Big brother in China: hoe Xi Jinping zijn volk koest houdt

© James Albon
Catherine Vuylsteke
Catherine Vuylsteke Journalist, auteur, filmmaker en sinoloog

China heeft de grootste digitale surveillancestaat ter wereld uitgebouwd. Hoe houdt de Chinese overheid de burgers in de pas? ‘Met de illusie van allesomvattend toezicht’, zegt Josh Shin.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Was The Wall Street Journal-reporter Josh Chin in 2020 het land niet uitgezet, dan was dat vast nu gebeurd. In het pas verschenen Surveillance State hangen hij en zijn collega Liza Lin een onverkwikkelijk beeld op van een door digitale bewaking ingeklemde Chinese maatschappij.

Begin 2020 registreerden bijna 350 miljoen camera’s het komen en gaan in de openbare ruimte. Meer dan 840 miljoen smartphones stuurden een gestage stroom locatiegegevens naar telecomoperators en mobiele betalingssystemen registreerden dagelijks miljoenen transacties in databases. ‘Veel van de instrumenten en concepten die de Chinese Communistische Partij (CCP) gebruikt, zijn uitgevonden in Silicon Valley’, schrijven Chin en Lin. ‘Exploiteren Google, Facebook en Amazon de technologie voor winst, de CCP wendt ze aan om de macht te behouden. Wat de partij uniek maakt, is de bereidheid en het vermogen om ze in het echte leven op grote schaal toe te passen. Dat leert ons belangrijke lessen over de combinatie van massale gegevensverzameling en algoritmische machines met staatsmacht.’

Met big data kan voorspeld worden wat mensen willen zónder hen een stem te geven.

Het plan voor Surveillance State ontstond vijf jaar geleden, na krantenreportages in Xinjiang. Daar zagen de twee verslaggevers hoe de nieuwste technologieën worden gebruikt om de Oeigoeren te rangschikken naargelang van hun risiconiveau voor de sociale orde. Eerst kwamen er overal zogenaamde servicepolitieposten, waar mensen hun telefoon konden opladen, gebruikte batterijen konden dumpen of inlichtingen vragen. Ze waren evenwel een façade voor ‘geïntegreerde platforms voor gezamenlijke actie’ – een concept afgekeken van de Amerikanen, die daarmee in hun War on Terror de onvoorspelbare vijanden in Irak en Afghanistan te lijf gingen. De platforms maken gebruik van een onwaarschijnlijk aantal bronnen om lijsten van verdachte personen op te stellen. Passeert een burger een controlepost, dat stuurt het platform een kleurgecodeerde waarschuwing naar de politie. Groen: geen actie ondernemen. Geel: ondervragen. Rood: arresteren en doorverwijzen naar de interneringskampen die Peking lange tijd zou afdoen als ‘kostscholen voor beroepsonderwijs’.

Chin: ‘Waar het op aankomt, is de Oeigoeren te transformeren tot goede Han-Chinezen. Of zoals de Chinese antiterreurexpert Hu Lianhe het stelt: “Stabiliteit kan het best worden bereikt door het gedrag van mensen te standaardiseren.”’

Tegenover de digitale nachtmerrie van Xinjiang – en Tibet – staan de zogenaamde smart cities van het veel rijkere oosten van China. Daar experimenteren zo’n 300 besturen met systemen die planningsbeslissingen automatiseren met behulp van big data. Geen stad overtreft Alibaba-thuisbasis Hangzhou, en het favoriete verhaal erover gaat als volgt: als een omaatje na een beroerte naar het ziekenhuis wordt overgebracht, springen alle verkeerslichten voor de ambulance automatisch op groen. Leven gered. Chin: ‘Net als Xinjiang dient Hangzhou als proefzone voor sociale controle. De technologie die wordt gebruikt om mensen te terroriseren, kan ook worden ingezet om hen gerust te stellen. Op voorwaarde dat ze bereid zijn mee te spelen.’

Volgens u ziet China digitale surveillance als onderdeel van een alternatief voor democratie.

Josh Chin: China’s leiders hebben de democratieën altijd benijd om hun toegang tot betrouwbare beleidsinformatie via verkiezingen en een vrije pers. Met big data kan voorspeld worden wat mensen willen zónder hen een stem te geven. Sociale problemen worden aldus opgelost voor ze opduiken, afwijkende meningen worden de kop ingedrukt voor ze zich kunnen verspreiden.

Xinjiang. Miljoenen camera’s registreren het komen en gaan van de Oeigoeren in de openbare ruimte.
Xinjiang. Miljoenen camera’s registreren het komen en gaan van de Oeigoeren in de openbare ruimte. © AFP via Getty Images

Een echte Brave New World?

Chin: Ik moet vooral denken aan het universum dat de Russische auteur Yevgeny Zamyatin evoceert in Wij (1921), een weinig bekende roman die later ook George Orwell en Aldous Huxley inspireerde. Daarin wordt het verhaal verteld van een futuristische, misdaadvrije stadstaat. Burgers hebben een alfanumerieke code, ze wonen in glazen gebouwen en doen alles volgens een wiskundige vergelijking die is berekend door een liniaal, dat bekend staat als de Weldoener. Terwijl de samenleving langs een voorspelbaar traject voortkabbelt, sanctioneren handhavers de onaangepaste enkelingen.

Hoe is China bij de surveillancestaat aanbeland?

Chin: Na de dood van Mao Zedong in 1976 trok de CCP zich voor het eerst in bijna dertig jaar terug uit het leven van haar burgers. De partij investeerde in infrastructuur en surfte op een golf van economische hausse. De afgelopen tien jaar begon die groei evenwel te vertragen. Exploderende schulden en demografische druk dreigen haar nu verder te verzwakken. Aangezien het oude sociale contract ontrafelt, wil Xi met digitale surveillance tot een nieuwe maatschappelijke overeenkomst komen. Hij is ervan overtuigd dat alleen de CCP de historische macht van China kan herstellen – wat hij ‘de grote verjonging’ noemt. Daarvoor moet ze opnieuw de leidende kracht worden in het leven van het Chinese volk.

Als grondlegger van de surveillancestaat noemt u een illustere onbekende. Ene Qian Xuesen (1911-2009), een in 1935 naar de VS uitgeweken Chinees genie. Hij was medeontwerper van het Amerikaanse langeafstandsraketprogramma, maar werd begin jaren vijftig slachtoffer van het mccarthyisme. In 1955 keerde hij definitief naar China terug.

Chin: Terwijl de FBI zijn vermeende communistische sympathieën onderzocht, zat Qian in L.A. noodgedwongen jarenlang werkloos thuis. Hij dompelde zich onder in de cybernetica, een nieuw studiegebied dat was opgebouwd rond revolutionaire inzichten omtrent de relatie tussen informatie en controle. Concreet baseerde hij zich op het werk van Norbert Wiener, een Amerikaanse wiskundige die de geallieerde luchtafweersystemen tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde te verbeteren. Vereenvoudigd komt diens theorie hierop neer: als we weten welk traject vliegtuigen in het verleden hebben gevolgd, kunnen we hun toekomstige koers berekenen. Wiener stelde vast dat mensen en dieren vergelijkbaar opereren. Ze gebruiken de constante stroom van informatie over wat er om hen heen is gebeurd om een mentaal model te bouwen voor wat zich waarschijnlijk in de toekomst zal voordoen. Met andere woorden: het menselijk gedrag kan wiskundig worden voorspeld.

Qian ging na zijn terugkeer naar China nog een stap verder: hij trok Wieners inzichten door naar de maatschappij en ontwikkelde een schematisch diagram waarin socio-economische problemen worden opgelost door menselijke kennis te integreren met computermodellering.

Chin: ‘Het sociaalkredietsysteem werd bedacht als medicijn tegen de normvervaging.’
Chin: ‘Het sociaalkredietsysteem werd bedacht als medicijn tegen de normvervaging.’ © Getty Images

Dat klinkt als een utopische dwaasheid.

Chin: Alleen had Qian het oor van de leiders: hij was de man die in 1966 de eerste kernrakettest leidde en die vier jaar later hielp bij de lancering van de eerste satelliet. In de jaren tachtig stelde hij voor om menswetenschappers op te leiden in de systeemwetenschap en hen in te schakelen in de bouw van geavanceerde modellen die maatschappelijke veranderingen kunnen voorspellen. En kijk naar de initiatieven die vanaf 2000 werden genomen qua controle en informatie: Qians ideeën lagen aan de basis.

Toen Xi Jinping in 2012 het roer overnam, beschikte China al over het meest geavanceerde censuurapparaat ter wereld. Zette hij gewoon het werk voort?

Chin: Hoewel de CCP er tegen dan in was geslaagd om de informatiestromen op internet te controleren, was er periodieke onrust op sociale media. Xi schakelde van een defensieve aanpak over naar een offensieve. ‘Wie de big data controleert, is aan zet’, zei hij in een speech. In 2016 werd een nationaal plan onthuld om big data te ontwikkelen, en een jaar later volgde een soortgelijk initiatief qua artificiële intelligentie. Door overheidsfinanciering te combineren met privé- investeringen wilde Xi een AI-industrie bouwen van zo’n 150 miljard dollar, en China tegen 2030 omvormen tot de wereldleider op het gebied van technologie.

Daarin speelden twee grote Chinese private techbedrijven een grote rol: Alibaba van Jack Ma en Tencent van Ma Huateng, alias Pony Ma. Hoe ging dat?

Chin: Hoe essentieel die giganten ook mogen zijn voor de economie, voor de CCP zijn ze bovenal van belang voor surveillance. De manier waarop mensen geld uitgeven, is de meest betrouwbare en veelzeggende bron over hun verlangens en overtuigingen. Met het gigantische e-commerceplatform Taobao en de superapp WeChat – zo ongeveer WhatsApp, Instagram en Apple Pay in één – bereikten Alibaba en Tencent bijna een miljard mensen, velen zelfs op dagelijkse basis. Dat gaf hen een dieper inzicht in het leven van hun gebruikers dan Facebook, Google of Amazon, de pioniers van het zogenaamde surveillancekapitalisme.

Bovendien onderhouden ze een veel nauwere relatie met de staat?

Chin: Ze werden afgeschermd van buitenlandse concurrentie en konden op gulle ontwikkelingsfondsen rekenen. Tegelijk stipuleert de Chinese cyberbeveiligingswet (2017) dat ze de autoriteiten moeten helpen bij het opsporen van inhoud die ‘de nationale veiligheid, nationale eer en belangen in gevaar brengt’. Die formulering is zo vaag dat ze allesomvattend is, van zelfmoordaanslagen tot berichten op sociale media die de officiële kijk op de geschiedenis in twijfel trekken.

Bedrijven als Intel, Western Digital en Hewlett-Packard hebben grof geld verdiend aan alle bewakingstools.

Hoe worden de data van techbedrijven gebruikt?

Chin: We deden vorig jaar onderzoek naar de invloed ervan op rechtszaken en stelden vast dat openbare aanklagers mobiele betalingsgegevens en andere informatie van Alibaba- en Tencent-platforms gebruikten bij veroordelingen.

Ondertussen zijn beide bedrijven van hun voetstuk gevallen. Met behulp van een combinatie van antitrust- en privacyregels handhaafde de CCP haar dominantie. Waarom eigenlijk?

Chin: Uit onze interviews blijkt dat ze niet altijd zo gemakkelijk gegevens deelden met de overheid als die zou willen, vooral niet toen bleek hoeveel die data eigenlijk waard waren. Tegelijk geloof ik dat Xi in Jack Ma en Pony Ma enorme rivalen zag. Ze waren echte rolmodellen voor een hele nieuwe generatie. Hun bestraffing zorgt ervoor dat jongeren nu weer meer kiezen voor een carrière in de ambtenarij. Dat is veiliger.

Je zou tegelijk kunnen stellen dat China’s surveillancestaat gebouwd is op westerse hebzucht. Alle internationale techreuzen speelden een belangrijke rol.

Chin: Zeker. Intel, Seagate, Western Digital, Hewlett- Packard – om er maar een paar te noemen – hebben grof geld verdiend aan alle bewakingstools. Het deed ons denken aan de manier waarop IBM’s technologie de Holocaust faciliteerde, door de nazi’s bij te staan in het genereren en opstellen van ponskaarten om de Joodse gemeenschappen en de genocide-infrastructuur in kaart te brengen. Maar ook de verschillen vallen op: door de globalisering en de versnippering van de productieketen worden niet langer complete systemen geleverd zoals IBM dat deed met de Hollerith-machines. De westerse techreuzen verstrekken onderdelen en kennis, terwijl de mondialisering van de financiële sector hen in staat stelt op buitenlandse markten inkomsten te genereren zonder een voet op buitenlandse bodem te zetten. Zo behouden bedrijven en investeerders een schoon imago én verdienen ze fortuinen aan repressieve regimes.

Chinese bedrijven transformeerden de internationale surveillancemarkt met de export van smart city-systemen, zoals Alibaba die in Hangzhou bouwde. Tegen 2020, zo schrijft de Amerikaanse professor Sheena Greitens, gebruikten meer dan tachtig landen Chinese technologie voor bewaking en openbare veiligheid. Hoe zorgwekkend is dat?

Chin: Het hangt van het politieke systeem af. Voor de volwaardige democratieën maak ik mij minder zorgen dan voor autoritaire regimes. Wij hebben het voorbeeld van Oeganda bestudeerd, waar Huawei een systeem installeerde dat officieel was bedoeld om criminelen te vatten. In werkelijkheid wendde president Yoweri Museveni het aan om oppositieleider en presidentskandidaat Bobi Wine te ondermijnen. En zo gaat het ook elders.

Wat kan daartegen worden gedaan?

Chin: Ondanks de gigantische inspanningen van de voorbije decennia blijft China van het Westen afhankelijk voor geavanceerde computerchips. Washington heeft de voorbije maanden belangrijke maatregelen genomen, zoals het verbod chipspecialisten AMD en NVIDIA om specifieke componenten aan China te verkopen. Maar zulke regelgeving valt altijd te omzeilen. Op de e-commerce platforms van Alibaba worden die zaken nu door derden verkocht.

Belangrijk is voorts dat president Joe Biden door zijn ontmoeting met Xi in Bali op de G20 duidelijk maakte dat een nieuwe fase is aangebroken in de relaties met China. Vroeger bepaalden de markten en de grote bedrijven de koers, nu heeft de politiek opnieuw het heft in handen. Dat lijkt me erg verstandig.

Surveillance State: Inside China’s Quest to Launch a New Era of Social Control, Josh Chin and Liza Lin, St Martin’s Press. 320 blz. 29,99 US dollar/ 28,88 euro.
Surveillance State: Inside China’s Quest to Launch a New Era of Social Control, Josh Chin and Liza Lin, St Martin’s Press. 320 blz. 29,99 US dollar/ 28,88 euro. © National

Het is niet al goud wat blinkt: volgens u was het sociaalkredietsysteem, dat de overheid in 2020 wilde invoeren en dat een score toekent aan burgers op basis van hun gedrag, eigenlijk géén succes.

Chin: Voor bedrijven wordt het gebruikt, of het op individueel niveau werkt, is minder duidelijk. Kijk, geen enkele vorm van surveillance is ooit perfect: sommige camera’s werken niet, het is te donker, netwerken zijn niet verbonden, ambtenaren werken niet optimaal. Maar eigenlijk is dat niet belangrijk. Sinds het kapitalisme na de teloorgang van het utopisch communisme de enige religie werd, boette de Chinese maatschappij aan solidariteit en cohesie in. Het sociaalkredietsysteem werd in 2015 bedacht als medicijn tegen de normenvervaging, zoals een religie mensen moet motiveren om het ethisch juiste te doen. Geen enkele gelovige heeft ooit God of de hel gezien maar toch proberen ze zich te gedragen om een straf van het opperwezen te ontlopen. Het kredietsysteem hoeft dus niet almachtig te zijn, het moet alleen die indruk wekken.

China’s leiders gebruikten het geringe aantal coviddoden als bewijs voor de superioriteit van de surveillancestaat. Maar het zero-covidbeleid heeft de voorbije maanden véél mensen boos gemaakt.

Chin: Omikron verspreidt zich sneller dan dat de besmettingen met artificiële intelligentie kunnen worden opgespoord – het succes glanst nu inderdaad wat minder. En de extreme lockdowns veroorzaken grote ontevredenheid. Voert dat naar een keerpunt? Dat weten we niet. Het is altijd gevaarlijk om tegenkrachten te overschatten, vooral in een land dat over ‘s werelds beste tools beschikt om elke vorm van verzet in de kiem te smoren.

Josh Chin

1977: geboren in Salt Lake City, Utah

1995-1999: studeerde vergelijkende religie aan Bowdoin College

2008-2020: werkte als verslaggever voor The Wall Street Journal in Peking

2020: werd het land uitgezet, vestigde zich in Taipei en Seoul als adjunct-hoofd van het China-bureau van de WSJ

2022: publiceerde zijn debuut Surveillance State, met WSJ-collega Liza Lin

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content