Yelter Bollen

‘Voorbij de stilstand: vier springplanken uit Sharm el-Sheikh’

Yelter Bollen Beleidsmedewerker klimaat bij Bond Beter Leefmilieu

‘Er is  even weinig ruimte voor verslagenheid als voor blind optimisme’, schrijft Yelter Bollen in een terugblik op de COP27 klimaatconferentie. ‘Wat we wel nodig hebben, is voluntarisme: welke aanknopingspunten biedt deze top om alsnog de strijd te versnellen.’

Zodra een COP langer duurt dan de formele einddatum, daalt er steevast een wat apocalyptische sfeer neer over de conferentie. Met het verdwijnen van de grote massa congresgangers lagen de schreeuwerige paviljoenen er verlaten bij, terwijl de nog achtergebleven onderhandelaars, lobbyisten en activisten uitgeput wachtten op nieuwe teksten of de start van steeds maar uitgestelde slotvergaderingen. Deze gespannen eindspurt leverde zondagochtend, na een chaotische eindfase, alsnog een akkoord op.

Het resultaat, het ‘Sharm el-Sheik implementation pact’, is een dubbelzinnig akkoord. Enerzijds is de oprichting van een fonds voor klimaatschade een historische doorbraak voor de internationale samenwerking. Anderzijds stelt het resultaat teleur op vlak van uitstootreductie. De tekst herhaalt enkel dat we de opwarming moeten beperken tot 1,5 graden, en roept alle landen op om hun klimaatplannen bij te schaven. Vorig jaar werd dat nog ontvangen als een overwinning, dit jaar wijst het op een status-quo. In een wereld waar de kloof tussen doel en daad zo ongelofelijk groot is, is deze stilstand onaanvaardbaar.

(Lees verder onder het opiniestuk.)

Laat ons duidelijk zijn: op deze manier schieten we hopeloos voorbij 1,5°C. Maar elke tiende van een graad telt. Er is dus even weinig ruimte voor verslagenheid als voor blind optimisme. Wat we wel nodig hebben, is voluntarisme: welke aanknopingspunten biedt deze top om alsnog de strijd te versnellen? Een zoektocht met vier antwoorden.

Het klimaatschadefonds is meer dan een aflaat

Ten eerste: over het fonds voor klimaatschade werd al snel geschamperd dat dit dweilen met de kraan open zou zijn. Toch is dit fonds ook voor het sluiten van de kraan van belang: deze deal was belangrijk om de groeiende vertrouwensbreuk tussen rijke en arme landen te lijmen. Zij incasseren al 30 jaar gebroken beloftes, en hebben niet de luxe om het belang van de COP te bagatelliseren. Het akkoord wekt de hoop dat er de komende jaren een brede, deze kloof overstijgende coalitie gevonden kan worden voor ambitieuze uitstootreducties. Deze bijstand is ook nodig om ademruimte te geven aan landen die getroffen worden door klimaatrampen, maar waarvan we wel verwachten ze ondertussen verder werken aan hun transitie. Het is dus geen verhaal van solidariteit of actie, beide zijn noodzakelijk.

80 landen gaan stap verder

Ten tweede: zo’n coalitie is al in de maak. Een van de nederlagen is dat er géén nieuwe doelstellingen komen op vlak van fossiele brandstoffen. De tekst roept net als vorig jaar enkel op tot een uitfasering van steenkoolcentrales zonder koolstofafvang. Hoopgevend was echter dat er tijdens de onderhandelingen een ongekende coalitie ontstond van meer dan 80 arme en rijke landen die opriepen tot een uitfasering van alle fossiele brandstoffen. In een jaar waarin een groot deel van de wereld geteisterd wordt door een fossiele energiecrisis, is dat een krachtig signaal. Het is meteen een van de doelstellingen voor na deze COP: alle landen die zich achter deze uitfasering schaarden, te houden aan deze beloften. Ook veel Europese landen speuren vandaag immers naar nieuwe gasvoorraden.

De abstractie voorbij

Ten derde: de opstart van een nieuw werkprogramma rond mitigatie onder de VN paraplu. Een van de grote frustraties van het hele COP-gebeuren is dat het moeizaam en afstandelijk proces blijft, aangedreven door klimaatdiplomaten zonder directe link met het terrein. Na Sharm el-Sheikh gaat er eindelijk een nieuw soort gesprek van start waarbij landen op zoek gaan naar concrete oplossingen en barrières in specifieke domeinen zoals de energiesector. Deze gesprekken moeten meteen ook een brug leggen naar publieke en private investeringen. Het biedt hoop op een nieuw soort dynamiek die de grote symbolische strijdpunten overstijgt.

Groeiend consensus over nieuw financieel model

Tot slot: één van de nieuwigheden in deze tekst is de veel forsere taal over hervorming van het financieel systeem. Het besef groeit  dat de huidige architectuur en het beleid van instellingen als de Wereldbank en het IMF, de transitie enkel afremmen. Zowel de G20 als COP27 riepen op tot een nieuw model dat deze cruciale instellingen inzet om de klimaattransitie te ondersteunen, en vooral de bottlenecks in lage inkomenslanden doelgericht en grootschalig aan te pakken. Dat is een oproep waar de komende maanden al gevolg aan moet worden gegeven, en waar ook België als aandeelhouder van deze instellingen een rol in kan spelen. 

Van tristesse naar vitesse

COP27 bood geen soelaas na een jaar vol klimaatontwrichting. Toch slaagden de fossiele lobby en petrostaten als Egypte en Saudi-Arabië er niet in om alle vooruitgang af te blokken. Deze lichtpunten moeten beleidsmakers en klimaatactivisten zoveel mogelijk uitbuiten. In eigen land en in de Europese Unie ligt er meer dan voldoende werk op de plank om de ‘road to climate hell’ alsnog te sluiten. Zoals het laatste IPCC rapport stelt: ‘We know what to do. We know how to do it. And now it’s up to us to take action.’

Vanaf nu telt elke maand.

Partner Content