Opinie

Herman Matthijs (UGent, VUB)

‘Finland en Zweden bij de NAVO: wat zijn de kansen voor beide landen om lid te kunnen worden?’

Herman Matthijs (UGent, VUB) Hoogleraar Openbare Financiën aan de UGent en de VUB en lid van de Hoge Raad Financiën

Professor Herman Matthijs (UGent & VUB) staat stil bij de kansen van een Scandinavische uitbreiding van de NAVO.

Zullen de EU-leden Finland en Zweden hun neutraliteit opgeven en toetreden tot de NAVO? Uiteraard zou dat een gevolg kunnen zijn van de heersende Oekraïne-oorlog. Vooral Finland, met een directe grens van 1.300 km met Rusland, zoekt steun. Maar wat zijn de kansen voor beide landen om lid te kunnen worden van de NAVO?

Binnenland

Finland en Zweden willen vooral vermijden dat zij in een conflict met Rusland geraken, want dan kunnen ze geen beroep doen op art. 5 van het NAVO-verdrag. Bovendien willen beide landen ook vermijden dat ze een deel zouden worden van een Oekraïne-deal, waarbij Moskou terug invloed zou willen krijgen op Finland.

Finland en Zweden bij de NAVO: wat zijn de kansen voor beide landen om lid te kunnen worden?

Volgens de laatste peilingen is ongeveer twee derde van de Finse kiezers voor een toetreding tot de NAVO. Met zijn 5 miljoen inwoners heeft het land een leger van 21.500 militairen, en een dienstplicht voor mannen. Het defensiebudget zit op 5,1 miljard euro of 1,9 procent van het BBP. Als we rekening houden met de aangekondigde bijkomende militaire investeringen, ziet het ernaar uit dat het land zeker zal voldoen aan de Wales-normen van de NAVO. (De NAVO heeft op de top in Wales in 2014 vastgelegd dat de militaire uitgaven 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van een land moeten bedragen.)

Finland wordt bestuurd door een centrum-linkse regering (sociaaldemocraten, groenen, de linkse socialisten, de centrumpartij en de eerder liberale partij der Zweedstalige). Onderling zit niet iedereen in deze coalitie op één lijn over het NAVO-lidmaatschap, maar de realiteit en de druk vanuit de publieke opinie dwingt tot politiek realisme. De grootste partij in Finland, de conservatieven, zijn erg pro de NAVO.

Zweden kent een uitermate belangrijke defensie-industrie. Volgens de laatste peilingen steunt 51 procent een NAVO-toetreding en dat is een uitermate hoog percentage. Met zijn 10 miljoen inwoners heeft Zweden een leger van 24.000 militairen en een vrijwillige dienstplicht voor de beide geslachten. Het huidige defensie-budget van 6 miljard euro wordt versneld opgetrokken naar 10 miljard in 2025 of 2 procent BBP. Zo voldoet ook Zweden aan de NAVO-normen. Opvallend is dat de Zweedse minderheidsregering van de sociaaldemocraten en de groenen de neutraliteit eventueel willen verlaten. Maar de steunende partijen in het Parlement, de centristen en de liberalen, zijn overwegend voor de NAVO. Ook de grootste oppositiepartij, de conservatieven, zijn voor.

In art. 5 van het NAVO verdrag staat de veiligheidsclausule, namelijk: een aanval op het NAVO-gebied van een lidstaat wordt beschouwd als een aanval op allen. Maar, dat art. 5 is geen automatisme. Bij een aanval moet het betrokken land zelf bepalen of het hulp vraagt op basis van art. 5. Het zou ook kunnen beslissen dat men zelf politiek de zaak wil oplossen of dat het betrokken gebied (bijv. Aruba) geen NAVO-gebied is en dat men daardoor er alleen voor staat. Bij een verzoek op basis van art. 5, komt de NAVO-raad samen en die beslist dan wat de hulp (diplomatiek, militair) kan zijn. Met andere woorden, het art. 5 is geen vanzelfsprekendheid. Alleen de Verenigde Staten hebben op dit artikel beroep gedaan bij de aanslagen van september 2011.

Dan is er het zeer belangrijk art. 6 van het verdrag, dat geografisch omschrijft welke gebieden tot de NAVO behoren. Het gaat om de gebieden van de lidstaten, die gelegen zijn in Europa, Noord-Amerika en Turkije. Ook de eilanden van de leden gelegen in de Atlantische oceaan en ten noorden van de Kreeftskeerkring, vallen onder het NAVO-verdrag. Dus kan art. 5 ingeroepen worden voor heel Denemarken, doch niet voor Nederlandse Antilliaanse eilanden. Bijvoorbeeld ook de Falklands of Frans Guyana vallen niet onder het NAVO-verdrag. De Azoren, Madeira en de Canarische eilanden dan weer wel, maar de Spaanse enclaves in Noord Marokko niet. Met andere woorden, niet heel het grondgebied van de Verenigde Staten, Canada, Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Spanje vallen onder dit artikel 6. Maar het volledige Finse en Zweedse grondgebied vallen wel onder deze definitie van artikel 6.

Art. 10 van het NAVO-verdrag bepaalt de toetredingsprocedure. Alle huidige 30 NAVO leden dienen akkoord te zijn om een Europese staat uit te nodigen om lid te worden. De kandidaat moet wel aan de beginselen van het verdrag beantwoorden : democratie, rechtstaat, rechten en vrijheden burgers enz. Ook moet die potentiële lidstaat bijdragen tot de veiligheid van het Noord-Atlantisch gebeid. Elke uitgenodigde staat dient dan een akte van toetreding in te dienen bij de depositaris van het verdrag: de Verenigde Staten van Amerika.

Belangrijk zijn dus de unanimiteit bij de huidige leden en het beginsel van de uitnodiging alsook dat het moet gaan om een Europees land. Dat laatste is geen probleem voor Finland en Zweden. Gezien het feit dat de beide Scandinavische landen al werden uitgenodigd op de laatste NAVO-toppen, kan men dat wel beschouwen als een uitnodiging. Tenzij er toch nog een NAVO-lidstaat een veto zou stellen, maar wie?

Een toetreding tot de NAVO dient te gebeuren via de grondwettelijke procedures van het kandidaat land. Artikel 11 van het NAVO-verdrag laat dit begrip open, zodoende dat het kan gaan over een parlementaire goedkeuring eventueel aangevuld met een referendum. Dit laatste is zeker iets wat zou kunnen gebeuren bij de twee Scandinavische kandidaten. Vervolgens is het aan die landen om de goedkeuring te melden aan het depositaris van het NAVO-verdrag.

Frankrijk

Finland en Zweden willen bij de NAVO komen, en in Frankrijk zijn er politieke stemmen om er deels uit te gaan. De Franse presidentskandidate Marine Le Pen pleit ervoor dat Frankrijk uit het militaire gedeelte (SHAPE) van de NAVO zou gaan. Maar Frankrijk zou dan wel lid blijven van het politieke gedeelte van de NAVO. Dat is hetzelfde als President De Gaulle aankondigde in februari 1966 en ook uitvoerde. President Sarkozy bracht Frankrijk in 2009 terug in het militair commando van de NAVO. Op zichzelf wel een belangrijk gegeven, want de Franse Vijfde Republiek heeft een belangrijke defensieindustrie en het tweede Europees leger na de Britten. Bovendien is Frankrijk een kernmacht.

Dat Le Pen nu dit idee van De Gaulle overneemt, heeft te maken met de campagne inzake de 2de tour voor het Élysée. Maar De Gaulle kon er in 1966 ook moeilijk volledig uit en dit omdat art. 13 van het NAVO-verdrag stelt: dat men minstens 20 jaar lid (Frankrijk is een oorspronkelijk lid sinds 1949) moet blijven met een opzeg van één jaar. Daarom die beslissing: uit het militair gedeelte en blijven in het politiek deel van de NAVO.

Van President Macron en zijn idee over de NAVO hoort men niets. In november 2019 verklaarde Macron de NAVO als hersendood. Gezien de Oekraïne-oorlog zegt hij dat niet meer. Hij zegt niets meer over de NAVO, doch pleit halvelings voor een EU-leger. Alleen is het niet duidelijk wat dat inhoudt? Maar het Franse staatshoofd zegt wel duidelijk dat de kernmacht (force de Frappe) en de permanente zetel in de veiligheidsraad Frans moeten blijven. Een politiek vraagstuk is of een land beroep kan doen op art. 5 van het verdrag als men geen deel uitmaakt van de SHAPE?

Conclusie

Finland en Zweden kunnen de NAVO groep uitbreiden tot 32 leden. Daardoor krijgt Scandinavië een groter gewicht in de NAVO-politiek. Maar eerst zal men moeten afwachten of de desbetreffende Parlementen dit steunen e of er referendums over deze vraag gaan komen. Voor beide landen zou het een historische gebeurtenis zijn om de neutraliteit op te geven en de militaire soevereiniteit in belangrijke mate over te dragen aan de NAVO.

Partner Content