Opinie

Katrien Schryvers (CD&V)

‘Vervoer van mensen met een beperking is een essentieel onderdeel van een inclusieve samenleving’

Katrien Schryvers (CD&V) Vlaams Parlementslid Voorzitter adoptiedienst Ray of Hope.

Vlaams parlementsleden Karin Brouwers en Katrien Schryvers (CD&V) uiten hun ongerustheid over het vervoer van mensen met een beperking bij de invoering van de ‘basisbereikbaarheid’.

Wanneer basisbereikbaarheid ingevoerd wordt, moet iedereen bediend worden, dus ook mensen met een beperking en leerlingen in het buitengewoon onderwijs. Het wordt dus hoog tijd om ook dit aangepast vervoer concreet vorm te geven. Daarin moeten professionele aanbieders van flexplusvervoer en initiatieven die gestuurd worden door vrijwilligers naast mekaar kunnen bestaan.

Vervoer van mensen met een beperking is een essentieel onderdeel van een inclusieve samenleving.

Snel en efficiënt van het ene vervoersmiddel op het andere overstappen is het doel van de fel geplaagde ‘basisbereikbaarheid’, de grote mobiliteitshervorming die de Vlaamse regering al tot twee keer toe diende uit te stellen. In de loop van 2023 is het zover en poogt de Vlaamse regering een paradigmashift teweeg te brengen voor het openbaar vervoer in Vlaanderen. Eenvoudig gesteld: bus- en tramvervoer worden geoptimaliseerd, de belbus ruimt plaats voor een mix van publieke en private vervoersmiddelen zoals taxi’s, busjes en deelmobiliteit. Ritten moeten worden aangevraagd bij een Mobiliteitscentrale, een overkoepelende oproepdienst voor heel Vlaanderen, die je één ticket bezorgt voor je hele rit. Met een breed netwerk van treinen, bussen, deelfietsen of -auto’s en flexvervoer geraak je overal in het ganse land. Voor Vlaanderen is het dé uitgelezen kans om meer mensen te overtuigen om de auto links te laten liggen, een kans die we met twee handen moeten grijpen.

Essentieel voor de uitrol van die basisbereikbaarheid is de organisatie van het ‘vervoer op maat’: de deelmobiliteit, het flexvervoer, en ten slotte ook het flexplusvervoer, vervoer van mensen met een beperking Daarbij moeten we ervoor zorgen dat er niet één iemand met een zorgnood die ook een mobiliteitsvraag heeft zonder aanbod valt. Wel integendeel, het doel met zijn méér mensen te vervoeren, zeker niet minder. Zich kunnen verplaatsen is immers een onmisbaar onderdeel van het participeren aan een leefgemeenschap, een zinvolle dagbesteding kunnen hebben of kunnen deelnemen aan het vrijetijdsaanbod. Toch heerst er nog grote onduidelijkheid over hoe het aanbod voor mensen die omwille van een zorgnood geen gebruik kunnen maken van de gewone tram, trein, bus of auto, er concreet zal uitzien: welke diensten zullen aangepast vervoer aanbieden? Wie zal er aanspraak op kunnen maken? En hoe zal er werk worden gemaakt van de nodige begeleiding?

Recent werd nog duidelijk in het dossier van het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs hoe de mobiliteit van kwetsbare mensen een eigen aanpak verdient. Op korte termijn werden middelen vrijgemaakt om mobiliteit op maat uit te tekenen voor alle leerlingen: met kleine busjes en taxi’s worden ze vandaag naar school gebracht. Ondanks het hoge hoera-gehalte in de media is dit slechts een tijdelijke oplossing voor een probleem dat al jaren aansleept. Op een langetermijnoplossing is het voorlopig nog wachten. Het aangepast flexplusvervoer is nog complexer: er moeten niet elke dag dezelfde ritten gereden werden, maar wel een amalgaam van telkens veranderende verplaatsingen naargelang de individuele vervoersvragen. Het gaat over een erg diverse groep van mensen met verschillende noden, gevoeligheden en vervoerssituaties. Binnen het mobiliteitsbeleid is in beide dossiers nood aan een sociale en inclusieve reflex.

Mobiliteitsondersteuning op maat is meer dan louter vervoer. Mensen met een zorgnood hebben bijvoorbeeld hulp nodig bij het in- en uitstappen, vragen extra aandacht in verband met de veiligheid in het voertuig of worden mee wegwijs gemaakt op de plek van bestemming. Het is begrijpelijk dat wanneer zij daarin worden bijgestaan door vertrouwde gezichten, dit voor hen veel geruststellender is.

Op vandaag verzorgen in tal van regio’s en gemeenten de Diensten voor Aangepast Vervoer (DAV’s) en de Minder Mobielen Centrales (MMC) dit vervoer. Zij doen dat met een groot engagement, en tal van vrijwilligers zetten zich hiervoor in. In het flexplusvervoer dreigt dit echter niet meer mogelijk te zijn. Daarin dreigt het vervoer op maat voor mensen met een beperking te verzanden in een commerciële logica die de huidige werking van de diensten die vervoer voor personen met een beperking organiseren ver overstijgen. Geen vrijwilligers, het wegvallen van subsidies en oplopende kosten zouden de diensten nopen tot een totale hervorming van de huidige manier van werken. Expertise, sociaal engagement en de vertrouwde band tussen vervoerder en reiziger lijken hierbij van ondergeschikt belang. Vandaag zit al die expertise en ervaring verzameld bij diensten die heel goed werk leveren. Het uitblijven van een beslissing rond de basisbereikbaarheid maakt dat er, vooral bij de DAV’s, grote onzekerheid heerst over hun voortbestaan en bijgevolg over het vervoeraanbod waarop mensen met een hoge zorgnood beroep op kunnen doen. Wanneer zij moeten voldoen aan het taxidecreet en niet meer kunnen werken met vrijwilligers, dreigt hun aanbod fors duurder te worden. . En dat is bijzonder jammer, want ook voor hun gebruikers is mobiliteit een voorwaarde voor hobby’s kunnen uitoefenen, kunnen gaan werken, vrienden en familie kunnen ontmoeten… kortom, voor kunnen deelnemen aan de samenleving.

Voor mensen met een mobiliteitsbeperking is duidelijkheid rond hun vervoerssituatie cruciaal en dringend. De diensten voor aangepast vervoer kennen hun doelpubliek, kennen hun noden en hebben jarenlange ervaring met deze vorm van vervoer. Laat ons vermijden dat zij gedwongen worden in een commercieel keurslijf. De manier waarop het vervoer voor mensen met een beperking zal ingepast en georganiseerd worden binnen de basisbereikbaarheid verdient meer aandacht en een grondig debat.

Daarom pleit CD&V ervoor om snel een duurzame oplossing te vinden voor het flexplusvervoer als volwaardig onderdeel van de uit te rollen basisbereikbaarheid. Ondertussen moeten de DAV’s kunnen verder werken naast, ingepast in of desnoods zonder het nieuwe flexplusvervoer. Laat 1000 bloemen bloeien, als de doelgroepreiziger maar kwalitatief vervoerd wordt! Het vervoer van mensen met een beperking is immers geen fait divers maar een essentieel onderdeel van een inclusieve samenleving. Zonder mobiliteit geen inclusie.

Partner Content