Glyfosaat kreeg begin deze week het voordeel van de twijfel, al lijkt het niet dat daarmee het laatste woord gezegd is. Het gebruik ervan binnen Europa werd dan wel opnieuw goedgekeurd voor vijf jaar, toch is de toekomst van de stof nog niet zeker. Dat zet heel wat bedrijven aan om een versnelling hoger te schakelen in de zoektocht naar alternatieven.
...

Glyfosaat kreeg begin deze week het voordeel van de twijfel, al lijkt het niet dat daarmee het laatste woord gezegd is. Het gebruik ervan binnen Europa werd dan wel opnieuw goedgekeurd voor vijf jaar, toch is de toekomst van de stof nog niet zeker. Dat zet heel wat bedrijven aan om een versnelling hoger te schakelen in de zoektocht naar alternatieven. Wie twee jaar geleden een willekeurige passant in de straat naar zijn mening over glyfosaat vroeg, kreeg vermoedelijk een niet-begrijpende blik als antwoord. Na een bitsig heen-en-weer-gevecht in de politiek en de media, is de stof echter geen onbekende meer en is de publieke opinie gevormd. Die lijkt niet in het voordeel van agroreuzen als Monsanto: de gemiddelde burger vertrouwt het zaakje niet meer volledig.Dat wantrouwen resoneert in politieke kringen en verschillende regio's kondigden hun eigen maatregelen al aan. Zo stelde Brussel bijvoorbeeld vorig jaar al een plaatselijk verbod af te roepen, maar ook hele landen nemen het heft zelf in handen. Meteen na de stemming van maandag zeiden Frankrijk en Italië dat ze zelf werk zouden maken van een nationaal verbod op het gebruik van glyfosaat. De verlengde Europese licentie stelt glyfosaat dus zeker niet zomaar buiten schot. Daarbij gaf Europa zelf ook signalen dat glyfosaatproducerende bedrijven niet op hun twee oren kunnen slapen. Al kwam de verlenging van licentie er en al werd er geen plan tot afbouwen voorzien, toch kan je vermoeden dat Europa glyfosaat niet meer ziet als iets wat op lange termijn gebruikt zal kunnen worden. Dat blijkt uit de vervaldatum van de nieuw uitgekeerde licentie. De vorige toelatingen golden telkens tien jaar, nu heeft de Europese Unie besloten de licentie voor de stof slechts voor vijf jaar te verlengen. Of glyfosaat nu ooit volledig in de ban zal worden geslagen of niet: zeker is dat de stof een behoorlijke deuk in zijn eens onwrikbare imago heeft opgelopen. Een deuk waar de onkruidbestrijder misschien wel nooit meer van herstelt en als dat zou gebeuren, ontstaat er een enorm gat in de markt. Glyfosaat is namelijk een van de meest gebruikte bestrijdingsmiddelen in het huidige landbouwsysteem en hoewel sommige boeren dit gebeuren misschien zullen aangrijpen om volledig pesticidevrij te gaan telen, zal de meerderheid op zoek gaan naar een alternatief. Voor de ontwikkelaars van pesticiden is de teloorgang van de reputatie van glyfosaat dan ook letterlijk een gouden zaak. Het is dan ook niet in het wilde weg dat de Franse president Macron en de Italiaanse eerste minister Gentiloni in hun eigen land de oorlog verklaren aan glyfosaat. De actieve stof uit populaire pesticiden als Roundup simpelweg verbieden zonder een alternatief te voorzien zou namelijk een ramp kunnen betekenen voor de reguliere landbouw in beide landen, waar onkruidbestrijders als onmisbaar worden beschouwd. In plaats daarvan hebben Frankrijk en Italië een plan B klaar: Beloukha. Al sinds 2015 werkt een groep van Belgische, Franse en Italiaanse onderzoekers aan een natuurlijker product dan Monsanto's Roundup. Het zogenoemde Belouhka wordt in Frankrijk geproduceerd door Jade, maar dat bedrijf is wel volledig in handen van het Belgische Belchim Crop Protection. Zij hebben - dankzij het pittige debat rond glyfosaat als bliksemafleider - jarenlang in de luwte kunnen werken aan hun eigen product. Het bedrijf pronkt met de gebruikte actieve stof pelargon-, of nonaanzuur, die van nature voorkomt in bepaalde planten en dus als 'natuurlijk' bestempeld wordt.Het middel komt niet uit de lucht gevallen. Pelargonzuur wordt al langer gebruikt in onkruidbestrijders, maar doorgaans wel in veel lagere doseringen dan in Beloukha. De stof is nu ook al te koop in bestrijdingsmiddelen die onder de noemer 'ecologisch' verkocht worden. Zelfs in Monsanto's Roundup zit twee procent pelargonzuur. Het is dan ook een 'erg effectieve herbicide en zeker een van de stoffen die als alternatief op glyfosaat gezien kunnen worden', aldus Bruno Caio Faraglia, verantwoordelijk voor gewasbeschermingsmiddelen op het Italiaanse ministerie van landbouw. Zijn Franse collega's zijn zeker ook benieuwd naar pelargonzuur, maar stellen dat 'het alternatief voor glyfosaat niet uit een enkele oplossing zal bestaan. Onze wetenschappers zoeken naar andere moleculen, nieuwe resistente zaden, robotica en andere producten.'De ontwikkelaars van Beloukha spreken dan wel over een erg effectief product (hoewel pelargonzuur geen wortels vernietigt, wat glyfosaat wel doet), maar is het ook veiliger dan bijvoorbeeld Roundup? Pelargonzuur is al goedgekeurd voor (bepaald) gebruik in (sommige landen van) de Europese Unie, maar dat was en is glyfosaat ook. Volgens het Europese chemicaliënagentschap ECHA horen glyfosaat en pelargonzuur thuis in dezelfde categorie: beiden veroorzaken oogirritatie en zijn milieugevaarlijk.Onder de veiligheidsmaatregelen staat nu voor pelargonzuur dat het oogirritatie, ademhalingsklachten en huidproblemen kan veroorzaken bij slecht gebruik, wat in dezelfde orde ligt als glyfosaat. Maar bij orale inname is de stof een tikkeltje minder giftig en de lijst van mogelijke bijwerkingen op lange termijn van pelargonzuur is niet zo lang als die van glyfosaat. Daarbij bevat ze geen verwijzingen naar kanker of effecten op de voortplanting. Dat dicht Belchim toe aan de natuurlijke eigenschappen van de molecule, maar het zou ook wel te verklaren kunnen zijn doordat er simpelweg al veel meer onderzoek op lange termijn werd verricht naar glyfosaat dan naar pelargonzuur. Een andere grote zorg rond glyfosaat is de impact ervan op het milieu. Is dat beter bij pelargonzuur, dat in de vorm van Beloukha wordt voorgesteld als ecologisch? De melding 'milieugevaarlijk' doet vermoeden van niet, maar, zo zegt Belchim: 'Die melding komt op bijna alle producten voor en geldt voor het morsen van pure product in de natuur. Daarom moet een product gebruikt worden volgens de gebruiksvoorschriften.'Een studie rond het product sluit gevolgen bij normaal gebruik echter niet helemaal uit: 'De risico's voor vogels, zoogdieren, bijen, (...) zijn acceptabel voor het beoogde gebruik. Voor organismen in het water zijn de risico's acceptabel wanneer er een buffer wordt toegepast van vijf meter.' De schrijver van deze studie is echter de producerende firma. Hanteert die eenzelfde definitie van 'acceptabel' als bijvoorbeeld een bioloog? Belchim verklaart het gebruik van dat woord zelf als volgt: 'Bij gebruik van het middel volgens de voorschriften worden eventuele risico's sterk verminderd. Omdat 'nulrisico' niet bestaat, of niet kan gemeten worden, gebruikt men de terminologie 'aanvaardbare risico's'.Het bedrijf stelt daarbij nog dat het product snel wordt afgebroken in de bodem. Dat is een opmerkelijk verschil met glyfosaat: onderzoek wees onlangs nog uit dat de helft van de landbouwgrond er sporen van bevat. Stof hecht zich aan kleine deeltjes als water en lucht, waardoor de sporen dus zouden kunnen worden ingeademd door mens en dier. De gevolgen daarvan zijn nog onduidelijk, maar op die manier eindigen dagelijks ingenomen dosissen alvast hoger dan gedacht. Uiteraard zijn er nog andere alternatieven voor glyfosaat in de voedselproductie. In de biologische landbouw is het gebruik van de stof bijvoorbeeld helemaal verboden. Al wil dat niet zeggen dat daar helemaal geen bestrijdingsstoffen zijn toegelaten. Meer zelfs: critici stellen dat sommige daar toegelaten stoffen (zoals kopersulfaat) nog veel minder onderzocht zijn en zelfs meer risico's met zich kunnen meebrengen dan het geval is bij het glyfosaat. Het grote verschil is echter de verschillende uitgangspunten van beide soorten landbouw: in de bioteelt worden bestrijdingsmiddelen als laatste redmiddel gebruikt, niet als basisvoorwaarde. Het glyfosaatbestendige zaad van Monsanto levert wel dikke vruchten op, maar planten die eruit voortkomen zijn door de ver doorgedreven optimalisatie soms minder weerbaar geworden. Zonder glyfosaat en andere 'hulpmiddeltjes' maken de zaailingen amper een kans. Dat levert meteen nog een reden op waarom een alternatief voor glyfosaat zou kunnen aanslaan. Landbouwers zouden op die manier opnieuw hun onafhankelijkheid kunnen terugwinnen.