Komt het dan toch goed met Afrika? In gesprekken met vooraanstaande Afrikaanse denkers gaat Knack de komende weken op zoek naar Afrikaanse landen en overheden die de weg wijzen.
...

Ik wilde nooit zomaar terugkomen naar Rwanda. Ik wilde alleen terugkeren als ik de kans zou krijgen om het land te veranderen. En dat is gelukt. Vóór 2000 was het ondenkbaar dat Rwanda er vandaag zo uit zou zien. Er is economische ontwikkeling, de economie opent zich, er is goede gezondheidszorg, nieuwe wegeninfrastructuur, elektriciteit, internetvoorzieningen. Ja, Rwanda is nog altijd arm, maar in vergelijking met andere Afrikaanse landen gaat het een stuk sneller vooruit.' Jean-Paul Kimonyo is een bevoorrechte getuige van de stormachtige evolutie die zijn land de voorbije twee decennia doormaakte. Als regeringswoordvoerder en later ook topadviseur van president Paul Kagame overzag hij de veranderingen vanaf de eerste rij. 26 jaar na de gruwelijke genocide, waarbij bijna een miljoen mensen vermoord werden, geldt Rwanda vandaag als een voorbeeld van goed bestuur in de regio. Kleinschalige corruptie is er ongeveer uitgeroeid, de economie groeit en ondernemerschap wordt er aangemoedigd. Maar tegelijk roept het politieke systeem vragen op. Met zijn combinatie van een sterk gecentraliseerde overheid en een beperking van de politieke vrijheden kijkt Rwanda eerder naar Singapore dan naar het traditionele liberaal-democratische ontwikkelingsmodel. Ook het leven van Kimonyo is onlosmakelijk verweven met de Rwandese geschiedenis. Zijn familie ontvluchtte het land tijdens de revolutie van 1959, waarbij in totaal 150.000 Tutsi's emigreerden. Hij groeide op in Burundi, verhuisde vervolgens naar Senegal en leefde en studeerde daarna in Canada. Het gros van die jaren was hij staatloos, zonder enig perspectief om ooit naar zijn vaderland terug te keren. In zijn studentenjaren werd Kimonyo een vooraanstaande militant voor het Rwandees Patriottisch Front. Enkele maanden geleden nam hij ontslag als presidentieel adviseur om zich voltijds aan academisch onderzoek te wijden. Kimonyo is een vurig pleitbezorger van economische transformatie, het idee dat Rwanda zijn huidige economische structuur helemaal moet omgooien. Maar zijn engagement haalt hij naar eigen zeggen uit het doctoraat dat hij over de genocide schreef. Wat heeft uw studie van de Rwandese genocide u geleerd? Jean-Paul Kimonyo: Ze heeft me laten inzien wat extreme armoede met een mens kan doen. In 1989 was Rwanda het armste land ter wereld. De gemiddelde levensverwachting was 32 jaar, de laagste levensverwachting die ooit ergens ter wereld geregistreerd werd. Het was een totaal gefaalde staat. In die omstandigheden begrijp je dat mensen bereid waren om zo tekeer te gaan, en soms zelfs hun eigen familieleden uit te moorden. Hoe heeft de genocide het Rwandese ontwikkelingsmodel beïnvloed? Kimonyo: Na de genocide was het duidelijk dat we een nieuw staatsmodel nodig hadden. Negen maanden lang hebben we met alle politieke partijen en de civil society overlegd: hoe voorkomen we dat dit opnieuw gebeurt? De basisprincipes van het huidige Rwanda zijn daar ontstaan. Ten eerste: elke publieke actie moet bijdragen aan de nationale eenheid. Ten tweede: het beleid moet gericht zijn op de mensen, niet op de structuren. De staat moet een directe band opbouwen met de bevolking, zonder dat daar allerlei ngo's of andere partijen tussen komen. En we kwamen tot de conclusie dat Rwanda niet klaar was voor confrontationele democratie. Rwanda krijgt in Europa veel kritiek vanwege zijn gebrek aan democratische vrijheden. Kimonyo:(zucht) Het cliché dat ik het vaakst over Rwanda moet corrigeren, is de gewoonte om Rwanda te labelen als een autoritaire staat. Uiteraard is Rwanda geen liberale democratie, en dat is een zeer bewuste keuze. Na de genocide was het duidelijk dat we niet klaar waren voor confrontationele politiek. Wij hebben gekozen voor een systeem waarbij we werken naar consensus. En dat kan niet in een liberaal-democratisch systeem? Kimonyo: Rwanda vervult inderdaad niet alle criteria van democratie, maar onze manier van werken geniet sterke steun bij de bevolking. Wat maakt het uit hoe je politieke systeem georganiseerd is, zolang de bevolking je steunt? Niemand kan ontkennen dat Paul Kagame bijzonder populair is. Bij de laatste presidentsverkiezingen in 2017 behaalde Kagame 98,8 procent van de stemmen. Dat is toch volstrekt ongeloofwaardig? Kimonyo: Zoals ik al zei, hebben we een niet-confrontationele vorm van democratie, waarbij competitie in de politiek niet belangrijk is. Dat is een doordachte keuze. Het belangrijkste is de legitimiteit die een regering bij de bevolking geniet, en die is duidelijk aanwezig. Meer nog: we slagen erin om gevluchte Rwandezen en masse naar Rwanda te laten terugkeren. Zij weten perfect dat ze momenteel geen enorme hoeveelheden geld zullen verdienen. Ze komen terug omdat ze vrede, stabiliteit en veiligheid willen, en weten dat er een overheid is die voor hen zorgt. Denkt u echt dat al die Rwandezen zouden terugkeren als Rwanda een dictatuur zou zijn? Vindt u economische ontwikkeling belangrijker dan democratische verworvenheden? Kimonyo: Het is geen afweging tussen democratie en ontwikkeling. Het gaat hem ook over identificatie met de staat, en over natievorming. Als we voor confrontationele democratie zouden kiezen, zou het onmogelijk zijn om aan natievorming te doen, omdat dat alles zou politiseren. Waar is de Rwandese bevolking het meest bij gebaat? Bij een land dat alle democratische vakjes afvinkt en uit elkaar valt? Of bij een land dat functioneert en vooruitgaat? Waarom zou Rwanda als liberale democratie niet kunnen functioneren? Kimonyo: Maak eens de vergelijking met Burundi. Burundi en Rwanda hebben een soortgelijke bevolking, zijn ongeveer even groot, hebben dezelfde soort conflicten gehad, en hebben dezelfde uitdagingen qua ontwikkeling. Rwanda heeft voor ontwikkeling en natievorming gekozen, Burundi is voor liberale democratie, vrijheid van vereniging en vrijheid van meningsuiting gegaan, en heeft zijn politieke systeem georganiseerd aan de hand van etnische quota. Wat is het gevolg? In Burundi wordt de taart keurig verdeeld onder de verschillende bevolkingsgroepen, maar er is niemand die probeert om de taart te vergroten. Het probleem is natuurlijk dat die taart te klein is en te klein blijft. Hoe kan een samenleving stabiel zijn als ze in bittere armoede blijft leven? Als je er niet in slaagt om een functionele overheid te organiseren die voor economische groei zorgt, kun je alle quota en vrijheden organiseren die je wilt, maar je samenleving zal nooit stabiel zijn. Is het probleem niet dat de Rwandese bevolking in zo'n 'niet-confrontationeel' systeem nauwelijks kan bijsturen? Zonder politieke vrijheden moeten Rwandezen in essentie bidden dat de leiding het altijd bij het rechte eind heeft. Kimonyo: Onze bevolking is allesbehalve passief. Als zo veel Rwandezen terugkeren, is dat een bewuste keuze. Het is onmogelijk om 26 jaar lang aan de macht te blijven als je bevolking je niet wil. En zelfs als dat al zou kunnen, zou Rwanda nooit de resultaten boeken die het nu kan voorleggen. De bevolking gaat mee in de manier waarop de regering werkt. Burgers zijn mondig en geven hun mening te kennen in het dagelijkse leven, niet tijdens verkiezingen. Ik geloof niet dat verkiezingsdagen het moment zijn waarrond een democratie hoort te draaien. Ziet u die 'niet-confrontationele' democratie als een tijdelijke fase? Kimonyo: Vraag eens aan een Singaporees waar hij het liefste zou wonen: in Singapore of in Benin. Nochtans hadden Singapore en Benin in de jaren zestig ongeveer hetzelfde ontwikkelingsniveau. Benin was in de jaren negentig hét voorbeeld van democratie in Afrika. En toch zult u geen enkele Singaporees vinden die zegt dat Singapore indertijd beter die weg was opgegaan. Zelfs in het Westen is de liberale democratie al lang niet meer het alfa en omega van het collectieve leven. Mensen willen een goed leven voor hen en voor hun kinderen. Dat gaat niet alleen over een volle maag, maar ook over zelfrespect, over deel uitmaken van een natie. Rwandezen zijn opnieuw trots om Rwandees te zijn. Ze zijn blij dat ze gerespecteerd worden op het Afrikaanse continent. Waarom is Rwanda er wel in geslaagd om technocratisch goed bestuur te voeren? Kimonyo: Omdat Rwanda in een toestand verkeerde die leiders ertoe dwong om drastische stappen te nemen. Sinds de genocide is het duidelijk dat Rwanda een transformatie moest ondergaan om verder te kunnen. In veel Afrikaanse landen is die drang naar transformatie er niet. Waarom niet? Kimonyo: Omdat het comfortabeler is om niet voor transformatie te kiezen. Het is moeilijk en zwaar werk, en het is niet zeker dat het lukt. Het is ook niet duidelijk of de bevolking het wil. De pogingen tot transformatie in de jaren zeventig en tachtig zijn mislukt, en sindsdien geloven veel jongeren niet meer dat het mogelijk is. Ook de internationale instellingen werken transformatie tegen. Op welke manier? Kimonyo: Instellingen zoals de Wereldbank of het Internationaal Monetair Fonds willen eigenlijk alleen dat Afrikaanse economieën liberaliseren en hun markt helemaal opengooien voor de rest van de wereld. In veel landen zorgt dat inderdaad voor economische groei. Maar economische groei is geen synoniem voor transformatie. In de jaren tachtig was de Wereldbank tegen investeringen in het publieke onderwijs. Dat heeft ervoor gezorgd dat het publiekeonderwijssysteem in veel Afrikaanse landen is ingestort. Maar hoe kun je een economie transformeren als je niet investeert in je onderwijs? Volstaat economische groei dan niet om Afrikaanse landen verder te ontwikkelen? Kimonyo: Dat werkt alleen op korte termijn. Het probleem met de richtlijnen van internationale instellingen, en de groei die ze genereren, is dat ze Afrikaanse elites aanmoedigen om niet te veranderen. Ze geven hun de mogelijkheid om vakjes af te vinken - economische groei, liberalisering -, maar het moedigt hen ook aan om vooral geen fundamentele koerswijzigingen te ondernemen. Bovendien heeft de economische groei nu maar een beperkte impact op een kleine middenklasse. En er is natuurlijk het migratiehoofdstuk. Via sociale media snappen jonge Afrikanen maar al te goed hoe jongeren in de rest van de wereld leven. Ze begrijpen maar al te goed dat ze elders meer kansen krijgen. Ik vrees dat de gevolgen van covid-19 die problemen alleen maar groter zullen maken. Hoe moet Europa met het migratievraagstuk omgaan? Kimonyo: Het is toch duidelijk dat de migratiedruk alleen kan afnemen als Afrikaanse landen kansen bieden aan hun bevolking? Jammer genoeg lijkt niemand in Europa daar nog in te geloven. Integendeel, Europa kiest ervoor om zijn relatie met Afrika te militariseren. Frankrijk heeft troepen naar landen als Mali en Niger gestuurd, in de hoop de situatie te stabiliseren. Veel westerse landen hebben de voorbije jaren militaire basissen geopend op het Afrikaanse continent. Terwijl het toch duidelijk is dat je die landen alleen kunt stabiliseren als ze een economische transformatie ondergaan? Begrijpt Europa voldoende wat Afrika vandaag nodig heeft? Kimonyo: Europa is een specialist in het ontwikkelen en promoten van normen. De fout die Europa maakt, is dat het de ontwikkeling van een land enkel evalueert aan de hand van die normen. Als Europa stabiliteit en ontwikkeling wil zien, kan het toch echt niet beweren dat Rwanda een slecht voorbeeld is? De civil society en de pers in Europa hebben nog altijd het idee dat de liberale democratie je van het is. Gelukkig zien overheden ondertussen in dat de dingen veranderd zijn. Wat vindt u van het idee van een marshallplan voor Afrika, zoals de Duitse bondskanselier Angela Merkel dat al voorstelde? Kimonyo: Als Europa grote hoeveelheden geld wil pompen in Afrikaanse economieën: prima. Maar ik zie niet in hoe dat voor transformatie zal zorgen. Zo'n hulpfonds dient vaak om de belangen van Europese bedrijven in Afrika te vrijwaren. Terwijl het natuurlijk alleen kan werken als het van de Afrikanen zelf komt. Moet het Westen niet gewoon stoppen met ontwikkelingshulp? Veel Afrikaanse economen wijzen erop dat het allemaal geen zoden aan de dijk brengt. Kimonyo: Ach, het is een oude discussie. De rol van ontwikkelingshulp is enorm afgenomen, omdat de meeste Afrikaanse economieën de voorbije jaren enorm gegroeid zijn. Er zijn uiteraard negatieve gevolgen: het is duidelijk dat ontwikkelingshulp ervoor zorgt dat bepaalde Afrikaanse landen onvoldoende investeren in hun eigen sociale beleid. Een land als Kenia zou gemakkelijk zonder ontwikkelingshulp kunnen, als het zijn systeem om belastingen te innen een beetje serieuzer zou nemen. Ontwikkelingshulp is in een land als Kenia alleen belangrijk als business, niet als een motor van economische ontwikkeling. In Rwanda is de begroting nog altijd bijzonder afhankelijk van ontwikkelingshulp. Kimonyo: Niet echt. Het klopt dat het bedrag aan ontwikkelingshulp per capita nog altijd hoog ligt. Maar als je kijkt naar het aandeel van ontwikkelingshulp binnen de begroting, dan ligt het vandaag op ongeveer 17 procent. Vijftien jaar geleden was het nog meer dan 40 procent. Kagame beloofde in 2016 dat hij een einde zou maken aan ontwikkelingshulp voor Rwanda. Daar is hij niet in geslaagd. Kimonyo: Dat was een doelstelling, geen belofte. De essentie is dat we onze afhankelijkheid van ontwikkelingshulp wel degelijk hebben afgebouwd. Het belangrijkste is de mindset, waarbij we klaar en duidelijk zeggen dat we ervan af willen. Ik nodig alle andere Afrikaanse landen uit om hetzelfde te zeggen, en de daad bij het woord te voeren. Landen als Tanzania, Uganda en Kenia zouden perfect zonder ontwikkelingshulp kunnen. Maar de meeste landen geven er kennelijk de voorkeur aan om in hun comfortzone te blijven. Ook in Rwanda betalen amper enkele honderdduizenden burgers belastingen. Kimonyo: Het is nog steeds een enorme uitdaging, maar het is duidelijk dat we ook hier vooruitgang hebben geboekt. Vergeet niet dat we tot twintig jaar geleden het armste land ter wereld waren. Zelfs nu we ons bruto binnenlands product verviervoudigd hebben, zijn we nog altijd geen middeninkomensland. Het aantal belastingbetalers neemt toe, maar misschien niet snel genoeg. Is het niet zo dat een groot deel van de bevolking nauwelijks iets merkt van die economische groei? Meer dan 60 procent van de bevolking werkt nog altijd in de agrarische sector. Kimonyo: In 2000 was het aantal nog meer dan 90 procent, dus dat is een duidelijke verbetering. De Rwandese bevolking ziet dat het land vooruitgaat. Het klopt dat Rwandezen in monetaire termen armer lijken dan veel andere Afrikaanse landen. Maar in termen van sociale voorzieningen zijn ze veel beter af. Ze hebben beter onderwijs, betere infrastructuur, een basale maar wel goed functionerende gezondheidszorg. Ze zien dat de staat zorg draagt voor zijn inwoners. Waarom lukt dat niet in andere Afrikaanse landen? Kimonyo: Omdat veel elites zich niet verbonden voelen met hun land. Ze zien zichzelf in etnische of regionale termen, zelfs als de meeste Afrikaanse landen tegenwoordig door een coalitie van etnieën geleid worden. Vaak vormen ze een aparte sociale klasse. Hoe kun je een samenleving transformeren als je jezelf in de eerste plaats in etnische termen definieert? Rwanda is een van de weinige Afrikaanse landen die echt inzetten op natievorming. Een van de belangrijkste instrumenten daarvoor is inclusie, en meritocratie. De overheid geeft bijvoorbeeld beurzen om aan buitenlandse universiteiten te gaan studeren. Er zijn vandaag drie kinderen van FDLR-commandanten (Democratische Strijdkrachten voor de Bevrijding van Rwanda, de rebellenbeweging die sinds 2000 strijd levert met Rwanda, nvdr) die met zo'n beurs in het buitenland studeren. De enige voorwaarde is dat ze goede punten hebben. Hoe kijkt u naar de groeiende rol van China in Afrika? Kimonyo: Objectief gezien kun je moeilijk ontkennen dat China een positieve invloed heeft. De Chinezen zorgen voor middelen die anders niet beschikbaar zouden zijn. Het geeft Afrikaanse leiders extra opties in hun beleidskeuzes. Het helpt ook om Europese regeringen te temperen in hun ambities om normen op te leggen die in Afrika niet werken. Dankzij China proberen Europese landen Afrikaanse regeringen beter tegemoet te komen, zonder hun eigen ideologische vooroordelen op te leggen. Het is altijd beter om twee verschillende meesters te hebben dan één enkele. Finaal is het natuurlijk het beste om géén meester te hebben. Kimonyo: Daarin geef ik u helemaal gelijk. Er zijn natuurlijk nog altijd Afrikaanse landen die zodanig fragiel zijn dat ze weinig keuze hebben, maar de meeste landen zijn echt wel in staat om Afrika en Europa tegen elkaar af te wegen. Er is geen reden waarom Afrikaanse landen niet in staat zouden zijn om hun belangen te verdedigen.