijf jaar geleden escaleerde. Gemiddeld werden elke tien dagen ziekenhuizen, ambulances, watertanks, vrachtwagens getroffen door luchtaanvallen. Sinds maart zijn er zelfs drie luchtaanvallen geweest op - jawel - quarantainecentra. De VN schat dat 20,5 miljoen mensen in het land hulp nodig zal hebben om schoon water te krijgen.Het conflict in Jemen is er eentje waar vrijwel alle partijen het humanitair recht reeds gretig schonden. Toch blijven landen zoals België het conflict voeden met wapens en munitie. Dat die in strijd met het internationale humanitaire recht konden worden gebruikt, lijkt bijzaak.Hoewel België eerder dit jaar de oproep van VN secretaris-generaal voor een globaal staakt-het-vuren steunde, bleef het geweld er aanhouden. Ook met Belgische wapens. Vredesbewegingen klaagden dit met succes aan. Nadat de Raad van State 17 vergunningen opschortte in maart, kende de Waalse regering nieuwe vergunningen toe voor geschutskoepels en vuurwapens aan Saudi-Arabië. Een tiental dagen geleden kwam de Raad van State alweer tussen en schortte vier vergunningen op. Ook de doorvoer van wapens richting Saudi-Arabië via de haven van Antwerpen werd op het laatste moment gestopt. Terwijl België en andere landen profiteerden van wapenexport ter waarde van miljarden euro's richting Saudi-Arabië, werd tijdens een recente donorconferentie niet eens de helft van het nodige budget bijeengesprokkeld om onmiddellijke humanitaire hulp in het land te verzekeren. Bovendien schat de VN de lange termijn heropbouwkosten van water- en gezondheidsinfrastructuur op 4 miljard dollar, waarvan 79 miljoen dollar voor water en sanitaire voorzieningen. Het zal daarbovenop tijd vergen om ziekenhuizen en waterputten te herstellen. Die kostbare tijd heeft niemand en geeft zowel cholera en COVID-19 een kans om hard toe te slaan. In Jemen is elke dag er één van humanitaire hulp. Hoe lang nog tolereren we dat het land vervalt in een vergeten crisis? Hoe kunnen we hier blijven hameren op het belang om onze handen te wassen, afstand te houden of ons tijdig te laten testen als we weten dat elders mensen deze toegang ontnomen wordt - ook door "ons"?