Hoe online burgerjournalistiek de oorlog in Oekraïne verandert

Kiev, Oekraïne, op 25 februari 2022.
Brecht Castel
Brecht Castel Journalist en factchecker bij Knack

De Russische propagandaoorlog wordt snel doorgeprikt door gewone burgers met een internetverbinding. Online publieke bronnen waren nooit eerder zo doorslaggevend als in de Russisch-Oekraïense oorlog vandaag. Wat zijn de nieuwe mogelijkheden en uitdagingen?

Op 21 februari riep de Russische president Vladimir Poetin zijn veiligheidsraad samen. De vergadering kwam ‘live’ op de buis in Rusland om 17 uur. Maar als je inzoomt op de horloges van de aanwezigen, kun je zien dat de beelden niet live waren. De polshorloge van de minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov gaf 11.45 uur aan. De ‘spoedvergadering’ was keurig gepland en gefilmd. Dat toneeltje werd op Twitter snel doorgeprikt door simpelweg goed te kijken.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Ook een videoboodschap van de pro-Russische leiders van de volksrepublieken Donetsk en Loehansk van 18 februari over een evacuatieplan naar aanleiding van ‘Oekraïense agressie’ was twee dagen eerder opgenomen. Dat bleek uit de metadata, gegevens die eigenschappen van de video beschrijven. Als je een video oplaadt op Twitter of Facebook verdwijnen die metadata, maar de video werd gedeeld via de chatapp Telegram en de opnamedatum was zo wél vindbaar.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Nooit eerder waren video’s op sociale media, satellietbeelden en publieke databases van luchtverkeer zo belangrijk. Journalistiek op basis van dat soort bronnen laat zich samenvatten onder het letterwoord OSINT, wat staat voor Open Source INTelligence. De onderzoekers die zulke publieke bronnen gebruiken zijn lang niet altijd professionele journalisten. Elke burger met een internetverbinding kan ermee aan de slag.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Zo zagen OSINT-volgers de daadwerkelijke Russische inval in Oekraïne in de nacht van 23 op 24 februari al aankomen vóór de nachtelijke speech van Poetin. De avond van 23 februari waren al vele beelden geverifieerd van Russische eenheden die zich verplaatsten tot op enkele kilometers van de Oekraïense grens. Cyberaanvallen en sms-verkeer dat uitviel namen doe. Dat soort signalen culmineerden, de inval was ophanden. OSINT-experts van The Economist concluderen dat oorlogsvoering nog nooit zo transparant was.

Troepenverplaatsingen

De laatste maanden lazen we in de media geregeld over de Russische troepenopbouw aan de grens met Oekraïne. De voornaamste bron voor die info is het onderzoek van enkele computernerds op basis van satellietbeelden die voor iedereen toegankelijk zijn.

Niemand viel dus van zijn stoel toen secretaris-generaal van de NAVO Jens Stoltenberg op 16 februari communiceerde dat er 100.000 Russische troepen en zwaar geschut klaarstonden aan de Oekraïense grens. Stoltenberg zei zelf: ‘De inlichtingen die we vandaag delen worden bevestigd door publieke bronnen, beelden van commerciële satellieten.’ Dankzij OSINT kan iedereen al maanden haast live volgen waar er hoeveel Russische troepen gestationeerd zijn.

Hoe werkt dat? De Sentinel-1 SAR-satelliet van het Europees Ruimteagentschap (ESA) maakt elke zes dagen beelden van ons continent. Het gaat niet om ‘satellietfoto’s’, maar om beelden op basis van een sensor die radiogolven uitzendt en waarneemt hoe die reflecteren op aarde. Zo kunnen objecten, zoals een een groep militaire voertuigen, ‘zichtbaar’ worden in de vorm van paarse vlekjes. Door die data te combineren met de gekende locatie van Russische militaire basissen (wit omlijnd) kan de aanwezigheid van troepen gemonitord worden.

null
null© MAXAR/ESA

Links is een MAXAR-satellietbeeld van de militaire basis bij de Russische stad Jelnja (november 2021), rechts is een beeld van Sentinel-1 gemaakt op hetzelfde tijdstip. De paarse stipjes binnen de witte lijn wijzen dus op de aanwezigheid van militaire voertuigen.

Zijn de paarse vlekjes plots weg, dan hebben de militairen de basis verlaten. Waarnaartoe? Dat kun je afleiden uit video’s op sociale media. Stel, je woont in een klein Russisch dorp en plots passeert een konvooi van pantserwagens en trucks. Je neemt je smartphone, filmt en plaatst die beelden op TikTok. Die video kan dan gebruikt worden om een troepenverplaatsing vast te stellen. Bovendien hebben veel Russen dashcams en circuleren ook daarvan online beelden met militaire konvooien.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Bij journalistiek gebruik van dat soort video’s is verificatie cruciaal: waar en wanneer is een video opgenomen? De tijd van opname kun je bijvoorbeeld afleiden aan de hand van metadata of door schaduwen in de video te analyseren. De lengte en richting van een schaduw kan duidelijk maken op welk moment van de dag en het jaar een beeld is opgenomen. De opnamelocatie kun je verifiëren door visuele elementen zoals de weginfrastructuur of een bergketen in de achtergrond te vergelijken met satellietbeelden. Dezelfde OSINT-technieken gebruiken de factcheckers van Knack om de oorspronkelijke context van virale video’s te achterhalen.

MH17

Die innovatieve oorlogsverslaggeving begon in maart 2012 op een appartementje in Leicester. Van daaruit begon de gamer en blogger Eliot Higgins te rapporteren over wapensmokkel naar de oorlog in Syrië. Zijn voornaamste bron? 450 YouTube-kanalen vanuit Syrië. In 2014 richtte Higgins Bellingcat op, een collectief van burgerjournalisten die OSINT naar een nieuw niveau tilden.

Dat groepje nerds haalde meteen internationale headlines met hun onderzoek naar het neerhalen van de Maleisische vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne. Alle 298 passagiers, onder wieveel Nederlanders, kwamen om. Op basis van foto’s van de crashsite en Facebookberichten identificeerden ze het geschut dat bij de aanval was gebruikt. Ze meldden dat het geschut, enkele dagen voordat de raket werd afgevuurd, was verplaatst van Rusland naar rebellengebied in Oost-Oekraïne. OSINT bewees voor het eerst zijn impact.

Bellingcat is sindsdien een begrip. Over de organisatie werd in 2018 de Emmy-winnende documentare Truth in a Post-Truth World gemaakt. Een van de vroege leden van Bellingcat, de Nederlander Christiaan Triebert, maakt nu visuele onderzoeken voor The New York Times.

Feit en fictie op het slagveld documenteren via publieke bronnen is dus al jaren realiteit. Gewone burgers helpen mee, maar ook organisaties als Amnesty International hebben OSINT-onderzoekers aan boord om mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden te documenteren in Syrië, Jemen of Ethiopië.

‘Toen in 2012 video’s uit de oorlogen in Syrië of Libië op sociale media kwamen, had niemand er aandacht voor, want dat materiaal was niet te vertrouwen omdat het niet geverifieerd werd’, vertelde Higgins aan Vice . ‘Vandaag heb je een hele online gemeenschap die video’s uit conflictgebieden helpt te lokaliseren en verifiëren. Met Bellingcat duurde die verificatie destijds dagen of weken. Nu gebeurt dat door de OSINT-gemeenschap in uren.’

Bellingcat lanceerde op 23 februari 2022 een database waarin ze een overzicht bijhouden van alle ontmaskerde valse informatie en video’s van aan het Oekraïense front. Het groepje nerds is uitgegroeid tot een professionele organisatie die oorlogen haast live monitort. OSINT is volwassen geworden.

Propaganda ontmaskerd

De Bellingcat-database bevat onder andere de gefingeerde video’s aan het begin van dit artikel. Een andere video in de database zou bewijs tonen dat Oekraïense saboteurs met een geïmproviseerde bom drie burgers in twee auto’s hadden gedood. Uit analyse van die video blijkt dat de verbrande auto’s geen nummerplaten hebben en dat ze stilstonden bij de ‘aanval’. De schedel van een lijk dat in beeld komt, toont een duidelijke incisie die wordt gemaakt bij autopsieën. Dit stukje propaganda werd dus wellicht gemaakt door een lijk uit een mortuarium of een graf in een autowrak te plaatsen en dat op te fikken.

Bellingcat stelt expliciet dat ‘als er desinformatie wordt verspreidt van Oekraïense kant, dat ook in de database wordt opgenomen’. Voorlopig bevat hun database nog geen voorbeelden van die kant van de frontlijn. Rusland beschouwt Bellingcat als ‘buitenlandse spionnen’.

Transparantie

De kracht van OSINT voor oorlogsverslaggeving zit in zijn transparantie. Je hoeft niet langer een journalist of een legerwoordvoerder op zijn woord te geloven. Was er nu wel of geen aanval? Satellieten met warmtedetectoren, bedoeld om bosbranden te monitoren, en geverifieerde beelden op sociale media geven finaal uitsluitsel.

Wie OSINT gebruikt als methodologie, legt bewijzen op tafel. Iemand tweette met de hashtag #OSINT over een ‘verdachte troepenverplaatsing langs de grens tussen Rusland en Oekraïne’ met GPS-coördinaten en een screenshot van de Sentinel-1 SAR-satelliet. Iemand wees hem terecht: wat we zien is simpelweg een hoogspanningskabel en géén militair konvooi.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

#OSINT is op zichzelf dus geen waarheidskeurmerk. OSINT is wél falsifieerbaar zoals wetenschap of een Wikipedia-pagina. Gedegen burgerjournalisten werken samen, baseren zich nooit op één bron en schuwen anonieme bronnen. Dat levert heldere onderzoeksjournalistiek op. Al loeren nieuwe valkuilen zoals vervalste metadata en deepfake satellietbeelden om de hoek.

Impact aan het front

(Burger)journalisten dragen een grote verantwoordelijkheid in oorlogstijd. Bellingcat is nu een instituut met een zekere machtspositie om bepaalde OSINT-cases meer aandacht te geven. Afwachten hoe ze omgaan met die verantwoordelijkheid.

Een tweet kan de verslaggeving vooruithelpen, maar ook mensenlevens in gevaar brengen. Higgins bij Vice: ‘Wanneer je de locatie van een video achterhaalt en deelt, moet je ervoor zorgen dat je niet tegelijkertijd de locatie van de persoon die het filmde prijsgeeft.’ Hij of zij kan dan zelf een doelwit worden.

Publieke satellietbeelden en berichten op sociale media veranderen dus niet alleen de oorlogsverslaggeving, maar ook de oorlogsvoering zelf. Tijdens de Eerste Golfoorlog in 1991 hadden de Irakezen geen satellietbeelden, waardoor de Verenigde Staten hen konden verrassen met Operation Desert Storm. Een operationele misleiding van die omvang is vandaag onmogelijk, stellen militaire experts. Spionagesatellieten waren toen exclusief voor militaire inlichtingendiensten van rijke landen. Nu volstaat een laptop.

Die OSINT-revolutie kan ook misbruikt worden door generaals, stelt The Economist. Een leger kan, bijvoorbeeld, bewust een konvooi in de omgekeerde richting van de beoogde bestemming sturen, wachten tot daarover TikTok-beelden circuleren om dan snel rechtsomkeert te maken. Misleiding blijft cruciaal in oorlogsvoering, maar dat tactische spel heeft voorgoed een nieuwe, snellere dimensie.

De Vietnamoorlog (1954-1975) was de eerste oorlog die via de televisie de westerse huiskamers binnenkwam. De Eerste Golfoorlog (1990-1991) was live te volgen via de Amerikaanse tv-zender CNN. De huidige Russisch-Oekraïense oorlog kan, met MH17 als startpunt, de geschiedenisboeken ingaan als de eerste oorlog waarin online burgerjournalistiek een cruciale rol speelt.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content