Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen reist deze week naar Paraguay om het Mercosur-handelsakkoord, dat vrije handel tussen de EU en Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay mogelijk moet maken, te ondertekenen. De Europese boeren zijn ontevreden, volgens de Commissie overschatten ze de impact van de overeenkomst.
De Europese boeren zijn boos. Opnieuw. De aanleiding is het handelsakkoord met de Mercosur-landen – Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay. De lidstaten keurden die overeenkomst afgelopen vrijdag goed na bijna 10.000 dagen onderhandelen. Vorige maand, op de EU-top in Brussel, ging Italië nog in het verweer, maar nu Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen extra steun voor het landbouwleven belooft en pesticiden sneller wil laten goedkeuren, gaf ’s lands premier Giorgia Meloni alsnog groen licht.
De bedoeling van die nieuwbakken overeenkomst is om gedurende een periode van 15 jaar 90 procent van de handelsbelemmeringen aan beide kanten van de Atlantische Oceaan weg te werken, en zo de grootste vrijhandelszone ter wereld te creëren. Voor de Belgische consument en het bedrijfsleven biedt dat opportuniteiten. Het moet de winkelkar goedkoper maken, en ongeveer een derde van de uit België geëxporteerde placebo’s voor geneeskundige studies gaat naar Brazilië en Argentinië.
In tijden van tarieven, strategische afhankelijkheden en rauwe machtspolitiek menen voorstanders van het akkoord dat Europa zijn handelsbetrekkingen zo veel mogelijk moet spreiden. ‘We moeten beseffen dat we in een andere wereld leven dan enkele maanden geleden’, aldus Bernd Lange, het Duitse hoofd van het handelscomité van het Europees Parlement. Handel heeft Europa steeds welvaart gebracht, en dat zal volgens de impactinschattingen ook bij het Mercosur-akkoord het geval zijn, luidt het.
Kaakslag
Maar zoals steeds bij zulke handelsovereenkomsten zijn er winnaars en verliezers. Heel wat landbouwers – voornamelijk in Frankrijk en Polen wordt er veel geprotesteerd tegen het akkoord – vrezen door oneerlijke concurrentie van hun Zuid-Amerikaanse collega’s in de problemen te komen. ‘Een kaakslag voor de boeren’, reageerde de Boerenbond vrijdag. Samen met de Europese koepelorganisatie hoopt de Boerenbond dat de handelsovereenkomst in haar huidige vorm alsnog sneuvelt in het Europees Parlement.
Maar waar zijn de boeren precies bezorgd om? Met 13,5 procent van de totale invoer is het Mercosur-blok de grootste leverancier van landbouw- en voedingsproducten aan de Europese Unie. Die import beslaat weliswaar slechts 4 procent van de totale EU-productie en 3 procent van de consumptie. Het gaat dan om onder meer suiker, mais, rijst, rundvlees en pluimvee uit Argentinië en Brazilië. Sommige van die producten worden ook door de Europese landbouwers en veeboeren gecultiveerd.
Volgens een impactinschatting van de FOD Economie kan de handelsovereenkomst de gemiddelde kostprijs van rundvlees tot 2 euro per kilo doen dalen, de invoertaks op suiker tot 82 euro per ton verlagen, en wordt Braziliaans gevogelte tot 30 procent goedkoper dan Europees. ‘Het gaat vooral om hoogwaardige stukken vlees – denk aan biefstukken of kippenvleugels. Dat dreigt de Belgische markt, zoals die van het Belgisch witblauw, weg te zullen dringen’, aldus Gerrit Budts van de Boerenbond.
Eén hamburger
Volgens de Commissie overschatten sommige landbouwers, lidstaten en politieke strekkingen de impact van de overeenkomst. Wat rundvlees betreft, zou de tariefvrijstelling slechts van toepassing zijn op één hamburger per Europeaan per jaar – goed voor een kleine 100.000 ton of 1,5 procent van de totale Europese rundvleesproductie in 2024. In het geval van pluimvee gaat het om 180.000 ton en 1,3 procent van de Europese productie.
De Europese Commissie, verantwoordelijk voor de onderhandelingen, heeft wel degelijk naar de Europese landbouwers geluisterd. Slechts een beperkte hoeveelheid van gevoelige producten, zoals gevogelte, rundvlees, eieren en citrusvruchten, wordt van tarieven vrijgesteld – de zogenaamde tariefcontingenten. En van zodra de prijs van die producten in de EU met 5 procent daalt of de import vanuit Mercosur met 5 procent stijgt, start er een onderzoek dat binnen de 3 maanden moet worden afgerond.
‘We moeten beseffen dat we in een andere wereld leven dan enkele maanden geleden.’
Dat onderzoek kan binnen de 3 weken al leiden tot voorlopige maatregelen die de boeren tegen oneerlijke concurrentie moeten beschermen – maatregelen die 2 jaar kunnen gelden en met 2 jaar verlengd kunnen worden. Maar wat dan na die 2 jaar, vragen de boeren. Een betrokken Europese diplomaat heeft er alle vertrouwen in. ‘Als binnenkort blijkt dat het handelsakkoord inderdaad funest is voor het Europese landbouwleven, dan zal het in de tussentijd hoe dan ook worden aangepast.’
Ook hekelen tegenstanders van het Mercosur-akkoord dat de 4 Zuid-Amerikaanse landen veel gewasbeschermingsmiddelen mogen gebruiken die op Europese bodem streng gereguleerd of zelfs verboden zijn. Tegenargumenten zijn dat de residuwaarden van zulke pesticiden bij aankomst in de EU niet mogen overschreden worden, en dat veel Europese landbouwers uit de Mercosur-landen massaal genetisch gemodificeerd veevoeder invoeren dat hier niet geteeld mag worden – met name sojaproducten.
Andere handelsakkoorden
Het stopt niet bij de Mercosur-overeenkomst. De EU onderhandelt momenteel nog heel wat andere handelsakkoorden. Een impactinschatting van het Joint Research Centre, de onderzoeksafdeling van de Commissie, uit 2024 toont dat de handelsbalans van de Europese agrifoodsector met één miljard euro zal afnemen door 10 EU-handelsakkoorden die momenteel onderhandeld worden of zopas zijn afgeklopt, zoals dat met de Mercosur-landen.
Maar de studie meent evenzeer dat de invoer van rundvlees tegen 2032 ook zonder bijkomende handelsakkoorden zal stijgen, hoewel zowel de consumptie als de productie ervan op EU-bodem met 9 procent zal dalen. Ook wat pluimvee en suiker betreft, stelt de studie dat het effect van de 10 vrijhandelsakkoorden beperkt blijft. Of al de overeenkomsten de eindstreep zullen halen, is een ander verhaal. Het Mercosur-akkoord was alvast het eerste ooit waar niet alle EU-lidstaten zich achter schaarden.