Komt het dan toch goed met Afrika? In gesprekken met vooraanstaande Afrikaanse denkers gaat Knack de komende weken op zoek naar Afrikaanse landen en overheden die de weg wijzen.
...

Nee, Chibuike Uche vindt zijn geboorteland geen voorbeeld van goed bestuur. Als professor Financieel Bestuur en Integriteit in Afrika aan de Universiteit van Leiden neemt hij geen blad voor de mond. Uche groeide op in de jaren zeventig, tijdens de naweeën van de Nigeriaanse burgeroorlog. 'Het is erg om te zeggen, maar Nigeria stond er in mijn jeugdjaren eigenlijk beter voor. Je kon veilig in je eentje naar school wandelen, de onderwijsstandaarden lagen veel hoger. Ja, er waren problemen en er was corruptie, maar die zijn op geen enkele manier te vergelijken met hoe het er nu aan toe gaat. Het is enorm frustrerend om te zien wat er van mijn geboorteland geworden is.' Nigeria is een land vol mogelijkheden. Het is de grootste olie-exporteur van Afrika. De bevolking is jong en ondernemend. Het voornaamste probleem, meent Uche, is de Nigeriaanse staatsstructuur. Uche's analyse loopt verrassend parallel met het discours van heel wat hedendaagse Vlaams-nationalisten: het heeft geen zin om regio's die totaal verschillend zijn samen te brengen onder een centraal bestuur. 'Eigenlijk is Nigeria een samenvoeging van drie regio's: een oostelijke, een zuidelijke en een noordelijke,' vertelt Uche. 'De cultuur en religie in het noorden was totaal anders dan die in het westen en het zuiden van Nigeria. Het noorden was islamitisch en richtte zich vooral op Noord-Afrika, terwijl de zuidelijke streken grotendeels christelijk waren, en over het algemeen liberaler en meer op handel gericht. Vóór de burgeroorlog van 1967 hadden die regio's een grote autonomie. Daardoor konden ze hun eigen beleid ontwikkelen en in eigen tempo groeien. Maar sinds de jaren zeventig wordt alle macht gecentraliseerd. Dat heeft de ontwikkeling van Nigeria fundamenteel ondermijnd.' Op welke manier? Chibuike Uche: In de jaren vijftig en zestig was de oostelijke regio een zeer welvarende landbouwstreek, die zich sterk ontwikkelde. Het westen was dan weer een van de grootste cacaoproducenten ter wereld. Maar toen werd er olie gevonden in het oosten, en dat heeft alles veranderd. Sindsdien probeert elke bevolkingsgroep controle te krijgen over de centrale overheid, om zo de olieproductie te controleren. Door die eenzijdige focus op olie zijn alle beloftevolle regionale dynamieken stilgevallen. Is het probleem van veel Afrikaanse landen net niet dat de centrale overheid te zwak is? Uche: Integendeel, het zijn net regionale impulsen die voor welvaart zorgen. Want wat gebeurt er nu? Zodra een bepaalde groep aan de macht komt, wordt die aangemoedigd om middelen door te sluizen naar de eigen achterban en de andere regio's te dwarsbomen. Dat zorgt ervoor dat álles gepolitiseerd wordt. Het is vandaag bijvoorbeeld onmogelijk om na te gaan hoeveel inwoners Nigeria telt, omdat elke regio er baat bij heeft om de getallen op te blazen. Met een grotere bevolking krijg je immers meer geld van de centrale overheid, wordt je stemgewicht groter en heb je dus meer kans om een president te kiezen uit jouw groep. Hoe kun je een land ontwikkelen als je niet eens je eigen bevolkingsaantal kent? Waarom zou regionalisering die dynamiek oplossen? Uche: Kijk naar de geschiedenis. De burgeroorlog is niet veroorzaakt door regionale spanningen. Hij is begonnen doordat bepaalde akkoorden over de devolutie van macht naar de regio's niet werden uitgevoerd. Als je regionaliseert, hebben leiders een incentive om een beleid uit te stippelen dat gebaseerd is op groei. Dan kunnen de regio's hun eigen prioriteiten stellen, zonder dat de centrale overheid er baat bij heeft om tegen te werken. Nu is de hele machinerie van het land gericht op het olierijke zuiden, en ligt de ontwikkeling van de regio's zo goed als stil. Nigeria kan enkel een toekomst hebben als het regionaliseert. Nigeria is de grootste olie-exporteur van Afrika. Waarom doet het daar zo weinig mee? Uche: De olie-industrie is de corruptste sector van het land. Zowat alle contracten gaan naar bedrijven van politici. Er worden zusterbedrijven opgericht die duizenden mensen te werk stellen die niets doen. Hoe kun je anders verklaren dat de olie-industrie volledig in handen is van het noorden, terwijl het noorden geen olie heeft en veruit de meest achtergestelde regio is op het gebied van onderwijs? De strijd om olie is het enige wat het land nog bindt. Is de olierijkdom een vloek voor Nigeria? Uche: Olie is niet zo belangrijk op de wereldmarkt. Je krijgt vandaag ongeveer 40 dollar per vat ruwe olie: dat is niet veel. Bovendien exporteert Nigeria enkel ruwe olie. Dat heeft tot gevolg dat we in bepaalde jaren voor 15 miljard aan ruwe olie exporteren, en vervolgens voor 15 miljard aan benzineproducten invoeren. De olie-industrie wordt niet uitgebouwd, omdat het gemakkelijker is controle te houden als je enkel grondstoffen exporteert. Maar een succesvolle economie draait op producten met een toegevoegde waarde, niet op de uitvoer van grondstoffen. Ik denk dat de ontwikkeling van Nigeria enkel kan komen vanuit de privésector. Ziet u ook positieve signalen? Uche: Nigeria heeft een van de rijkste mannen ter wereld: Aliko Dangote. Hij is zodanig rijk dat hij bij wijze van spreken niet weet wat hij met al dat geld aan moet. De voorbije jaren heeft hij 12 miljard geïnvesteerd in de olie-industrie. Hij probeert een raffinaderij te bouwen, zodat Nigeria ooit afgewerkte olieproducten zal kunnen exporteren. Alleen lijkt dat project voorlopig nog niet voor enorm veel lokale jobs te zorgen. Dangote heeft meer dan 30.000 gastarbeiders laten overkomen om die projecten te bouwen, vooral Indiërs. Hoe komt dat? Zijn er niet enorm veel Nigeriaanse werklozen? Uche: Het probleem is niet dat Nigerianen te duur zijn, of niet in staat om te werken. Er is een probleem van discipline: Indiërs worden verondersteld om betrouwbaarder te zijn. Bovendien weet je in Nigeria nooit goed wie je aanneemt. Heeft de ingenieur die je een contract geeft echt studies gedaan, of heeft hij zijn diploma gekocht? Daardoor huren veel internationale bedrijven in Nigeria Indiase managers in omdat ze professioneler en effectiever werken, en minder aan nepotisme doen. Dat is het gevolg van ons totaal vervuilde onderwijssysteem. Toch ziet u Dangote als een voorbeeld van Afrikaans ondernemerschap? Uche: Kijk, het is een onbetwistbaar feit dat Dangote heel wat overheidsconnecties heeft die niet zuiver op de graat zijn. Maar de manier waarop hij zijn imperium heeft uitgebouwd, is een model waaraan heel Afrika zich kan spiegelen. Dangote is rijk geworden in de cementbusiness. U moet weten dat Nigeria in de jaren tachtig nog cement importeerde, omdat de staatsbedrijven niet aan de vraag konden voldoen. Dangote heeft ingezien dat het altijd goedkoper is om zelf cement te produceren. Binnen de kortste keren had hij meer dan twee derde van de Nigeriaanse cementmarkt in handen. Hij is ondertussen al marktleider in negen andere Afrikaanse landen. Die bedrijven zorgen overal voor lokale werkgelegenheid. Dit is hoe vooruitgang er moet uitzien. In welke mate speelt de koloniale geschiedenis nog een rol in Nigeria? Uche: (blaast) Ach, we spreken al zestig jaar over de impact van de kolonisering. Ik vind die hele discussie pure nonsens. We zijn al zestig jaar onafhankelijk, en we proberen de kolonisering nog steeds de schuld te geven van onze problemen. Werkt kolonialisme dan niet door in de huidige Nigeriaanse maatschappij? Uche: Waarom hebben landen internationale betrekkingen? Om hun belangen te verdedigen. België en Nederland onderhouden relaties omdat ze hun belangen willen verdedigen. Kolonialisme is eigenlijk niet anders: het is een manier van de koloniserende landen om voordeel te halen voor hun eigen economische ontwikkeling. Het hele punt van onafhankelijkheid is dat je als land gaat nadenken over je eigen belangen. Maar dat lukt ons nog steeds niet. Ook in België woedt de discussie over het al dan niet aanbieden van formele verontschuldigingen voor de kolonisering. Uche: Ach, verontschuldigingen. Dat is een debat dat werkelijk overal ter wereld speelt, maar niet in Afrika. Terwijl standbeelden in Amerika en Europa worden omvergetrokken, staan alle standbeelden van Afrikaanse slavenhandelaars in Afrika nog steeds overeind, en geen Afrikaan die erom maalt. Vindt u dat Afrikaanse landen recht hebben op reparatiebetalingen? Uche: Het is duidelijk dat slavernij een groot onrecht was. Maar hoe kun je zo'n onrecht ooit in geld becijferen? Het heeft sowieso geen enkele zin om een zak geld naar Afrika te sturen. We zouden enkel ruzie maken over de verdeling, en finaal zullen we het geld toch maar verkwanselen. Daarom zou ik de Afrikaanse landen aanraden om niet over geld te praten, maar over handelsvoorwaarden. Laat ik een voorbeeld geven: Afrikaanse landen die cacao- of koffiebonen naar Europa exporteren, betalen daarvoor geen invoertaksen. Maar als ze chocolade of koffie willen uitvoeren, moeten ze plots enorm hoge taksen betalen. Op die manier dwing je Afrikaanse landen ertoe om onafgewerkte producten te exporteren. Hoe kun je ooit verwachten dat Afrikaanse landen zich industrieel ontwikkelen, als ze niet eens de kans krijgen om hun natuurlijke voordelen uit te spelen? Dat impliceert dat het Europese landbouwsubsidiebeleid ook op de schop moet. Uche: Men moet mij toch eens uitleggen waarom de Europese Unie vrijhandel, vrije concurrentie en vrij verkeer van goederen als de oplossing voor alles ziet, maar niet voor de landbouw. De enige sector waarin Afrika een natuurlijk voordeel heeft - goed weer, veel beschikbaar land - wordt in Europa op grote schaal gesubsidieerd. Hoe kan Europa dan beweren dat het voor vrijhandel is? Maar nogmaals: dit is hoe internationale relaties werken. Europa verdedigt zijn eigen belangen. Waarom zouden Afrikaanse landen dat niet kunnen? Kom samen, onderhandel, zet Europa onder druk. Ziet u daarin een rol weggelegd voor de Afrikaanse Unie? Uche: De Afrikaanse Unie is de perfecte samenvatting van de schaamteloosheid waarmee Afrikaanse leiders besturen. Twee derde van de middelen van de Afrikaanse Unie komt van buiten Afrika. Het hoofdkwartier van de Afrikaanse Unie in Addis Abeba is volledig gefinancierd en gebouwd door de Chinezen. Hoe dúrf je dan te beweren dat je de Afrikaanse belangen vertegenwoordigt? Stel dat België een nieuw regeringsgebouw zou willen bouwen. Zou u het dan aanvaarden dat uw premier naar het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken belt om geld te vragen? U zou dat totaal belachelijk vinden. En terecht. In 2018 bleek dat hoofdkwartier vol Chinese afluisterapparatuur te hangen. Uche: Ik kan het de Chinezen niet eens verwijten. China heeft het gebouw gefinancierd, gebouwd en gedurende enkele jaren onderhouden. Het zou verbazen als ze de Afrikaanse Unie níét zouden afluisteren. Zorgt dat niet voor een vertrouwensbreuk? Uche: Ach, zo gaan internationale relaties. Landen doen aan spionage en contraspionage. Dat weet iedereen. En in die context laat de Afrikaanse Unie haar hoofdkwartier, waar het al haar vertrouwelijke gesprekken voert en alle gevoelige informatie verzamelt, dus bouwen door China. Een organisatie die dat toelaat, kan de Afrikaanse belangen niet behartigen. Hoe kijkt u naar de rol van China in Nigeria? Uche: Ik sprak ooit met een kennis bij de Centrale Bank van Nigeria, die enkele jaren geleden naar China was gevlogen om over een lening te onderhandelen. De Chinese official met wie hij sprak, vroeg hem op de man af hoe Nigeria die lening ooit dacht terug te betalen. China heeft een enorm handelsoverschot met Nigeria, en het koopt er geen olie. China weet dus perfect dat het dat geld nooit zal terugkrijgen. En toch heeft Nigeria alleen al dit jaar 17 miljard dollar geleend van China. Dat vergroot de Nigeriaanse afhankelijkheid van China. Het is duidelijk dat China het ziet als een strategische investering, om invloed te verwerven, en om gemakkelijker aan land te raken voor zijn bedrijven. Is dat geld niet enorm welkom? Uche: Eerst en vooral is het niet zo dat Nigeria dat geld krijgt. Het komt in de vorm van infrastructuurprojecten, die China financiert, uitvoert en uitbaat. Ze bouwen wegen, spoorwegen of bruggen, maar die zijn niet altijd gebaseerd op economische belangen. Het idee achter infrastructuurprojecten is dat ze economisch rendabel zijn, en na verloop van tijd dus geld opbrengen. Maar in Nigeria zijn die beslissingen gepolitiseerd. We bouwen spoorlijnen die nergens toe leiden, en luchthavens die Nigerianen niet kunnen gebruiken. Het is waanzin. Welke toekomst ziet u voor ontwikkelingshulp? Uche: Ontwikkelingshulp heeft geen enkele rol gespeeld in de economische ontwikkeling van Afrika. Ik heb het uiteraard niet over noodhulp tijdens conflicten of rampen: daar is niets mis mee. Maar als het gaat over economische ontwikkeling, is het totaal nutteloos. Afrika is niet welvarender geworden door ontwikkelingshulp. Ga maar eens kijken naar landen die draaien op ontwikkelingshulp zoals Sierra Leone of Liberia. Hulporganisaties leven er in compounds en rijden er rond in geblindeerde terreinwagens. Ze spelen geen rol van betekenis. Het is niet de weg die Afrika op moet. Volgens schattingen van de Verenigde Naties staat Nigeria voor een bevolkingsexplosie. Hoe kijkt u naar die uitdaging? Uche: Het probleem is dat die bevolkingsaantallen fundamenteel onbetrouwbaar zijn. Het is duidelijk dat de officiële bevolkingscijfers een overschatting zijn. Alle meetbare indicatoren, zoals ziekenhuisbezoek of schoolinschrijvingen, suggereren dat het bevolkingsaantal in werkelijkheid lager ligt. Dat is vooral in het noorden het geval. Kort na zijn verkiezing suggereerde de Franse president Emmanuel Macron dat Afrika geen geld nodig heeft, maar geboortebeperking. Had hij gelijk? Uche: De oplossing daarvoor is een goed draaiende economie. Dan verlaagt het geboortecijfer vanzelf. Als mensen de kans hebben om een carrière uit te bouwen, zullen ze op zoek gaan naar manieren om hun gezinsgrootte te plannen. Hoe gaat Nigeria om met de covid-19-pandemie? Uche: Mijn voornaamste kritiek is dat we alleen oog hebben voor wat het Westen doet, en we alles maar kopiëren. Het Westen doet zijn scholen dicht? Dan doen wij hetzelfde. Het grote verschil is natuurlijk dat kinderen in westerse landen online les kunnen krijgen, wat in Nigeria totaal onmogelijk is. Dat zorgt ervoor dat mensen thuis zitten, geen onderwijs krijgen, afhankelijk worden van uitkeringen en de criminaliteitscijfers omhoog gaan. Volgens de officiële cijfers doet Nigeria het wel behoorlijk goed. Uche: Hoe betrouwbaar zijn statistieken van een overheid die niet eens weet hoeveel ziekenhuizen er zijn? Hoe kun je aan contactonderzoek doen als je niet eens weet hoeveel inwoners je land telt? Ik erger me er vooral aan dat we er eens te meer niet in slagen om voor onszelf te denken. Officieel zijn er iets meer dan 900 Nigerianen gestorven aan het virus. Zelfs als het werkelijke cijfer tien keer zo hoog ligt, is dat slechts een fractie van de bijna 100.000 Nigeriaanse malariadoden per jaar. Maar daarvoor leggen we het land niet plat. Meer nog: daaraan doen we eigenlijk niets!Nigeria is tot dusver nog steeds democratisch. Verwacht u dat dat zo blijft? Uche: Nigeria is enkel in theorie democratisch. Verkiezingen worden er vervalst, omdat zittende leiders er alles aan doen om niet weggestemd te worden. In mijn geboortestaat was onlangs een nieuwe gouverneur verkozen. Maar enkele maanden na de verkiezing kondigde het Hooggerechtshof doodleuk aan dat zijn tegenstander had gewonnen, hoewel datzelfde Hooggerechtshof vooraf nog had geoordeeld dat die tegenstander geen kandidaat was tijdens de verkiezing. Dat is het soort schaamteloze, openlijke machtsmisbruik dat mensen doet afkeren van wat 'democratie' heet. Tegelijk zien Nigerianen hoe duur democratie is. Nigeriaanse parlementsleden zijn de best betaalde parlementsleden ter wereld, in een land met zo veel bittere armoede. En dan zie je dat die parlementsleden hun persoonlijke belangen nog eens laten primeren boven die van de staat. Hoe kun je de bevolking dan overtuigen van de intrinsieke waarde van democratie? En toch bent u naar eigen zeggen een optimist. Uche: Omdat Nigeria ondanks alles een fantastisch land is, met fantastische mensen, die oprecht vooruit willen. Het potentieel van Nigeria is enorm. Er zijn kansen. Maar het zal enkel lukken als we de macht naar de regio's brengen. Het huidige systeem genereert spanningen die het land dreigen te splijten.